Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Diversiteitsbeleid UZ Brussel: Aandacht is een taal die iedereen begrijpt

Delen

Op de foto: vlnr. Anne-Marie Moens, Ria Vanschoenwinkel en Falke Mortier

 

Diversiteitsbeleid: UZ Brussel

Het UZ Brussel is verbonden aan de VUB, de Nederlandstalige hoofdstedelijke universiteit met haar campussen in Jette en Etterbeek. Directeur Verpleegkunde Ria Vanschoenwinkel, HR Expert Falke Mortier en Hoofdverpleegkundige Anne-Marie Moens stonden Actual Care enthousiast te woord over een baanbrekend diversiteitsbeleid, dat zowel op het vlak van personeelsbeleid als voor de patiënt vele vormen aanneemt.
 
Met 3500 personeelsleden op de rol is het UZ Brussel een ‘groot’ ziekenhuis, en het cijfer is al jaren stabiel. Maar hoeveel van de medewerkers hebben een andere dan een Nederlandstalige taalachtergrond, en valt daar een verschuiving op te tekenen?
 
“We zijn en blijven een Nederlandstalig ziekenhuis”, zegt HR Expert Falke Mortier, “Het unieke aan onze situatie is dat we héél veel anderstalige patiënten hebben. De voertaal van het ziekenhuis is Nederlands, maar we willen iedereen helpen. Als we daarvoor in een andere taal moeten communiceren, doet iedereen dat ook” (instemmend geknik). “Meertalig zijn spreekt hier vanzelf, zonder dat onze medewerkers er een taalpremie voor krijgen – en dus betaald worden voor hun meertaligheid – zoals dat in andere Brusselse ziekenhuizen het geval is”, benadrukt de Directeur Verpleegkunde. “Vaak organiseren Brusselse openbare ziekenhuizen een taalexamen voor een tweede taal. Op basis van het resultaat krijgt de medewerker een tweetaligheidspremie bovenop zijn of haar maandloon. Omdat het daar gaat over bicommunautaire ziekenhuizen, kunnen we dat in het UZ Brussel niet eens organiseren. Tweetaligheid is dus voor ons niet afdwingbaar bij het aanwerven van personeel. Maar hier werken sowieso veel mensen uit twee- of meertalige gezinnen. Vanmorgen nog sprak ik met twee sollicitanten: één van hen heeft een Amerikaanse moeder en spreekt vloeiend Engels, de ander heeft een Franstalige vader en is perfect Franstalig. Zoiets zien we heel vaak.”
 

Is die taaldiversiteit een typisch Brusselse situatie? En zijn er naast de evidente nadelen ook voordelen aan verbonden?

“Het is een typisch grootstedelijk én Brussels gegeven. Natuurlijk is het Frans hier naast het Nederlands de meest voorkomende moedertaal. Maar wie hier solliciteert, hier wil komen werken, wéét dat meertaligheid een vereiste is en dat hij of zij een extra inspanning voor Frans moet doen”, zegt Hoofdverpleegkundige Anne-Marie Moens. “Vaak zijn het mensen uit de Vlaamse Rand, die toch in het Brusselse naar school geweest zijn en die de context kennen.” “Natuurlijk rekruteren we uit de studentenpopulatie van de VUB Jette en de Erasmushogeschool, maar ook vanuit diverse andere hogescholen waarvan de studenten hier stage lopen, en die komen vanuit heel Vlaanderen”, zegt Ria Vanschoenwinkel. “Van de verpleegkundigen zal toch 80 procent afkomstig zijn uit Vlaanderen.” Falke Mortier: “We hebben veel verpleegkundigen en administratief medewerkers die het Frans en/of Engels prima beheersen. Binnen ons artsenkorps zijn er een aantal buitenlanders, sommigen van hen volgen een cursus Nederlands, anderen een cursus Frans. Wij bieden hen de mogelijkheid om hun talenkennis Nederlands én Frans – ook voor Engelstaligen – bij te spijkeren, helemaal op maat van hun noden. Eerst gaan we na in welke context ze de taal nodig hebben: gaat het over patiëntencontact? Hebben ze vooral schriftelijke taalkennis nodig? Communiceren ze veel met collega’s? Vervolgens brengen we hun taalniveau in kaart. Op basis daarvan stippelen we dan het traject uit. Dat kan een taalbad zijn, zeer intensief, of een traject gespreid over een dertigtal weken. Het kan ook een groepstraining zijn. Klassikaal, maar we trainen ook on the job via conversatietrainingen, een taalcoach…”
 
Ria Vanschoenwinkel vervolgt: “We doen dat ook voor onze zorgkundigen en logistiek en facilitair assistenten – vaak mensen met een andere taalachtergrond – en ook voor ons onderhouds- en keukenpersoneel, dat heel divers is samengesteld. Toch nog een extra groot verschil met het paramedisch personeel. Voor hen passen we vooral Nederlands op de werkvloer toe, heel praktijkgericht dus.” Falke Mortier: “Wij stimuleren mensen ook om buiten het ziekenhuis op zoek te gaan naar activiteiten om de taal te oefenen. Dat kan door naar de bibliotheek te gaan, deel te nemen aan het sociaal leven… Taalkansen opzoeken is de boodschap. Wat absoluut nodig is, is dat een medewerker van het UZ Brussel Nederlands kent. Het kan ook niet anders, heel onze administratie is Nederlandstalig. In principe hebben buitenlandse medewerkers tijd om Nederlands te leren: de regels voor het gelijkstellen van diploma’s zijn streng, het neemt veel tijd in beslag. In die tijd kan er Nederlands geleerd worden. Al gaan we altijd eerst uit van iemands talent, we hanteren het olympisch minimum op taalvlak om onze patiënten te helpen”, benadrukt Falke Mortier. “Natuurlijk geeft iemands bredere profiel wel de doorslag. Maar makkelijk is die focus op taal dus niet. Erasmusstudenten uit Portugal of Spanje kennen uiteraard geen Nederlands, maar we zetten hen gericht in op diensten waar iemand hun taal wel kent. Een uitdaging voor iedereen, maar we vinden wel altijd wel iemand die de taal spreekt en hen verder helpt.”
 

Communiceren met patiënten met een migratie-achtergrond dan: hoe belangrijk vindt het UZ Brussel de culturele competenties van het personeel?

“Met patiënten die enkel hun eigen taal kennen, worden we wel vaker geconfronteerd”, zegt Anne-Marie Moens. “Er zijn grote verschillen in onze grootstedelijke context. Er zijn de kansarmen: dat kunnen migranten zijn, maar ook autochtone Belgen. Anderzijds zien we hier ook Eurocraten. Sinds ons bestaan, vanaf 1978, is deze diversiteit er altijd geweest. Op onze dienst materniteit zien we de laatste jaren een verschuiving naar meer diverse bevolkingsgroepen, net als op de dienst pediatrie. Bovendien is de oudere, authentieke Brusselse bevolking aan het uitdoven, ze wordt vervangen door een op haar beurt ouder wordende allochtone bevolking.” Om met die diversiteit om te gaan, zijn culturele competenties broodnodig, benadrukt Falke Mortier. “We zijn gestart met een traject dat we ziekenhuisbreed gaan uitrollen. Net omdat we geconfronteerd worden met een aantal situaties, en ons personeel wil weten hoe ze daar mee om kunnen gaan. Omdat het zo’n heikel gegeven is, zijn we gestart met een pilootproject in samenwerking met de Foyer in Molenbeek, een bekende vzw die diversiteit, interculturaliteit en sociale cohesie probeert te bevorderen. Binnen het project gaan we gericht op die culturele competenties werken. We halen mensen voor twee of drie dagen uit hun werkcontext waarbij we echt op de pauzeknop duwen. Ze krijgen tijd om even stil te staan bij een aantal eigen ervaringen: was mijn reactie toen oké of juist niet? Zou ik anders gereageerd hebben als die persoon geen andere achtergrond had? Hoe zou ik dan gecommuniceerd hebben? Je merkt dat de conclusie van zo’n traject vaak is dat het niet uitmaakt wie er voor je staat. Vaak gaat het enkel over communicatie, een misverstand, stress, haast… en dan interpreteer je gauw iets verkeerd. De Foyer begeleidde het proces als pilootproject voor een aantal medewerkers van de patiëntenbalies. In 2016 wordt het verdergezet in samenwerking met VOKANS. Ook een groep leidinggevenden van de facilitaire dienst komt nu aan beurt, omdat zij met een heel divers publiek samenwerken. De feedback van de deelnemers is erg nuttig omdat we zo zelf beter het onderscheid leren kennen tussen situaties waarvoor culturele competenties nodig zijn, of waarvoor je gewoon een betere praktische aanpak nodig hebt. Eind dit jaar weten we hoe het project geëvalueerd wordt en of we het verder zullen uitrollen.”
 

Kan een situatie niet meteen door het personeel opgelost worden, dan zijn er de intercultureel bemiddelaars en de tolken.

“Inderdaad. Krijgen we te maken met een cultuurconflict – een moeilijke patiënt, een dokter of een verpleegkundige die de indruk heeft dat een patiënt niets begrepen heeft, een meningsverschil – dan halen we er een bemiddelaar bij”, zegt Ria Vanschoenwinkel. “We hebben twee vaste, permanent aanwezige bemiddelaars in het ziekenhuis, een Turks-Koerdische en Marokkaans-Berberse. We hebben ook één dag per week iemand voor de Oost-Europeanen: de Roma, Roemenen, Slovaken… Met de Foyer – waar de opleidingen tot intercultureel bemiddelaar doorgaan – werken we ook hiervoor samen. Onze bemiddelaars worden heel vaak ingezet, dus we hebben een aanvraag gedaan voor een extra halftime kracht erbij.” Anne-Marie Moens: “Een specifieke situatie kan een kind op de pediatrie zijn waarvan de vader Belgisch Marokkaan is en de moeder Marokkaans-Berbers, die geen Nederlands spreken én in een vechtscheiding verwikkeld zijn. Bemiddelaars geven ook vorming aan patiëntengroepen en aan het personeel, bijvoorbeeld over voeding, de organisatie van de gezondheidszorg, ze ontwikkelen pictogrammen die iedereen kan begrijpen. Ze geven ook les aan de kinesisten en de artsen in opleiding aan de VUB en de Erasmushogeschool. Naast bemiddelaars worden ook tolken opgeroepen. We beschikken over een lijst van een zestigtal personeelsleden die we regelmatig inzetten om te tolken. De toenemende migrantenstromen met al zijn taal- en cultuurissues mag ons niet doen vergeten dat dit niet de enige groep patiënten is die vanuit een evenwichtig diversiteitsbeleid aandacht behoeft. Zo is er ook aandacht voor mensen met een beperking zoals doven, blinden, enz… Het volgen van een opleiding in deze materie, zoals bijvoorbeeld de opleiding doventolk, stimuleren we graag.
 
Vanzelfsprekend wordt de dienst patiëntenbegeleiding dagelijks geconfronteerd met diverse aspecten van diversiteit. Denk daarbij aan problemen rond verblijf, verzekering, isolement in de grootstad…”
 

Klassieke vraag: zijn er aparte menu’s, gebeds- en bezinningsruimtes en is er plaats voor religieuze diensten of rituelen?

“Er worden halal- en koshermenu’s aangeboden. Dat is altijd al zo geweest”, beaamt de Directeur Verpleegkunde. Ik werk hier sinds 1979 en toen al deden onze voedingsconsulenten hun rondes met de vraag varkensvlees of géén varkensvlees? We bieden voeding heel erg op maat aan, je hoeft als patiënt geen voorkeuren aan te kruisen. De keuze is enorm groot, ook voor het personeel. Er is een gemeenschappelijke gebedsruimte die door mensen met de verschillende geloofsovertuigingen gebruikt kan worden. Ze is volledig neutraal ingericht. In het mortuarium is er ruimte voor het ritueel wassen van overleden familieleden. Een geestelijke of spiritueel begeleider brengt de familie meestal zelf mee of wordt door ons opgeroepen. De moreel consulenten van het huisvandeMens hebben per geloofsgroep een brochure gemaakt met alle levensbeschouwelijke informatie en adressen. Bij een overlijden is alle info meteen beschikbaar én raadpleegbaar via intranet. De geijkte gebruiken bij een overlijden staan er heel gedetailleerd in omschreven.”
 

Indrukwekkend. Wat staat er nog in de steigers en wat kan er nog beter?

“Aan de medische faculteit van de VUB in Jette is er momenteel een groep bezig met diversiteit op de campus”, zegt Ria Vanschoenwinkel, iedereen werkt eraan. “De VUB doet zelf ook een beroep op de Foyer. “Het hele diversiteitsgegeven zal alleen maar toenemen. Wat leuk is, is dat we in het UZ Brussel absoluut nergens een onderscheid in maken. We zijn geen hokjesdenkers.” Falke Mortier: “Wat ik hier zo aantrekkelijk vind, zijn de korte lijnen met de directie, met de artsen en de verpleegkundigen. We hebben een bijzonder open cultuur. Voor anderstaligen betekent zoiets natuurlijk een geweldige leeromgeving. Vanuit het CVO krijg ik vaak de vraag om taalkansen aan te bieden. Deze omgeving wordt door hen als verrijkend gezien. Er komen mensen solliciteren die per se in Brussel willen wonen, omdat de stad en het interculturele hen uitdaagt, ze hier meer talen kunnen spreken…”
 
“Voor ons is dat als Nederlandstalig ziekenhuis een hele grote troef”, beaamt Ria Vanschoenwinkel. “Mooi is ook dat bijvoorbeeld LGBT-mensen uit kleinere gemeenten hier graag heen komen om te werken, omdat ze hier kunnen openbloeien op basis van hun kwaliteiten en niet gediscrimineerd worden.”
 

En staan er verder nog bijzondere projecten op stapel?

“We hebben binnenkort, vanaf mei 2017, een ‘Villa Samson’ op de ziekenhuiscampus. Een ontmoetingsruimte waar gehospitaliseerde mensen hun huisdier kunnen ontmoeten. Het wordt onder andere gesponsord door Danny Verbiest, de échte Samson. Daarin ze we pioniers. En in maart begint de bouw van het Ronald Mc Donaldhuis, het eerste in België, waar ouders van zieken kinderen langere tijd kunnen verblijven terwijl hun kind opgenomen is. Het is een hotel met tien kamers.”
 
“Diversiteit is dus voor ons een meerwaarde, een verrijking, een aantrekkingskracht voor wie in Brussel in een multiculturele context wil werken, maar toch nog Nederlands kan spreken als eigen moedertaal”, besluiten de dames.
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie