Typ om te zoeken

In the spotlight Overige

Afdeling in de kijker: Brandwondencentrum UZ Gent

Delen

Zes patiënten kan het Brandwondencentrum (BWC) van het UZ Gent opvangen: ernstig verbrandslachtoffers die gespecialiseerde intensieve zorg (Intensive Care) en uiterst gespecialiseerde wondzorg nodig hebben. Patiënten met beperkte lokale brandwonden (Low Care patiënten) worden opgenomen op de afdeling Plastische Heelkunde. Hoofdverpleegkundige Stijn Witdouck licht de organisatie, netwerken en de wetenschappelijke fundamenten achter het BWC toe. 

Stijn Witdouck (Hoofdverpleegkundige in het Branwondencentrum van UZ Gent)

“Na de ramp van Gellingen in 2004 werden er richtlijnen vastgelegd van indicaties waaraan een patiënt moet voldoen om op een brandwondencentrum terecht te komen – bovenop de criteria waaraan een brandwondencentrum zelf moet voldoen (Koninklijk Besluit van 19 maart 2007 houdende vaststelling van de normen waaraan een brandwondencentrum moet voldoen om te worden erkend als medische dienst zoals bedoeld in artikel 44 van de wet op de ziekenhuizen). Een voorbeeld: voor een tweedegraadsverbranding is een groter verbrand lichaamsoppervlak vereist om opgenomen te worden dan bij een derdegraadsverbranding. Aan de hand van de criteria wordt er een selectie gemaakt, hoewel die in de praktijk sterk afhangt van het type patiënt.”  

“Ons eigen wetenschappelijk onderzoek is een grote troef”

Laser-Doppler imaging 

Het BWC in Gent heeft zes bedden in afzonderlijke isolatie High CareunitsZijn de patiënten voldoende genezen, dan gaan ze naar de afdeling plastische heelkunde vooraleer ze definitief naar huis gaan of in sommige gevallen naar het revalidatiecentrum. Het Universitair Ziekenhuis Gent is het enige ziekenhuis dat naast een Brandwondencentrum ook over een revalidatiecentrum op de eigen campus beschikt. Na de aanslagen van 22 maart 2016 stond Neder-over-Heembeek (NOH) extra in de belangstelling dankzij hun logistieke en militaire mogelijkheden, maar ons brandwondencentrum hoeft daar zeker niet voor onder te doenWe maken deel uit van een universitair ziekenhuis. Dat is één van onze grote troeven.” Diensthoofd van het BWC is Prof. dr. Stan MonstreyDr. Karel Claes is resident op de dienst Plastische Heelkunde van het UZ Gent. Samen zijn ze de tweede drijvende kracht achter het BWC. “Twee topdokters die sterk inzetten op wetenschappelijk onderzoek”, zegt Stijn WitdouckWe passen de nieuwste inzichten op wondzorg toe, maar zelf ontwikkelen we ook klinische toepassingen. Laser-Doppler imaging (LDI) of de dieptescanning van brandwonden werd hier verder op punt gesteld op basis van verschillende multicentrische studies met het Britse bedrijf Moor Instruments, de ontwikkelaarDiagnose van een brandwonde verloopt traditioneel op basis van een klinische beoordeling waarin ze worden onderverdeeld in eerste, tweede of derde graad, maar die manier van beoordelen heeft maar een accuraatheid van ongeveer 65%. Een behandeling die hierop gebaseerd is, is door een verkeerde diagnose vaak niet de meest optimale. LDI is een non-contact methode waarbij men de doorbloeding van de brandwonden meet tussen de 48 uur en 5 dagen post verbranding. LDI in combinatie met klinische beoordeling heeft een accuraatheid van meer dan 96%. De meest optimale chirurgische of conservatieve behandeling kan dan ook zo snel mogelijk bepaald worden. 

Enzymatisch debrideren 

Nog een belangrijke ontwikkeling is enzymatisch debrideren. “Dat komt neer op het weghalen (oplossen) van dood weefsel met een zalfcrème op basis van proteolytische enzymen (eiwit afbrekende enzymen) verrijkt in bromelaineafkomstig uit de steel van de ananasplant. De gevriesdroogde enzymen worden gemengd met een gel. Die substantie wordt op de brandwonde aangebracht en lost selectief het dode weefsel op zonder het gezonde weefsel aan te tastenHet dode weefsel kan vlot met een tongspatel verwijderd worden. De brandwonde geneest soms spontaan als er voldoende vitaal weefsel is overgebleven. Opereren is nodig als alle lagen van de huid aangetast zijn tot op het vetweefsel. 

Met de substantie, Nexobrid, hebben we intussen een leercurve van een paar jaar achter de rug. We zetten het middel in op basis van de uitslag van de LDI-scan. Op basis van die scan krijg je een kleurenpalet te zien van een brandwonde waarmee je het genezingspotentieel kunt vaststellen. Rood wil zeggen dat je een healing potential van 14 dagen mag verwachten, groengeel staat voor 14-21 dagen en de donkerblauwe zone staat voor meer dan 21 dagen. Brandwonden met een genezing van meer dan 21 dagen hebben een zeer hoog risico op ernstige littekenvorming na genezing en worden daarom meestal geopereerd. Deze groep brandwonden zijn de perfecte indicatie voor NexobridBij het chirurgisch verwijderen van dood weefsel wordt vaak ook nog vitaal weefsel weggesneden omdat het verschil niet altijd duidelijk en zichtbaar is. Dan is het sluiten van de wonde door middel van afgenomen huid van de patiënt zelf (huidenten) noodzakelijk. De weefselsparende kwaliteiten van Nexobrid helpt diepe brandwonden spontaan genezen met zeer goede esthetische en functionele resultaten. Het onderzoek naar Nexobrid loopt nog altijd voor de FDAhet Israëlische moederbedrijf MediWound wil ook doorbreken in de VS. Daarnaast heeft het BWC nog een aantal zaken in de pipeline zoals Dressilk als verband en ook micro needling in combinatie met nano-vetwaarbij je met een rollertje met naalden over littekenweefsel gaat waarbij een verbetering van het litteken het doel is.”  

Het BWC drijft onderzoeksmatig ook op de expertise van Burn en Researchcoördinatoren Henk Hoeksema, Jos Verbelen, Petra De Coninck en Kristof Vermeersch. Prof. dr. Monstrey en Henk Hoeksema zijn ook co-Inventors van Glyaderm, een dermaal substituut op humane basis. Dit zorgt bij diepe brandwonden voor een vervanging van de lederhuid en zorgt samen met een huident van de patiënt voor een volledige reconstructie van alle lagen van de huid. De rechten werden afgestaan aan de Euroskinbank Foundation in Beverwijk (NL), een non-profit organisatie die daardoor het product voordeliger kan aanbieden. Dermale substituten zijn bijzonder duur en daardoor niet beschikbaar voor iedereen – er is nog geen terugbetaling. Op deze manier krijgen meer brandwondenpatiënten toegang tot het product. 

Pijnstilling en levenskwaliteit 

Het BWC haalde recent de media met de Virtual Reality-bril voor pijnbestrijding. “Naast klassieke verdoving, pijnstilling en anxiolytica bieden we onze patiënten de VR-bril van het Belgische bedrijf OnComfort aan”, zegt Stijn Witdouck. “Rustgevende beelden leiden hen af van de pijn en het ongemak. Het doel is zelfhypnose. Patiënten getuigen dat het hen echt helpt: er treedt een dissociatie van de werkelijkheid op. Lang liggende patiënten blijven hier soms langer dan drie maanden. Levenskwaliteit weegt bij zwaar verbrande patiënten steeds meer door. “Helaas overleeft niet elke brandwondenpatiënt. Soms beslissen artsen en verpleegkundigen in overleg met familieleden geen therapie meer op te starten. We proberen alles in rekening te brengen: de leeftijd van de patiënt, zijn mobiliteit en levenskwaliteit voordien. Na dit alles in overweging te nemen, lijkt dit soms de beste oplossing. De focus op levenskwaliteit maakt deel uit van een algemene evolutie in de geneeskunde. Persoonlijk heb ik die naar waarde leren schatten. Ik sta er volledig achter.” Aan het BWC is ook een polikliniek verbonden. Minder zwaar verbrande patiënten worden opgenomen op de afdeling plastische heelkunde. Op de poli worden de brandwondenpatiënten opgevolgd voor verdere wondevolutie en littekenpreventie en -opvolging. Kleine brandwonden worden er ook gezien en verdere wondadviezen worden meegegeven. Zware wondzorg wordt niet ambulant behandeld in het UZ Gent – in theorie kan het wel, maar het is een keuze die hier werd gemaakt.”  

Geoliede organisatie en samenwerking 

Het BWC vangt jaarlijks een 180-tal patiënten opvooral uit Oost- en West-Vlaanderen”, vervolgt Stijn Witdouck. “Dankzij Prof. Monstreys naambekendheid ontvangen we wel eens buitenlandse patiënten. Steekvlamverbrandingen in de huiselijke sfeer blijven de meest voorkomende oorzaken van brandwondenVoor lotgenotencontact is er de vzw De vriendenkring van de brandwondenpatiënten die specifiek is verbonden met het BWC. In de raad van bestuur zetelen Prof. Dr. MonstreyDr. Claes en ikzelf. Op noodsituaties zijn we voorzien via het BABIplan. BABI staat voor Belgian Association for Burn Injuries (BABI).” De vzw BABI is er om verworven wetenschappelijke kennis te verspreiden, onderwijs te bevorderen en brandwonden te voorkomen, maar staat ook aan de basis van een nationaal rampenplan met brandwondenslachtoffers. Stijn Witdouck: “Bij een grote ramp zorgen zij voor de coördinatie. Het plan wordt geactiveerd vanaf vijf slachtoffers. Neder-over-Heembeek leidt de coördinatie en dispatcht naar de brandwondencentra in Leuven, Loverval, Luik, Antwerpen en Gent. Er zijn regelmatig oefeningen en meerdere keren per jaar meetings tussen alle centra die doorgaan in Neder-over-Heembeek. Bij een echte grote ramp kunnen andere intensive care-afdelingen de BABIguidelines raadplegen. Dtijdelijke capaciteitsvergroting bij rampen zit ook vervat in ons eigen ziekenhuisplan.”  

Wat trekt deze hoofdverpleegkundige persoonlijk aan in het vaak intensieve werk in het BWC? “Ik volgde hier stageBij de start van mijn banaba spoed en IZ wilde ik op de spoedafdeling beginnen. Uiteindelijk begon ik op IZ in het AZ StLucas. Na vijf jaar ben ik weer overgestapt naar de medisch intensieve zorgen in het UZ. Ons interne interimbureau wees me na drie jaar op de vacature als hoofdverpleegkundige in het BWC. Ik werk hier nu twee jaar. De link met IZ blijfsterk, maar hier kan ik mijn eigen leiderschapsaccenten leggen bij onze 21 verpleegkundigen3 zorgcoördinatoren en 4 logistiek medewerkers. We vormen een hechte ploeg. Goed voor je persoonlijke coping wanneer je met een zwaar verbrande patiënt of moeilijke situaties wordt geconfronteerd. We kunnen heel veel delen in de groepdit werk is teamsport. Bovendien is er altijd psychologische ondersteuning beschikbaar voor de mensen van het BWC. 

Geef een reactie