Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

AREI – art 104: sector vraagt om verduidelijking

Delen

“In het aangepaste AREI 104 – Voorzorgsmaatregelen tegen brand – wordt de indeling van de elektrische leidingen weergegeven rekening houdend met hun brandgedrag. De indeling is gebaseerd op 3 categorieën: primaire brandreactie/brandverspreiding (F), secundaire brandreactie/lichtdoorlatendheid en zuurtegraad van de vrijgekomen gassen (S) en de brandweerstand (FR).
De bepaling welke kenmerken kabels moeten hebben in welke situaties hangt af van zowel de uitwendige invloeden, de risicobeoordeling en reglementaire voorschriften. Voor kabeldraagsystemen geldt de bepaling FR2 – niet brandverspreidend – waarbij het behoud van de elektrische functie 60 minuten verzekerd is. Deze bepaling is van toepassing op ‘vitale stroombanen’: detectie-installaties, meldingsinstallaties, waarschuwingsinstallaties, deur ontgrendelingsinstallaties, installaties voor rookafvoer. Voor een aantal constructies is geen brandwerendheid vereist in het geval elke onderbreking of storing gemeld wordt, of indien er een automatische inname van de veiligheidsstand plaatsvindt. Voor traditionele en FR2 systemen is er geen afzonderlijk draagstel nodig mits het respecteren van een bepaalde veiligheidsafstand.”

Testen kabeldraagsystemen

“De testen van de kabeldraagsystemen moeten plaatsvinden volgens een door de koning gehomologeerde of evenwaardige strenge norm. Omdat er geen specifieke Belgische norm bestaat wordt de norm DIN4102-12 gehanteerd voor testkabels met draagstel. Deze norm beproeft het totaal van alle componenten – kabel, draagstructuur en bevestiging – in één en dezelfde opstelling. De DIN4102-12 maakt gebruik van de ISO834 brandtemperatuurcurve. Alle componenten worden samen getest volgens de voorschriften van de fabrikanten in reële omstandigheden. Enkel de functie wordt getest, het maakt daarbij niet uit of ze vlamverspreidend zijn of niet. De overdraagbaarheid van de kabels op verschillende draagstellen is mogelijk. De draaglast van de ophanging van de kabelbanen kan afzonderlijk op functionaliteit getest worden volgens specificaties voorgeschreven in de Norm,” verduidelijkt Geert Ballet.

KADER: wijzigingen in het AREI

  • Artikel 104.03.e.1 van het AREI: vitale stroombanen – algemeenheden
  • Bepaling op basis van risicobeoordeling door de uitbater
  • Aanduiden op plan + goedkeuring exploitant en keuringsorganisme
  • Brandwerendheid niet vereist indien principe van de positieve veiligheid
  • Vitale stroombanen zijn duidelijk geïdentificeerd.
  • Bij een uitwendige brand moeten ze gedurende ten minste 1 uur operationeel blijven.

KADER 2: wijzigingen in het AREI

  • Artikel 104.03.e.4 van het AREI: vitale stroombanen – leidingen
  • De leidingen EN hun toebehoren zijn ofwel van het type “FR2” of gelijkwaardig, ofwel ondergebracht in een aanlegsysteem, ofwel verzonden in muur of vloer, ofwel ingegraven
  • De leidingen EN hun toebehoren dienen steeds een functiebehoud te hebben van minimum 1 uur.
  • Compartimenteringen zijn vereist
  • Bij de berekening van de kabelsecties dient rekening gehouden te worden met verzwakking door temperatuursverhoging. Hoe dit gebeurt, wordt niet bepaald in het AREI

 
 
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie