Typ om te zoeken

ICT Ziekenhuizen

AZ Jan Palfijn (Gent): “Oproepsysteem zorgt voor meer veiligheid”

Delen

Het oproepsysteem voor verpleegkundigen in het AZ Jan Palfijn in Gent werd bij de recente verbouwingen vernieuwd. Het draait op een eigen netwerk dat op de centrale server is aangesloten. Zo gaan er bij problemen geen gegevens verloren. Het oproepsysteem haperde nog nooit. Gemiddeld duurt het iets minder dan twee minuten vooraleer een patiënt wordt geholpen.  

De zorgsector besteedt veel aandacht aan het comfort van de patiënt. De tijd van ziekenzalen ligt gelukkig al veel jaren achter ons. Rustige kamers die de privacy van de patiënten respecteren, zijn nu het streefdoel. Inkijk van passanten wordt vermeden. Een verpleegkundige kan niet zomaar een blik door het raam werpen om te zien hoe de patiënt er aan toe is. Steeds meer patiënten verkiezen een eenpersoonskamer, er is dus geen kamergenoot die alarm kan slaan. Een oproepsysteem is dan ook onmisbaar.  

700 dect toestellen 

“Binnen het AZ Jan Palfijn ziekenhuis maken we gebruik van het Televic Axio iTec systeem. Dit is een systeem dat werkt met behulp van dect toestellen, waarvan er 700 in omloop zijn in ons ziekenhuis. Dat functioneert uitstekend”, zegt Joan De Metsenaere, Zorgmanager van het AZ Jan Palfijn in Gent. Er wordt al sinds 1982 gewerkt met Televic. Het systeem werd volledig vernieuwd naar aanleiding van de verbouwingen die plaatsvonden tussen eind 2012 en midden 2014. “De technologiesector evolueert snel en dat is ook zo met oproepsystemen. Televic bracht intussen nog een nieuwer systeem op de markt, maar het biedt minder zekerheid dan wat wij gebruiken. Het verschil is immers dat we een eigen netwerk hebben dat aan de server is gekoppeld. Mocht er iets mislopen, dan blijven de gegevens behouden. Bij het meest recente systeem gaan alle data verloren als het netwerk uitvalt. Ons huidig systeem is dus veiliger. Het laat ons toe om gegevens op te zoeken. Stel dat er via de ombudsdienst een klacht binnenloopt van een patiënt die niet snel genoeg werd geholpen, dan kunnen we de data checken en bekijken wat op een bepaalde afdeling de gemiddelde wachttijd is. In het algemeen bedraagt de wachttijd in ons ziekenhuis iets minder dan twee minuten, er wordt dus behoorlijk snel gereageerd.” 

Verpleegafdeling 

Wanneer een patiënt hulp en/of ondersteuning nodig heeft, kan hij/zij een verpleegkundige oproepen met een beloproep. Deze beloproep ontvangt de verpleegkundige op een dect-toestel, dat zij/hij continue bij zich draagt. Het dect-toestel geeft aan om welk soort oproep het gaat – normaal of assistentie–  en uit welke kamer en welke bedpositie die komt. De verpleegkundige kan ook de precieze plaats van de hulpvraag lokaliseren, bijvoorbeeld sanitair zoals toilet en/of badkamer.  

Op de verpleeggang is de beloproep te zien, ter hoogte van de kamer in kwestie gaat een rood lichtje branden. Er wordt enkel een geluidssignaal ontvangen op het dect-toestel en in de verpleegpost, niet op de verpleeggang. Op die manier kan de hoofdverpleegkundige de duur van een beloproep mee monitoren en wordt de rust op de verpleeggang niet verstoord, wat ‘ nachts zeker een bijkomend voordeel is. De patiënten kunnen via dit systeem geen arts oproepen.  Artsen kunnen opgeroepen worden via de intern gekende telefoonnummers.  

Zones 

Binnen het AZ Jan Palfijn werkt men met patiëntentoewijzing. Hiervoor zijn de verpleegafdelingen per shift (vroegdienstavonddienst en nachtdienst) opgedeeld in zones. Elke verpleegkundige is verantwoordelijk voor de aan haar/hem toegewezen zone. Elke zone heeft een toegewezen dect die de verpleegkundige bij zich draagt. Deze toestellen worden bij de wissel van shift aan elkaar doorgegeven. Op afdelingen waar er in de voormiddag 3 zones zijn en in de namiddag 2 zones, wordt er automatisch omgeschakeld.  

Het aantal beloproepen verschilt sterk per afdeling. We zien bijvoorbeeld op de afdeling geriatrie een hoger aantal oproepen gezien de multipathologie en een hogere zorgvraag. De verpleegkundigen kunnen de beloproepen vanuit de aan hen toegewezen zone niet aan een collega verpleegkundige doorgeven. Collegialiteit is een belangrijk gegeven hierbij. Het ontlasten van je collega bij een zone waar veel hulpvragen zijn, wordt maximaal aangemoedigd. Tijdens de pauze geven de verpleegkundigen de dects aan elkaar door. Nadien vindt een korte briefing plaats over de oproepen die tussentijds zijn binnen gekomen.” 

Ernst 

In geval van een ademhalingsstilstand en/of hartstilstand kan de verpleegkundige een beroep doen op de interne MUG (medische urgentie groep). Hiervoor drukt hij/zij ofwel de REA-knop in ter hoogte van de bedpositie ofwel belt hij/zij nr. 1414. 1414 is het intern gekende nummer voor reanimatie. Dit urgentienummer wordt naast 1666 (brand) en 8888 (steward) standaard aangebracht op de rugzijde van alle dect-toestellen..  

“We werkten een plan van aanpak uit dat in werking treedt bij het induwen van de REA-knop of bij het bellen van het nummer 1414. De oproep komt onmiddellijk op de spoedafdeling terecht via een centrale, aparte lijn en een eigen toestel. Op de dect van de hoofdverpleegkundige op de spoedafdeling verschijnt er een audiovisueel signaal. De triageverpleegkundige verneemt via de centrale lijn wat er aan de hand is en waar de patiënt zich bevindt. De noodoproep wordt bevestigd en de interne REA wordt geactiveerd. Hierbij wordt de arts-intensivist via zijn dect opgeroepen en tegelijkertijd vertrekt er een spoedverpleegkundige met een reanimatiekar naar de opgegeven lokalisatie.” 

Veiligheid 

Het AZ Jan Palfijn heeft geen onderhoudscontract met Televic Axio iTecDoordat we een eigen netwerk hebben dat aan de server is gekoppeld, vraagt dit systeem weinig tot geen onderhoud. Tot op heden ondervonden we nog geen problemen. De dect-toestellen dienen wel regelmatig vervangen te worden. Toestellen gaan stuk, vallen, enz. We hameren er op om voorzichtig met de toestellen om te springen gezien de kostprijs van een dect-toestel 168 euro bedraagt. Het blijft natuurlijk een heel goede investering. Patiënten moeten ons altijd kunnen bereiken. Uit veiligheidsoverwegingen moet het netwerk feilloos functioneren.” 

Het systeem kan nog verder worden uitgebouwd, bijvoorbeeld met een dwaaldetectie waarbij een signaal gegeven wordt als een patiënt de afdeling verlaat. “Binnen het AZ Jan Palfijn Gent hebben we, in functie van de privacy en uit respect, eerder geopteerd voor gesloten afdelingen voor patiënten die verward zijn of verhoogde controle nodig hebben”, vult Joan De Metsenaere aan.   

Sociale dimensie 

Verpleegkundigen worden weleens geconfronteerd met patiënten die bellen zonder een voor hen duidelijke reden. “Het heeft weinig zin om je daarover boos te maken, ook al kan het storend zijn omdat je voortdurend wordt afgeleid en niet kan doorwerken. Nutteloze oproepen zijn er niet. Door tijd te maken en te luisteren naar de patiënt kom je te weten wat er eigenlijk aan de hand is. ’s Nachts zijn ze soms bang om alleen te zijn, ze hebben wat aandacht nodig. Dan kan je proberen een afspraak te maken en aan te geven dat je om het half uur langs de kamer zult passeren. Als de patiënt je een paar keer zag, is hij wellicht gerustgesteld en zal hij minder bellen. Het is ook zo dat een ziekenhuisopname ingrijpend kan zijn, het haalt de patiënt uit zijn vertrouwde omgeving waardoor hij/zij gemakkelijk verstoord is in ruimte en tijd. Een goede communicatie, een luisterend oor, het herhalen van oplossingen en veel geduld helpen daarbij. We proberen onze verpleegkundigen hierin optimaal te ondersteunen.” 

Geef een reactie