Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Belgische cardiologische primeur dankzij het klinisch gebruik van biologisch afbreekbare stents

Delen

Historisch gesproken kunnen we stellen dat de coronaire angioplastiek een hoge vlucht genomen heeft in de jaren ’80, eerst dankzij de techniek van de ballondilatatie en daarna door het plaatsen van metalen protheses (de zogenaamde ‘stents’). Via een kleine insnijding ter hoogte van de lies stuurt de chirurg een klein ballonnetje naar de plaats waar de ader verstopt is. Verschillende technologische en farmacologische evoluties hebben er echter voor gezorgd dat de eerste stents sterk gemoderniseerd konden worden door ze te doordrenken met verdovende middelen die de wondheling beter laten verlopen. Gedurende de laatste dertig jaar heeft de coronaire angioplastiek een sterke opmars gekend. Deze techniek zorgt niet alleen voor een betere behandeling van hartinfarcten maar ook voor een vermindering van het aantal bypassoperaties. Toch zijn de cardiologen snel tot de vaststelling gekomen dat er een inherente beperking is aan de stenttechniek en dat het noodzakelijk is om “zo weinig mogelijk” metaal in de ader te laten. Hoewel er een spoedig herstel werd vastgesteld bij de patiënten die op deze manier werden geopereerd, is er toch ook wel sprake van een groot aantal nieuwe aanvallen die te wijten zouden zijn aan de microwonden die veroorzaakt worden door de stent. Deze wonden zorgen immers voor littekens die op hun beurt dan weer leiden tot een verstopping van het bloedvat. Metalen stents kunnen eigenlijk het best vergeleken worden met gips: eenmaal de breuk verdwenen is, wordt het gips verwijderd. Metalen stents hebben ook als nadeel dat de kwaliteit van de röntgenfoto’s minder goed is omdat het metaal de röntgenstralen tegenhoudt. Ook kunnen er problemen rijzen tijdens scans of bij kernspinresonantie. Afgebroken na twee jaar Na een ontwikkelingsfase en een reeks studies op de mens, zijn nu farmacologische stents beschikbaar die na twee jaar volledig afgebroken worden en die gebruikt kunnen worden ter behandeling van kransslagadervernauwingen. Het gaat hierbij om protheses die niet meer van metaal zijn, maar wel opgebouwd zijn uit een biologisch afbreekbaar melkzuurpolymeer (melkzuur is een natuurlijk organisch zuur). Dit melkzuur zal de rol spelen van steiger en zorgen voor een heling van het bloedvat gedurende zes maanden. Daarna zal het zuur geleidelijk aan afgebroken worden en volledig verdwenen zijn na achttien maanden. Deze stents moeten uiteraard op een uiterst zorgvuldige manier geplaatst worden. Belangrijk hierbij is om een stent te plaatsen waarvan de diameter precies dezelfde is als die van de ader die opnieuw open is, maar dit is zeker geen gemakkelijke taak aangezien deze stents röntgenstralen doorlaten. Deze techniek zorgt wel voor talrijke nieuwe perspectieven, met in de eerste plaats het feit dat de verwijde ader opnieuw een normale functie zal aannemen na de volledige verdwijning van de stent. Dankzij deze stents zou het voortaan ook mogelijk moeten zijn om een betere radiologische opvolging te waarborgen via een scan van de kransslagader, op voorwaarde natuurlijk dat er geen metaal meer zit in de behandelde ader die de röntgenstralen zou kunnen tegenhouden. Deze nieuwe therapeutische techniek wordt nu aangeboden aan kransslagaderpatiënten van het Erasmusziekenhuis die eerst aangeklopt hadden bij de cardiologische dienst. Niet alleen is het een veelbelovende techniek, maar in de volgende jaren zal waarschijnlijk ook nog eens bewezen worden dat deze toepassing beter is dan gewone metalen stents. Onderzoek heeft trouwens al aangetoond dat de patiënt deze biologisch afbreekbare stents veel beter aanvaardt. De patiënt verdraagt ze dus veel beter, ze verminderen het risico op een chronische ontsteking of op latere tromboses en verhinderen dat het bloedvat opnieuw zou vernauwen. Pascale Pierard

Geef een reactie