Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Blaasinstillaties – Het inbrengen van een vloeistof in de blaas

Delen

Door Karin Elen, referentieverpleegkundige Urologie (Dienst Urologie: UZ Gasthuisberg / Leuven)

 
De letterlijke betekenis van blaasinstillatie is het inbrengen van een vloeistof in de blaas. Deze handeling gebeurt op voorschrift van de arts en wordt uitgevoerd door een verpleegkundige. Deze verpleegkundigen zijn niet noodzakelijk oncologische verpleegkundigen. Het zijn verpleegkundigen die op de dienst urologie werken en een korte opleiding hiervoor hebben gevolgd.
 
Blaasinstillaties worden voor allerlei redenen voorgeschreven. Enerzijds als hulpmiddel om een betere diagnose te kunnen stellen, anderzijds als behandeling van tumoren en interstitiële cystitis/radiocystitis. Als diagnostisch middel wordt een foto-actieve, fluorescerende vloeistof gebruikt die door belichting met blauw licht letsels rood doet kleuren. Dit product wordt minstens 1 uur voor de ingreep toegediend (foto 1). Indicaties om dit product te gebruiken zijn: multifocale tumoren en tumoren groter dan 3 cm, als er voorafgaand een groot risico is voor carcinoma in situ en een recidief van de tumor binnen de 12 maanden.
 
Bij een tumor van de blaaswand wordt er onderscheid gemaakt tussen een niet-spierinvasief en een spierinvasief groeiende tumor. Een spierinvasieve tumor bevindt zich zowel in het blaasslijmvlies als in de blaasspier. Een niet-spierinvasieve tumor bevindt zich alleen in het blaasslijmvlies. Niet-spierinvasieve urotheelcarcinomen, (foto2) stadium Ta en T1 worden behandeld met chemo- en immunotherapie.
 
Chemotherapie kan direct postoperatief voorgeschreven worden, bij voorkeur binnen de 6 uur tot maximum 24uur na TUR blaas. Indien de urine helder is, gebeurt de toediening liefst zo snel mogelijk na de resectie van de tumor. Hieruit kunnen nog verdere sessies volgen als nabehandeling gedurende een aantal opeenvolgende weken.
 
BlaasinstillatieImmunotherapie wordt 4 tot 6 weken na de ingreep als nabehandeling voorgeschreven: 1 maal per week gedurende 6 opeenvolgende weken. Drie maanden later wordt er terug in de blaas gekeken en afhankelijk van de uitslag van de biopten wordt een nieuw onderhoudsschema gestart.
 
Hoewel deze producten, cytostaticum en immunosuppressivum, een totaal verschillende werkingsmechanisme hebben, worden ze voor hetzelfde doel gebruikt, namelijk om het risico op terugkerende tumoren te verminderen. Producten voor het behandelen van interstitiële cystitis worden voornamelijk gebruikt als aanvullende behandeling na een hydrodistentie van de blaas als behandeling van het blaaspijnsyndroom. Het doel van deze producten is ofwel de beschermlaag van de blaaswand -Glycosaminoglycaan of GAG-laag (foto 3)- te herstellen ofwel een ontspanning te geven aan de blaasspier om zo de klachten te verminderen of te stabiliseren.
 
Het is van belang dat de patiënt op voorhand weet dat er een vochtbeperking is 4 à 6 uur voor de toediening van het product. Enkel een glas water bij inname van de ochtendmedicatie wordt aanbevolen. Deze beperking blijft ook tijdens het inwerken van het product. Vocht afdrijvende medicatie wordt bij voorkeur pas een uur na de instillatie genomen. Uiteraard zijn er ook voorzorgsmaatregelen voor verpleegkundigen. Patientenidentificatie en een controle na diagnose, voorschrift en dosering, allergieën en vorige reacties op het product zijn dan ook een must. Voor de katheterisatie gaat de patiënt eerst urineren, mogelijks voor een urinestaal, maar ook ter controle van eventueel residu. Indien er wel een residu is, kan het noodzakelijk zijn om de patiënt na de behandeling nogmaals te katheteriseren.
 
Niet-toxische producten worden op de afdeling zelf klaargemaakt; toxische producten in de apotheek, in de LAF-kast (Laminair Air Flow)( foto 4). Hier is één uitzondering op en dit is BCG dat wel op de afdeling door de verpleegkundige wordt bereid met een veilig gesloten systeem, meegeleverd door de fabrikant van het product (foto 5). De wijze van toedienen van de verschillende producten hangt natuurlijk af van de toxiciteit. Niet-toxische producten mogen toegediend worden in een open systeem (foto 6); toxische in een gesloten systeem, luer-lock connector (foto 7). Tijdens de toediening van niet-toxische producten is het voldoende om als verpleegkundige handschoenen te dragen. Bij toediening van toxische producten volstaat deze bescherming niet en is het noodzakelijk ook een veiligheidsbril en een masker te dragen.
 
Blaasinstillatie UrobelDe afvalverwerking vraagt ook de nodige aandacht. Al het gebruikte materiaal bij toxische producten wordt dan ook verwijderd als risicohoudend medisch afval. Binnen het ziekenhuis zijn hier protocollen en richtlijnen voor uitgeschreven die goedgekeurd zijn door ziekenhuishygiëne en de dienst veiligheid en hygiëne. Ingeval van accidenteel morsen zijn er SPILL KITS voorradig (foto 8). Hier zijn er aparte richtlijnen, afhankelijk van contact van het toxisch product met de huid of het grondoppervlak. Belangrijk is dat dit vermeld staat in het patiëntendossier en dat de zorgverlener een aangifte doet van het werkongeval.
 
Ook worden er verdere instructies gegeven aan de patiënt voor hij naar huis gaat. Zo wordt er gemeld dat de patiënt minstens 1 liter water moet drinken na de instillatie. Handen en schaamstreek worden gewassen tot 6 uur na het uitwateren van het product. Best urineert men zittend om spatten te voorkomen en spoelt men het toilet 2 maal door met een gesloten deksel. Gedurende 2 opeenvolgende dagen wordt aangeraden het toilet dagelijks te reinigen, bij immunotherapie dient dit te gebeuren met javel, bij chemotherapie volstaat een gewone toiletreiniger.
Ook héél belangrijk is dat de patiënt weet dat bij seksueel contact het gebruik van een condoom verplicht is gedurende een week. Indien er sprake is van een zwangere partner wordt het condoomgebruik de hele procedure aangeraden.
 
 
urobel logo
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie