Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Op zoek naar een comfortabele en betaalbare verwarming

Delen

Verwarming in de zorgsector is een hekel punt. Het gaat immers niet zozeer over het stoken en de aanverwante kosten, maar ook en vooral over het ‘comfort’ van de aanwezigen. Hoe kan je ervoor zorgen dat iedereen de warmte als aangenaam ervaart? Heb je plannen voor een renovatie of nieuwbouw, dan is het aangeraden om een oplossing te overwegen die zowel met de verwarmings- als de oververhittingsproblematiek rekening houdt. En wil je het financiële kostenplaatje onder controle houden, kies dan per bouwdeel, zone of type ruimte voor het best passende systeem.
 
Zieke en immobiele mensen hebben nood aan een kamertemperatuur van 23 à 24°C om zich comfortabel te voelen. In een eerste reflex zou je dan ook denken dat ziekenhuizen en zorginstellingen enorm veel moeten verwarmen en dus vooral op zoek zijn naar manieren om dit energieverbruik te reduceren. Maar het omgekeerde blijkt waar te zijn: veelal kampen ze met een probleem van oververhitting of ‘te warm’ en hebben ze veeleer nood aan ventilatie of koeling om de aanwezigen het nodigde comfort te bieden. Jeroen Gellynck, Project Manager Building & Industrial Sites van Technum: “Dit is sowieso altijd het geval in de ‘specifiek medische afdelingen’, zoals operatiekwartiers, labo’s, het CAT-lab, de röntgen- en prenatale afdeling, intensieve zorgen, … Want de apparatuur die daar wordt gebruikt, genereert grote hoeveelheden warmte. Ook keukens kampen met hetzelfde probleem. Maar zelfs in de patiëntenkamers en de publiek toegankelijke ruimtes loopt de temperatuur al snel te hoog op. Dit heeft onder meer te maken met het grote aantal mensen dat in ziekenhuizen aanwezig is. Je moet weten dat één persoon op zich al 50 à 70 watt warmte produceert. Tel daarbij nog alle medische en elektrische apparatuur (tv’s, drankenautomaten, …) die eveneens warmte afgeven. Bovendien zijn ziekenhuisafdelingen per definitie zo compact mogelijk gemaakt en van een goed geïsoleerde buitenschil voorzien, waardoor de interne warmte zich snel opbouwt en zeer moeilijk naar buiten kan. Vandaar dat oververhitting een veel groter aandachtspunt is, vooral in de periode tussen pakweg april en november.”
 

Comfort prioritair aan verbruik

De laatste jaren besteden ziekenhuizen en zorgcentra heel wat aandacht aan hun warmteproductie, wellicht ook gestimuleerd door de regelgeving en de opkomst/subsidiëring van alternatieve oplossingen. Soms wordt er echter minder stilgestaan bij de optimalisering van de warmteafgiftesystemen. Misschien komt dit omdat er nog al te vaak in termen van ‘energieverbruik’ in plaats van ‘comfort’ wordt gedacht. Jeroen Gellynck: “Er dient vooral naar afgiftesystemen gezocht te worden die een warmte genereren die door patiënt, personeel en bezoekers als aangenaam wordt ervaren, in combinatie met het laagste verbruik. Vandaar dat het niet altijd zo’n goed idee is om zomaar overal radiatoren te hangen of het hele gebouw van vloerverwarming te voorzien. Want elk warmteafgiftesysteem heeft bepaalde plus- en minpunten die per type omgeving een verschil op het vlak van comfort en kosten kunnen maken.”
 

Radiatoren blijven goed scoren

Laat ons even de verschillende warmteafgiftesystemen onder de loep nemen. De meest gekende en toegepaste oplossing is nog steeds de radiator. In principe gaat het om een warmtewisselaar: er wordt warm water doorheen het toestel gestuurd, dat zijn warmte aan langsstromende lucht afstaat. Hierdoor geven radiatoren voornamelijk stralingswarmte af, en die wordt door mensen als erg aangenaam ervaren. Qua kostprijs scoren ze erg goed. En aangezien ze in alle mogelijke maten beschikbaar zijn, vallen ze gemakkelijk in de beschikbare ruimte te integreren. Belangrijk: kies wel voor een uitvoering met een regeling, zoals thermostatische kranen die de warmte regelen in functie van de ingestelde vereiste temperatuur. Een nadeel van radiatoren is dat ze vuil kunnen ophopen in geval ze onvoldoende worden gereinigd, en dat is natuurlijk nefast in ziekenhuizen. Daarom worden in dergelijke omgevingen in principe enkel radiatoren zonder convectielamellen gebruikt. Tweede minpunt: ze kunnen natuurlijk enkel en alleen voor verwarming worden gebruikt. Dit betekent dat je een ander systeem voor koeling en verluchting zal moeten implementeren. En precies dat zorgt ervoor dat het uiteindelijke HVAC-prijskaartje de hoogte wordt ingejaagd, zowel qua investering als exploitatie.
 

Convectoren: niet aangeraden

Convectoren zijn ook water/lucht warmtewisselaars (volgens hetzelfde principe van radiatoren). Maar ze geven enkel convectiewarmte af. En dit ervaren de meeste mensen als minder aangenaam. Tevens zijn ze minder hygiënisch dan radiatoren omdat ze meer luchtbewegingen genereren. Hierbij dreigt de convector zelf een stofbron te worden. Om deze twee redenen wordt deze oplossing weinig in ziekenhuizen en zorgcentra toegepast. Een laatste minpunt is dat ze eveneens enkel als warmteafgiftesysteem dienen, waardoor hetzelfde HVAC-probleem optreedt als bij radiatoren.
 

Vloerverwarming: veel pro’s

Vloerverwarming is een derde optie. Vooral zorginstellingen beginnen deze oplossing te implementeren, maar ook ziekenhuizen tonen er belangstelling voor. Heel eenvoudig gesteld gaat het om een systeem waarbij een circuit van kunststof buisjes op de bodem wordt geplaatst, waarop vervolgens chape wordt gegoten. In principe kan het geheel met elk type vloerbekleding worden afgewerkt. Doorheen het circuit wordt warm water gestuurd, dat zijn warmte in de ruimte afgeeft. Jeroen Gellynck: “Vroeger werd de vloer weleens te warm gestookt om de hoge warmteverliezen van de lokalen te compenseren. Vandaag is dat, mede dankzij de strengere regelgeving, gelukkig niet meer het geval.” De vloerstralingswarmte wordt als aangenaam ervaren en de warmteafgifte is gelijkmatig over het volledige vloeroppervlak verdeeld. Dit maakt het mogelijk om de ruimtetemperatuur met 2°C te verlagen zonder een verlies aan comfort. De techniek zorgt trouwens ook voor een betere relatieve vochtigheid, wat eveneens in positieve zin tot het comfortgevoel bijdraagt. Daarnaast is het een erg hygiënisch warmteafgiftesysteem: ze veroorzaakt geen stofverplaatsing en moet nooit worden schoongemaakt. En er zijn bijna geen onderhoudskosten. Indien er tijdens werkzaamheden toch onvoorzien een leiding wordt doorboord, kan dit defect met een technische camera worden opgespoord en gemakkelijk worden hersteld. Bijzonder interessant is dat het water voor vloerverwarming maar tot 30 à 40°C moet worden opgewarmd. Hierdoor valt deze oplossing in de categorie van lage temperatuursystemen die perfect aan een duurzame energiebron (zoals BEO of warmtepomp) kunnen worden gekoppeld. Toch is de combinatie met een traditionele stookketel eveneens mogelijk.
 

Maar ook contra’s…

Er zijn dus veel argumenten die in het voordeel van vloerverwarming pleiten. Maar het blijft wel uitsluitend een warmteafgiftesysteem. Dus moet ook hier in een aparte oplossing voor koeling en ventilatie worden voorzien. Tweede grote nadeel is de langzame responstijd. De laag chape die bovenop de vloerverwarming ligt, zorgt ervoor dat het afgiftesysteem niet snel op plotse weersveranderingen kan reageren. Derde minpunt: wil je in verschillende ruimtes verschillende temperaturen, dan moet je aparte kringen, regelingen en thermostaten installeren, wat de kostprijs de hoogte in stuwt. Ook kan je niet even snel op vloerverwarming overschakelen: de volledige vloerlaag (inclusief chape) moet worden uitgebroken. En ten slotte is er nog het psychologische aspect, vooral bij ouderen, dat niet mag worden onderschat. Omdat de verwarming niet ‘zichtbaar’ is, wordt al snel gedacht dat het onvoldoende warm is…
 

Nog een stapje verder: betonkernactivering

Hetzelfde principe als vloerverwarming kan eveneens in wanden en plafonds worden toegepast. En dat is niet zo’n gek idee. Want als alle oppervlaktes tegelijkertijd warmte uitstralen, is het comfortgevoel maximaal. Enige nadeel is wel dat deze oplossing consequenties heeft naar interieurinrichting, aangezien het circuit buisjes natuurlijk met een laagje beton moet worden bedekt. Mocht je deze oplossing overwegen, dan is het wellicht interessanter om nog een stap verder te gaan en voor betonkernactivering te kiezen. Deze techniek is gebaseerd op oude gebouwen met een grote massa (zoals kerken en kathedralen) die in de zomer altijd aangenaam koel zijn, terwijl het er in de winter nooit erg koud is. Door hun dikke wanden met grote massa reageren deze panden traag op temperatuurschommelingen in de buitenomgeving: ze vormen als het ware een buffer. De warmtelasten die in de ruimte optreden, worden door de koele massieve bouwdelen geabsorbeerd. Door de jaren heen werd de techniek naar de moderne manier van bouwen en het hedendaagse comfort aangepast, waardoor betonkernactivering ontstond. In feite wordt hetzelfde principe toegepast, maar dan met watervoerende leidingen in betonnen vloeren en plafonds. Want beton is door zijn hoog gewicht een uiterst inert materiaal. De hele massa wordt gebruikt om thermische energie op te slaan en af te geven. Door de inertie van deze massa ontstaat een grote spreiding van afgifte.
 

Economisch en comfortabel

Zolang de ruimtetemperatuur lager is dan het water in de leidingen, wordt het gebouw verwarmd. En wanneer ze hoger is, start de koeling. Hiermee komen we op het grote voordeel van betonkernactivering: ze genereert zowel warmte als koelte. Met water van minder dan 30°C kan een aangename warmte worden geproduceerd. En omgekeerd kan er met water van vrij hoge temperatuur (circa 16°C) een efficiënte koeling worden verkregen. Vandaar dat de techniek meestal aan een geothermische oplossing (BEO) wordt gekoppeld, alhoewel de combinatie met klassieke systemen of ijswatermachines eveneens tot de mogelijkheden behoort. Een laatste pluspunt is dat betonkernactivering zo goed als geen onderhoud vereist (in tegenstelling tot gewone aircosystemen) en de hoogste graad van hygiëne biedt. Ze genereert geen tocht en aangezien er geen luchtcirculatie is, behoren ook het risico op het sick building syndroom of de overdracht van bacteriën, stofcirculatie en droge lucht (bij verwarmen) tot het verleden. Er is tevens minder electrosmog doordat er minder elektrische leidingen zijn. Het betreft trouwens een onzichtbare oplossing, wat esthetisch mooier is. Ten slotte werkt betonkernactivering geluidsloos: gedaan met kloppende verwarmingsleidingen en zoemende airco’s.
 

Andere kant van de medaille

Natuurlijk is het niet allemaal goud wat blinkt. Om het beoogde resultaat en rendement te bereiken, is het noodzakelijk dat het gebouw erg goed is geïsoleerd. Er wordt het best ook een zonnewering aangebracht om de warmtelast in de zomer te beperken. Met andere woorden: het ontwerp van het pand dient integraal (architectuur, structuur en technieken) te gebeuren. Het is evident dat deze techniek enkel in nieuwbouwprojecten kan worden geïmplementeerd. En ten slotte is het een systeem dat erg langzaam werkt. Zomaar de knop aanzetten om warmte of koude te genereren, is niet aan de orde. Zelfs het verhogen of verlagen van de ingestelde temperatuur met 1°C kan al snel enkele uren in beslag nemen. Dit komt omdat de structuur van het gebouw de warmte of koude eerst moet opnemen vooraleer ze deze kan afstralen. Vandaar dat betonkernactivering minder goed geschikt is voor gebouwen met pieken in de warmte- of koelvraag, zoals woningen. Maar voor panden met een continue koude- of warmtevraag, zoals ziekenhuizen en zorgcentra, is het echt wel een interessante oplossing. Ten slotte nog twee kleine minpuntjes: de techniek laat niet toe om de temperatuur in elke ruimte afzonderlijk te regelen en ze kan niet met valse valse plafonds of verhoogde vloeren worden gecombineerd.
 

Luchtverwarming: drie vliegen in één klap

Een totaal andere optie is luchtverwarming. In eerste instantie zou je denken dat deze vanwege tocht- en hygiëneproblemen niet in een ziekenhuis of zorgcentrum thuishoren. Maar de huidige systemen zijn (bij een efficiënt en regulier onderhoud van de filters en kanalen) zeker veilig genoeg. Jeroen Gellynck: “Bovendien is er sowieso een verplichting om te verluchten. Waarom zou je hetzelfde systeem dan niet gebruiken voor verwarming en koeling? Uiteindelijk komt het neer op het verhogen van de capaciteit van de verluchtingsinstallatie zodat er meer lucht kan worden gebruikt dan enkel voor de ventilatie noodzakelijk is.” Het grote nadeel van dit systeem is dat het als minder comfortabel wordt ervaren omdat er warmte of koude in de ruimte wordt ‘geblazen’. De techniek zorgt er tevens voor dat de lucht droger wordt, wat op zich misschien wel gezonder is (minder kans op bacteriegroei), maar helaas als oncomfortabel wordt aangevoeld. Daarnaast vergt luchtverwarming veel onderhoud. Vooral de filters moeten nauwgezet in het oog worden gehouden, zeker als de lucht bijkomend wordt bevochtigd.
 

Infrarood: interessant of niet?

Ten slotte is er nog een oplossing waarover de meningen momenteel heel erg verdeeld zijn: infraroodverwarming. Volgens veel deskundigen is dit systeem té duur naar verbruik toe, terwijl anderen dan weer stellen dat het een economische manier is om te verwarmen aangezien enkel in infraroodpanelen moet worden geïnvesteerd (ongeveer dezelfde prijs als een radiator) en er heel lokaal kan worden verwarmd. Hoewel infraroodverwarming al meer dan vijftien jaar wordt gecommercialiseerd, begint ze nu pas doorgang te vinden. Lange tijd vreesden veel mensen immers dat de techniek schadelijk is voor de gezondheid. En dat kan inderdaad het geval zijn bij kortegolfstraling, waar langdurige blootstelling schade aan de huid en ogen kan veroorzaken. Vandaar dat dergelijke toestellen in ziekenhuizen en zorgcentra alleen voor badkamers en douches interessant kunnen zijn. Dat kortegolf-infrarood nog altijd (ondanks de risico’s) wordt toegepast, heeft alles te maken met het grote rendement van deze toestellen. Kortegolfstralen bereiken het menselijke lichaam immers heel snel, waardoor het beoogde warmte-effect wordt bereikt aan een minimale energiekost. En wanneer de blootstelling niet erg lang is, blijkt de oplossing toch voldoende veilig te zijn. In deze context worden deze infraroodpanelen het best aan de lichtschakelaar, een timer of bewegingssensor gekoppeld, zodat ze enkel warmte genereren wanneer dat nodig is. Er wordt trouwens gewerkt aan infraroodverwarming met sensoren. In ziekenhuizen en zorgcentra zouden deze dan bijvoorbeeld in reeks tussen het bed en de bijhorende badkamer kunnen worden geplaatst. Wanneer de patiënt naar het toilet moet, zorgt de aanwezigheidsdetectie ervoor dat het paneel waaronder de persoon zich bevindt, razendsnel inschakelt (terwijl de voorgaande meteen uitschakelt). Op die manier voelt het alsof er doorlopend verwarming is, terwijl telkens maar één paneel warmte genereert (wat het verbruik drastisch reduceert). Ook wordt volop geëxperimenteerd met reflecterende isolatie en verven die ervoor moeten zorgen dat de infraroodgolven niet meer doorheen de muren en ramen verdwijnen, maar worden teruggekaatst. Dit zou eveneens voor een grote energiereductie kunnen zorgen. Hetzelfde principe van reflecterende verven en isolatie kan trouwens ook op de buitenmuren worden toegepast om zonnestralen (= infraroodwarmte) terug te kaatsen, zodat ze het gebouw niet binnendringen en het tijdens de zomer fris blijft.
 

Het overwegen waard

Investeren in andere warmteafgiftesystemen dan het klassieke type zal niet de grote energiebesparing opleveren. Maar het kan wel degelijk rendabel zijn, zeker als je kiest voor een oplossing die met alle comfort- en energieaspecten op het vlak van verwarming, ventilatie en koeling rekening houdt en die elk type ruimte met het meest gepaste systeem uitrust…
 

Tags:

Geef een reactie