Typ om te zoeken

In the spotlight Techniek Ziekenhuizen

Conditiemetingen volgens NEN 2767 in opmars in Vlaanderen

Delen

NEN 2767 is een van oorsprong Nederlandse normering voor de persoonsonafhankelijke conditiebepaling van bouw- en installatiedelen, zonder werkingstesten. Ze vormt de basis voor een gestructureerde rapportering van de gebreken aangetroffen tijdens een uitwendige visuele inspectie.

Elk aangetroffen gebrek wordt geëvalueerd volgens drie parameters: ernst, omvang en intensiteit. Samen leiden zetot een score van 1 tot 6. Daarbij staat 1 voor een uitstekende en 6 voor een zeer slechte conditie.

Naast de conditiescore is er ook een risico-inschatting van de gebreken. Deze inschatting vermeldt de mogelijkegevolgen wanneer de gevonden gebreken niet wordenweggewerkt. Op basis van de score en de inschattingsamen kunnen de wenselijke onderhoudsniveaus worden bepaald. “We hanteren hierbij de aspect-standaard prioriteitenmatrix van de NEN-norm. In functie van de eisen van klanten kunnen we die naar behoefte aanpassen,”legt Karel Asnong uit, projectmanager bij onderhoudsbedrijf Veolia.

Risicomatrix

Bepaalde risicosituaties kunnen leiden tot verstoringenin het gebruik van een gebouw of tot meerkosten door vervolgschade. De risicomatrix beperkt zich niet tot technisch meetbare gevolgen. “Hij houdt ook rekening met onder meer de veiligheidsrisico’s voor personen, de esthetische beleving, het mogelijke verlies van cultuurhistorisch waardevolle gebouwdelen en de toename van reparaties op grond van klachten van gebouw gebruikers,”licht Asnong toe. “Gebreken zoals verkleuring, vergeling, vervuiling of bekladding kunnen ergernis oproepen en afbreuk doen aan het imago van een organisatie.”

Nederlandse achtergrond

De esthetische aspecten lijken minder toepasselijk voor technische installaties, die doorgaans uit het zicht vanbezoekers en van de meeste gebruikers blijven. “Dit heeft te maken met de historische achtergrond van de norm. De NEN 2767 kwam, op basis van een gelijkaardige methodiek uit het verenigd Koninkrijk, tot stand inNederland. Woningbouw is daar veel minder dan bij ons een individueel gebeuren. Nederland kent een cultuur van grote wooncorporaties. De norm is er ontwikkeld om het de ‘housing conditioning services’ mogelijk te maken inspecteurs onafhankelijke conditiemetingen uit te voeren, niet alleen van de technische installaties, maar ook van de gebouw schil.”

Naast Nederland bestaat er een vergelijkbare norm in Scandinavië. “Met een iets eenvoudigere scoretabel,”weet Asnong. “De Europese Commissie werkt intussenaan een Europese norm. De Vlaamse overheid heeft al de Nederlandse norm overgenomen en er een Vlaamskwaliteitslabel aan toegevoegd. Daarmee wou ze vooral voorkomen dat er een kakafonische wildgroei ontstond, zoals het bij de EPC-controles was gebeurd. Overigensgebruikt Vlaanderen wel meer eerder in Nederland oppunt gestelde normen.”

Karel Asnong behoorde tot de eerste lichting die zich in België liet certificeren als NEN 2767-inspecteur. “De certificering gebeurt op naam van een persoon, maar het zijn vooral dienstverleners zoals wij en technische studiebureaus die hun medewerkers door BCCA lietencertificeren. BCCA (Belgian Construction Certification Association) is een vzw, die via examens de beroepscom-petentie van personen attesteert.”

Persoonsonafhankelijk

De NEN 2767-norm zelf spreekt niet over de bekwaamheid van de inspecteurs, maar brengt uniformiteit in de inspecties, door gebruik te maken van vastgelegde standaard gebrekenlijsten per type installatie. “Bij vroegere inspecties bestond er geen uniforme score tabel en werden beoordelingen uitgevoerd op buikgevoel. De inspecteurs zagen weldezelfde gebreken, maar kenden ze niet altijd hetzelfde belang toe. Dit maakte de rapportering subjectief, want sterk afhankelijk van de afweging door de inspecteur diehaar opstelde.

Bij de uitvoering van een NEN 2767-conditiemetingworden er geen werkingstesten uitgevoerd. “Dikwijls vragen klanten ook extra info, zoals de parameters voor de ideale afstelling. Maar dit vergt een heel andersoort inspectie. NEN 2767 beperkt zich tot de visueelvaststelbare gebreken. Het is wel zo dat meer en meergebruikers vragen naar een conditiemeting volgens de NEN-norm. Dat is vooral voor overheden met een groot gebouwenpatrimonium, zoals de stad Antwerpen, het geval.”

Uitvoerige toelichting

“De NEN 2467-rapportering omvat niet alleen snel afleesbare scores,” onderstreept Asnong. “Er is ook een uitgebreide toelichting, zodat het geheel een lijvig document kan vormen. Ik vind die toelichting erg belangrijk, zeker voor grote complexen. Met uitsluitend scores bestaat daar het gevaar dat je door de bomen het bos niet meer ziet.”

De conditiemeting houdt ook rekening met de veroude-ring van installaties, tenzij de opdrachtgever dit voorafuitsloot. Ze moet de gebruikers een beeld geven van detoestand van hun installaties (en gebouwen). “Zo weten ze welke budgetten ze in hun meerjarenplanning moe-ten reserveren voor de vervanging ervan. Of om ruimop tijd de herstelling in te plannen. Want eigenlijk is het de bedoeling van de metingen dat de toestand nooit zoslecht mag worden dat acute vervanging zich opdringt.”

Nulmeting

“Ook voor onderhoudsbedrijven zoals Veolia is deconditiemeting nuttig. Ze maakt duidelijk welke correctieve of preventieve ingrepen we op korte termijn zullen moeten doen. We zien de vraag naar conditiemetingen ook toenemen in de lastenboeken van nieuwe onderhoudscontracten voor technische installaties. Een nulmeting geeft beide partijen een objectief beeld van de toestand vlak voor het begin van het contract. Dat contract bepaalt ook dikwijls in welke staat ze op het einde van de looptijd moeten verkeren, rekening houdend met de normaal aanvaardbare slijtage en veroudering. Rond de einddatum volgt dan een nieuwe meting. Uiteraard is het mogelijk en zelfs wenselijk om tussentijds extra metingen in te lassen. Maar het is op basis van de eindmeting dat wordt afgeleid of de dienstverlener de HVAC- en elektrische installaties in de contractueel overeengekomen toestand teruggeeft.”

Geef een reactie