Typ om te zoeken

ICT

De lange weg naar standaardisering van patiëntgegevens

Delen

Huisarts Leo Geudens over communicatie tussen huisarts en ziekenhuis

 
Als gepensioneerd huisarts is Leo Geudens ICT-coördinator voor de Huisartsenvereniging Regio Turnhout en kernlid bij het ICT-kennisdomein van Domus Medica – de koepel voor de huisartsen. Hij is initiatiefnemer van een aantal projecten voor geïntegreerde zorg in Turnhout samen met het AZ Turnhout en andere regionale zorg- en welzijnsorganisaties. Geudens volgt de ontwikkelingen op rond VitaLink, het communicatieplatform van de Vlaamse overheid voor digitaal kennisdelen in de eerste lijn tussen zorgverleners en patiënten, en alles wat er beweegt rond eHealth en mHealth. Actual Care vroeg hem naar zijn visie op het vlak van de communicatie tussen huisarts, ziekenhuis en specialist én de toekomstige rol van de huisarts.
 

Dokter Geudens, hoe kunnen huisartsen samenwerken met ziekenhuizen om de continuïteit van de patiëntenzorg te waarborgen?

“Er gebeurt nog heel veel – té veel – op papier. De meeste huisartsen verwijzen een patiënt door op basis van een verwijsbrief, al dan niet op basis van uit het patiëntdossier geëxtraheerde data die in een sjabloon wordt gezet en afgedrukt. Er bestaat al een mogelijkheid om een elektronische verwijzing te doen en die via de eHealthbox via Hector (HealthConnect) of via MediMail – die de elektronische brievenbus beheren – naar het ziekenhuis te sturen. Een handige oplossing is de introductie van de e-forms, elektronische sjablonen op vraag van de ziekenhuizen ontwikkeld door onder meer HealthConnect. Gestandaardiseerde verwijzing kan op die manier  gebeuren: een preoperatief dossier, een verwijsbrief voor medische beeldvorming of voor aanvragen voor tegemoetkomingen voor personen met een handicap. Die e-forms extraheren een deel van de patiëntdata uit het EMD en kunnen zo naar de specialist in het ziekenhuis of een andere dienst verstuurd worden. Het verschil is dat de inhoud van de e-forms bepaald wordt door de ontvanger (meestal de specialist) en dat ze er voor elk pakket zoals Medidoc, HealthOne of CareConnect alvast gestandaardiseerd uitzien.”
 

Hoe zou het ideaal kunnen of moeten?

“We gaan naar een systeem waarbij voor de one-to-one elektronische communicatie de eHealthbox zal worden gebruikt. Een probleem is dat binnen de ziekenhuizen de meeste software nog niet in staat is om de verschillende postbussen van specialisten in het ziekenhuis te beheren en te linken. Je kan als huisarts via eHealth wel elektronisch communiceren  met een bepaalde dienst binnen het ziekenhuis, maar verder doorlinken naar de betrokken specialist is vaak nog een groot probleem. Er zijn experimenten geweest van de huisartsenkringen om patiënten elektronisch door te verwijzen naar de diensten medische beeldvorming – omdat dat vaak een standaardverwijzing is – maar in verschillende ziekenhuizen bleek de aanvraag te ‘stranden’ in plaats van gedeeld te worden binnen het informatiesysteem.”
 

In 2015 werd er geïnvesteerd in de informatisering van de ziekenhuizen door de overheid, die nu meestal wel een eigen EPD aan het ontwikkelen zijn, waarbinnen de mogelijkheid om op een goede manier van die eHealthboxen gebruik te maken voorzien is. Standaardisering blijft wel een groot probleem.

“Zeker”, beaamt Leo Geudens. “Neem een specialist die een huisarts verslag uitbrengt: het ziekenhuis maakt een ontslagbrief waarvoor de meeste ziekenhuizen een tekstverwerker gebruiken voor een verslag waarin alle gegevens worden bijeengebracht. Dat verslag wordt meestal in Word-formaat opgesteld en dan via de e-brievenbus (e-Healthbox) naar de huisarts verstuurd. Dat komt in de inbox en de huisarts kan dat integreren in zijn dossiersysteem. Maar zelfs labogegevens zijn in die brief meestal opgesteld in platte tekst en komen zo in het dossier van de huisarts terecht. Die kan die gegevens dus niet automatisch vergelijken met gegevens in zijn dossier. Cholesterolwaarden die de huisarts zelf bepaald heeft, kan hij niet in één oogopslag vergelijken met cholesterolwaarden gemeten door de specialist.

“Het is de bedoeling om over te stappen naar het universeel coderingssysteem SNOMED.”

 
Gebruiksvriendelijke terminologiestandaarden ontbreken om op een uitwisselbare manier data uit te wisselen. Voor facturatie naar het RIZIV gebruiken de ziekenhuizen coderingssystemen als ICD-10 of ICD-9, maar deze zijn meestal nog niet geïntegreerd met het eigen elektronisch patiëntendossier en te complex voor gebruik in de huisartsenpraktijk. Huisartsenpakketten kunnen ICPC gebruiken, maar dit coderingssysteem is te weinig specifiek voor specialistische zorg. Het is nu wel de bedoeling om over te stappen naar het universeel coderingssysteem SNOMED, wat vermoedelijk de internationale standaard zal worden. Niet  alleen voor ziekenhuizen, maar ook voor zorggerelateerde beroepen als kinesisten of diëtisten. Probleem is dat het een complexe database is en dat er op eHealthniveau onvoldoende in geïnvesteerd wordt. Het is dus voor de lange termijn. Het Vlaamse decreet gegevensdeling van drie jaar geleden was dus  eigenlijk wat voorbarig, want de technologie staat nog lang niet op punt en dit belet  dat patiënten op korte termijn vlot toegang zullen hebben tot hun medische gegevens.”
 

Hoe ziet u de rol van de huisarts evolueren met de opkomst van mHealth en eHealth?

“In 2012 werd er een roadmap eHealth gelanceerd, in 2015 is die geactualiseerd, onder meer door de snelle opkomst van mHealth. Een van de belangrijke aandachtspunten is het gedeeld multidisciplinair patiëntendossier. Men wil komen tot een oplossing waarbij patiëntinfo voor het hele zorgteam beschikbaar is via een gedeeld multidisciplinair patiëntendossier. Daarvan is dankzij VitaLink al een klein deel raadpleegbaar.”
“Het gedeelde patiëntendossier moet het centrale punt zijn waarrond  eHealth verder uitgebouwd  kan worden.”
 
“Via Summarized Electronic Health Record (Sumehr) bestaat er een elektronische samenvatting van het medisch dossier met minimale gegevens, zodat een arts snel je gezondheidstoestand kan inschatten. Vitalink biedt ook al inzicht in vaccinatiegegevens (Vaccinet) en data van het Centrum voor Kankeropsporing, voor een aantal patiënten is er ook al een gedeeld medicatieschema. Al die componenten moeten samen het gedeelde patiëntendossier gaan vormen. Patiënt en mantelzorgers moeten ook toegang kunnen krijgen tot dat dossier. Dat dossier moet het centrale punt zijn waarrond  eHealth verder uitgebouwd  kan worden. Via apps of devices moeten ook  resultaten van telemonitoring kunnen geregistreerd worden. De huisarts zal waarschijnlijk een belangrijke rol spelen in het tot stand komen van dit  gedeeld multidisciplinair patiëntendossier en kan op die manier beter de rol van zorgcoach voor de patiënt opnemen. Voor ingewikkelde pathologieën zal hij een centrale rol spelen in een zorgteam met apotheker, specialisten, verpleegkundigen, diëtisten en kinesisten…”
 
“De patiënt kan samen met zijn huisarts binnen het zorgteam ook anderen aanduiden als zorgcoach. De tendens is sowieso om de patiënt meer zijn eigen zorg te helpen organiseren. Voor echt ingewikkelde dossiers denkt men aan het introduceren van een nieuwe functie of rol. Deze case manager zou dan  iemand zijn die buiten het zorgteam staat, en zowel de gezondheids- als de welzijnszorg voor de patiënt coördineert. Dit kan mogelijk een opdracht zijn voor ziekenfondsen en/of OCMW’s. De bedoeling van geïntegreerde zorg is om het subsidiariteitsbeginsel in de zorg te gaan doorvoeren: de juiste zorg op het juiste niveau. Dit zal ongetwijfeld een verschuiving teweegbrengen: van residentiële naar thuiszorg, van de tweede naar de eerste lijn. Verpleegkundigen zullen taken gaan opnemen die nu door huisartsen worden vervuld en de patiënt zal zelf een groter deel van zijn zorg zelf gaan opnemen.”
 

Vindt u die hele evolutie positief voor het beroep van huisarts?

“Jazeker, al moeten er aangepaste financieringsvormen ontwikkeld worden. De weerstand tegen innovatie heeft vooral daarmee te maken. Financiering is nu nog in grote mate gebonden aan prestaties. Zorgverleners zijn bezorgd dat ze door de verschuiving van taken minder patiënten te zien zullen krijgen, en dus minder prestaties zullen kunnen in rekening brengen.
 
“Verpleegkundigen zullen taken gaan opnemen die nu door huisartsen worden vervuld.”
 
“Voor bijvoorbeeld teleconsulting bestaat er nog geen nomenclatuur. Daarom willen artsen al hun  patiënten nu nog steeds op consultatie blijven zien. De intentie om te innoveren is er wel, maar het ligt moeilijk. Kijk maar naar de gedeeltelijke indexblokkering die nu is doorgevoerd en die op zoveel weerstand stoot. Eigenlijk probeert de minister al jaren een nieuwe financieringsvorm op te zetten, meer forfaitair, met subsidiariteit – maar alles gaat hand in hand. Zorgverleners  moeten openstaan voor  andere vormen van financiering. Van lineaire besparingen moeten we eerder naar een ander zorgmodel mét, onvermijdelijk, meer digitalisering.”
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie