Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

De toekomst van de zorgbouw: de roep om innovatie

Delen

Nieuwe visie op zorg

Als er één iemand is die innovatie in de zorgsector wil bevorderen, is het wel Jo Vandeurzen. Hij maakte onlangs 200.000 euro vrij voor de ontwikkeling van innovatieve woonzorgmodellen. Via de realisatie van vijf exemplarische pilootprojecten wil hij de broodnodige vernieuwing van onze woonzorginfrastructuur definitief op gang trekken. Vandeurzen rekent hiervoor op de creatieve oplossingen van architecten en initiatiefnemers die behalve op het vlak van zorgverlening ook een meerwaarde betekenen op het vlak van architectuur en ruimtelijke ordening. “In de zorg- en welzijnssector zijn er de laatste jaren heel wat evoluties merkbaar: ontkokering, geïntegreerde zorg, vermaatschappelijking van zorg, enz. We evolueren van ‘instellingen’ naar vormen van ondersteund wonen, wat betekent dat er vraag is naar concepten, voorzieningen en woonvormen die je toelaten om die nieuwe visie op zorg te concretiseren. We gaan meer en meer naar open, op de omgeving gerichte complexen die – anders dan vroeger – niet misstaan in een stedelijke omgeving.” Vandeurzen hamert er wel op dat innovatie enkel kan gedijen als deze zorgvisie primeert op het economische aspect: “De woonzorgsector is voortdurend onderhevig aan allerhande evoluties en innovaties en de steeds nadrukkelijkere vraag om die nieuwe concepten in te bedden in een groter geheel in plaats van ze te groeperen in geïsoleerde zorgeilanden. Nieuwe woonzorgcentra moeten de zorgvisie van de toekomst al voor een stuk uitstralen. Momenteel is dit echter nog te weinig het geval doordat de focus soms te veel op het rendement van de immobiliënoperatie ligt. Innovatie begint met andere woorden bij het vinden van een gedreven initiatiefnemer die de knowhow en het strategisch inzicht heeft om het zorginhoudelijke te koppelen aan kostenefficiëntie.”

Afremmende regelgeving?

Oswald Devisch deed met onderzoeksgroep ARCK (Provinciale Hogeschool Limburg) onderzoek naar innovatieve ruimtelijke zorgconcepten, en dit met de bedoeling om tendensen in de architectuur en de ruimtelijke vormgeving te koppelen aan actuele maatschappelijke fenomenen zoals zorg en vergrijzing. Devisch wijst er echter op dat er verschillende elementen zijn die innovatie in zorgprojecten afremmen. Een van deze elementen is de professionalisering van de zorgsector: “Bepaalde initiatiefnemers zijn zo geprofessionaliseerd dat ze liefst vasthouden aan een bepaalde formule die hen – vooral qua rentabiliteit – uitstekend uitkomt. Voor initiatiefnemers die innovatief willen zijn is het dan ook moeilijk om op te boksen tegen die economische succesformules. Voorts vormen de regelgevingen en procedures via dewelke de bouw van een zorginstelling dient te verlopen een grote hinderpaal. Ze zijn dikwijls zo stringent dat ze de bewegingsvrijheid van ontwerpers en initiatiefnemers danig beperken. De nood aan subsidies maakt initiatiefnemers in zekere mate afhankelijk van het VIPA, waardoor er met andere woorden geen ruimte is voor de veranderende wensen van zorgvragers. Een kwalijk feit, want we zullen de vergrijzing enkel op een degelijke, efficiënte manier kunnen opvangen via de ontwikkeling van nieuwe woon- en zorgtypologieën. Onze vertrouwde zorgconcepten zijn immers ontstaan vanuit de medische behoeften van de bewoners, terwijl het nu toch wel duidelijk wordt dat het eerder de woonbehoefte is die zou moeten primeren.” Peter Cornoedus (PCP Architects) meent dat het niet de regelgeving op zich, maar de normatieve toepassing ervan is die innovatie in de weg kan staan: “Nu word je beoordeeld na voorlegging van een ontwerp met bouwlocatie, aantal vierkante meters, de exacte hoeveelheid kamers, enz. Maar zo ga je voorbij aan die echte kwaliteit. Je moet over die kwaliteit kunnen praten voor je begint te ontwerpen, en die kans wordt ons nu niet gegund. In plaats van gedurende kwalitatieve evaluaties te bekijken hoe je een specifieke nood op een bepaalde manier kan invullen, versmallen we het kader door de beoordeling pas later – op basis van het ontwerp – door te voeren.”
Concreet? Maar wat betekent dit dan concreet, dat ‘innovatief zijn’? Welke vernieuwingen kunnen bijdragen tot het beter functioneren van woonzorgcentra en onze samenleving in het algemeen? Welke vernieuwingen zouden de architecten in het panel graag gerealiseerd zien?
Peter Cornoedus geeft een eerste aanzet: “Wat van cruciaal belang is, is dat we de zaken eindelijk eens vanuit een breder kader (de omgeving, de specifieke context, enz.) zouden moeten benaderen. Met de spreiding van de locaties moeten we – zowel in binnenstedelijk als buitenstedelijk gebied – veel doordachter omgaan. En we zouden het dus moeten aandurven om de kwaliteit van een project veel vroeger te beoordelen. Je moet die kwaliteit vastleggen voor je begint te ontwerpen, en niet pas als het aan de huidige normatieve regelgeving voldoet. Jo Berben (a2o) haalt twee andere punten aan: “De grootste uitdaging bestaat er volgens mij in om de zorg dichter bij de mensen te brengen. Het cruciale momentum om dat op een degelijke manier te doen, is volgens mij nu aangebroken. Een tweede grote uitdaging wordt volgens mij de slimme herbestemming van gebouwen, locaties en sites tot moderne zorginfrastructuur, zodat we terdege hybride programma’s kunnen realiseren en lokale verwevenheid kunnen nastreven.”

Vastgoedwaarde en personeelsbeleid

Voor Jorden Goossenaerts (RDBM) moet de focus meer op vastgoedwaarde komen te liggen: “Ik zou vooral pleiten voor het herbestembaar maken van ons vastgoed, voor het ontwerpen van slimme casco’s die het ons zullen toelaten om uiterst flexibel met onze ruimtelijke ordening om te gaan. Er is volgens mij maar één manier om dit te bewerkstelligen, en dat is het loskoppelen van het bouwprogramma en het vastgoed an sich. Deze manier van denken passen we vooralsnog veel te weinig toe. Voorts zou ik de subsidies voor zorgbouw aanwenden om het verschil in grondprijzen tussen buitengebied en stads- en dorpskernen recht te trekken, zodat we woonzorgcentra eindelijk een logisch en volwaardig deel van het gemeentelijk of stedelijk geheel kunnen maken.” Alfredo De Gregorio (De Gregorio & Partners) sluit zich aan bij Goossenaerts (“Vastoed is belangrijker dan design.”), maar vindt dat er ook op het vlak van personeelsbeleid nog heel wat vernieuwing mogelijk is: “Ik verwijs naar De Nieuwe Kaai in Turnhout, dat eerder een charmehotel dan een zorginstelling is. Behalve op ruimtelijk vlak is de uitbater er ook op operatief vlak bijzonder vernieuwend: hij heeft niemand van zijn verplegend personeel voltijds in dienst genomen. Enerzijds is dit – gezien de aanzienlijke belasting die het werk met zich meebrengt – gunstig voor de verplegers, anderzijds creëert die uitbater hiermee een eigen reservepoel, zodat hij het afwezige personeel perfect kan vervangen en dus nooit op zoek moet naar dure en meestal minder rendabele interims. Dit is op zijn beurt ook veel fijner voor de bejaarden zelf, net omdat ze steeds die vertrouwde gezichten zien. Iedereen vergeet dat een goede exploitatie staat of valt met het geluk van de mensen die er werken, vooral ook omdat zij bij uitstek de mensen zijn die dat geluk kunnen overdragen op de bewoners.”

Rol van architecten

Academisch researcher Oswald Devisch vindt dat we innovatie moeten faciliteren door lokale overheden beter op de hoogte te stellen van vernieuwende zorgconcepten: “Ik zou gemeentelijke ambtenaren inspireren via de concrete illustratie en visualisatie van innovatieve zorgprogramma’s. Architecten moeten hen tonen wat mogelijk is. Er zijn waarschijnlijk wel heel wat initiatiefnemers die iets totaal anders willen, maar die simpelweg niet weten wat er allemaal kan.” Het laatste woord in het panelgesprek was aan minister Vandeurzen, die aangaf dat hij rekent op ondernemende initiatiefnemers en creatieve architecten om de vernieuwingsoperatie mee in goede banen te leiden: “Voor mij is het zeer
belangrijk dat mensen die architect of ruimtelijk planner zijn mee proberen te denken over hoe we onze zorg kwaliteitsvol kunnen organiseren. Er komen immers veel zaken bij kijken die via een goed ontwerp een heel stuk te verbeteren zijn: nabijheid van mensen en link met de omgeving, het woongegeven, de werking van het personeel, het bedrijfseconomisch functioneren, enz. De senior van morgen is ook niet de senior van dertig jaar geleden, en een goed woonzorgcentrum is uiteraard meer dan een bundeling van een aantal mooie kamers. Ontwerpers moeten in de discussie rond innovatie in de zorg een belangrijke bijdrage kunnen leveren, zodat de aanwezige nood aan innovatieve zorginfrastructuur op de best mogelijke manier kan worden ingevuld.” i.s.m. Architectura.be (www.architectura.be) Streamer “Er is nood aan slimme, flexibel in te richten casco’s met een hoge vastgoedwaarde.”

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie