LADEN

Typ om te zoeken

Finance

De uitdagingen van budgetbeheer in de zorgsector

Delen

Ludo Splingaer is algemeen directeur van RevArte. Daarvoor was hij financieel directeur bij AZ Klina. Hij staat stil bij de uitdagingen van budgetbeheer.
 
Wat zijn de belangrijkste factoren die de financiële stromen van een ziekenhuis beïnvloeden?
Ludo Splingaer: “In een ziekenhuis zijn er heel veel financiële stromen. Er is aan inkomstenzijde het ‘Budget Financiële Middelen (BFM)’ dat grotendeels per maand wordt uitbetaald. Het is een regelmatige factor, maar de som geld staat pas vier maanden later op de rekening omdat de overheid een achterstand heeft. Elk ziekenhuis moet dus een voorfinanciering doen en heeft intussen wel de verantwoordelijkheid om personeelskosten te betalen, om producten aan te kopen enzovoort. Deze belangrijke stroom wordt bovendien twee keer per jaar herzien. Er wordt een nieuw budget berekend, factoren zijn bijvoorbeeld de soorten pathologie die je behandelde, het aantal verantwoorde bedden enzovoort. Zoiets kan voor grote verrassingen zorgen. Als je een periode van mindere activiteit hebt, kan dat enkele jaren na de feiten tot een flinke daling van de inkomsten zorgen. Ziekenhuizen worden ook gerangschikt. Hoe zwaarder de pathologie, hoe meer geld je krijgt. Als je zakt in de rangorde daalt het budget. Het verschil kan oplopen tot enkele miljoenen euro.”
 
Wat zijn andere inkomstenbronnen?
“Er zijn de honoraria van de artsen en paramedici. Ook geneesmiddelen en medische materialen spelen een rol. Die uitgaven worden aan de mutualiteiten gefactureerd, de snelheid waarmee je dat doet heeft impact op de geldstroom. Het lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet omdat je veel gegevens moet samenbrengen die je ook nog moet valideren. Daarnaast is er ook de facturatie aan patiënten. Er zijn ook subsidies mogelijk, bijvoorbeeld voor renovatie of nieuwbouw, of voor bepaalde vormen van tewerkstelling. Een ziekenhuis kan ook inkomsten halen uit de parking, het restaurant, automaten enzovoort.”
 
Wat kunnen de cijfers aan inkomstenzijde duidelijk maken?
“Er zijn enkele risicofactoren, zoals het vaststellen van het budget en de snelheid waarmee mutualiteiten uitbetalen. Heel wat ziekenhuizen schakelen over naar elektronische patiëntendossiers. Dat kan voor een overgangsperiode zorgen waarin facturatie tijdelijk stilvalt, wat impact heeft op de stabiliteit van de geldstromen. Ook de voorfinanciering vergt aandacht. Dat is zeker het geval bij het ‘Budget Financiële Middelen’, je weet niet wanneer de herziening verrekend wordt. Er is bijvoorbeeld ook de arbeidsduurverkorting die dateert van 2012, maar de overheid talmt met de betaling, het gaat immers om heel grote bedragen. Als financieel directeur weet je niet wanneer je dergelijke inkomsten in het budget kan opnemen. De overheid beseft dit, maar gaat er van uit dat een ziekenhuis voldoende liquiditeiten heeft. Globaal genomen klopt dat, maar de verschillen tussen ziekenhuizen onderling zijn gigantisch.”
 
Dit najaar was er het bericht dat vier op de tien ziekenhuizen in het rood staan. Heeft dat met onzekere inkomsten te maken?
“We kampen met hyperreglementering. Zo mag je geen supplementen aanrekenen op een tweepersoonskamer. De overheid beknibbelt bovendien geregeld op de budgetten, jaarlijks is er wel een of andere besparingsronde. Maar de uitgaven nemen steeds toe. Ziekenhuizen moeten aan veel verplichtingen en verwachtingen voldoen, bijvoorbeeld ten aanzien van de patiënt en de diverse overheden. Dat is dus een valkuil.”
 
Wat zijn de belangrijkste uitgavenposten?
“Er zijn drie grote bronnen van uitgaven. De ziekenhuissector is arbeidsintensief, de personeelskosten bedragen 40 tot 70% van de personeelskosten. Daarnaast zijn er de erelonen. Ziekenhuizen halen daar een stukje van af om de werkingskosten te betalen. Artsen maken immers gebruik van een polikliniek, van medische materialen, van medewerkers. Sommige ziekenhuizen betalen de erelonen na drie maanden, andere na vier maanden. Dat hangt af van de snelheid waarmee mutualiteiten betalen. Het is een manier om de voorfinanciering te beperken. Zo’n 10 tot 20% van de omzet gaat naar geneesmiddelen en medische materialen. Daarnaast zijn er ook de investeringskosten voor bouw, nieuwe toestellen en technologie.”
 
Met welke frequentie analyseert u de financiële cijfers?
“Dat doen we elke maand. Om de drie maanden zijn er kwartaalafsluitingen. De gegevens die je daaruit kan afleiden, zijn verschillend van ziekenhuis tot ziekenhuis. Als je in het rood zit, moet je opgebouwde reserves aanspreken. Er zijn ook ziekenhuizen die winst kunnen maken. De belangrijkste post waarop je kan ingrijpen, zijn personeelskosten. Je kan het aantal FTE’s afslanken, bepaalde zaken outsourcen, efficiënter werken. Op artsenhonoraria heeft een ziekenhuis minder greep omdat de bedragen in akkoorden zijn vastgelegd. In een aantal takken van de geneeskunde is er een war for talent om specialisten te vinden. Artsen hebben daardoor een sterke onderhandelingsmarge. Een mogelijke uitweg is om de ereloonsupplementen op eenpersoonskamers te verhogen, maar dat stuit op protest van de mutualiteiten. Deze extra inkomsten dienen dan vaak voor investeringen in apparatuur, verbouwingswerken of een solidariteitsfonds.”
 
Er is een sterke vraag naar innovatieve en kwaliteitsvolle zorg. Die moet tegelijkertijd toegankelijk en betaalbaar zijn. Hoe wordt dit in het budget weerspiegeld?
“Er is een tegenstrijdigheid. Je kan natuurlijk niet blijven besparen op het personeel. De core business blijft een goede zorgverlening. België heeft in vergelijking met andere landen al behoorlijk weinig verpleegkundigen per patiënt. Wel biedt de technologie mogelijkheden om productiever te werken, bijvoorbeeld door meer digitalisering of het inzetten van robots. Het is ook zo dat innovatie investeringen vergt, zoals het opleiden van personeel. Je weet als ziekenhuis niet altijd of dat zal vergoed worden of wanneer dat zal gebeuren. Als blijkt dat een nieuwe technologie ertoe leidt dat een patiënt ambulant geholpen kan worden, valt de ligdagprijs weg en dat is positief voor het RIZIV.”
 
Hoe kan een ziekenhuis op langere termijn financieel gezond blijven?
“Er zijn evoluties zoals de vorming van netwerken. Er zullen minder ziekenhuizen zijn. Het zorgaanbod zal geconcentreerder zijn met high care in een beperkt aantal ziekenhuizen. Met als gevolg dat het aantal exploitatiezetels en campussen daalt. In de VS is deze trend al verder doorgezet. Daar vind je ziekenhuizen die in een bepaalde tak extreem performant zijn, waardoor het aantal ligdagen fors verminderde. Ook in België daalt de gemiddelde ligduur verder.”
 

 
 

Geef een reactie