Typ om te zoeken

HR

De voornaamste principes van de vakantiereglementering

Delen

Momenteel is er nog een belangrijk onderscheid tussen arbeiders en bedienden met betrekking tot de vakantiewetgeving. Deze verschillende behandeling zou kunnen verdwijnen in het kader van het streven naar een eenheidsstatuut arbeiders – bedienden.

Duur van de vakantie

In de privésector wordt het recht op vakantie opgebouwd tijdens het voorgaande kalenderjaar, het ‘vakantiedienstjaar’. De jaarlijkse vakantie moet worden opgenomen tijdens het lopende vakantiejaar, en het is niet toegelaten vakantiedagen over te dragen naar een volgend jaar.
Als werkgever hoeft u het recht op vakantie voor een arbeider niet zelf te berekenen. Het aantal vakantiedagen wordt vermeld op de strook van de vakantiecheque en u kan deze gegevens ook terugvinden op de website van de Sociale Zekerheid (www.socialsecurity.be).
Een bediende die werkt in het zesdagenstelsel heeft recht op 2 vakantiedagen per gepresteerde maand. Werkt hij in het vijfdagenstelsel, dan wordt het recht herleid. Ook wanneer in het vakantiejaar volgens een ander tewerkstellingsregime wordt gewerkt dan in het vakantiedienstjaar, moet het opgebouwde recht worden omgerekend.

Vakantiegeld

De werknemer heeft niet alleen recht op loon voor zijn vakantiedagen (enkel vakantiegeld), hij krijgt ook een toeslag in verhouding tot het opgebouwde recht (dubbel vakantiegeld), dus maximaal voor 4 weken. Het vakantiegeld voor een arbeider in de zorgsector wordt betaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie. De werkgever financiert het vakantiegeld via zijn socialezekerheids-bijdragen. Het enkel vakantiegeld voor een bediende zit automatisch vervat in het brutoloon van de maand waarin de vakantiedag(en) worden opgenomen. Het dubbel vakantiegeld bedraagt 92% van het brutoloon van de maand waarin de bediende zijn hoofdvakantie opneemt, indien nodig geproratiseerd volgens de tewerkstelling gedurende het vakantiedienstjaar.

Vertrekvakantiegeld

Enkel voor bedienden wordt bij uitdiensttreding ook vakantiegeld betaald. Het vertrekvakantiegeld vertegenwoordigt het recht op vakantie dat bij de huidige werkgever werd opgebouwd, maar nog niet werd opgenomen. De volgende werkgever van deze bediende betaalt eveneens vakantiegeld maar zal dit reeds uitbetaalde vertrekvakantiegeld in mindering mogen brengen. Het vertrekvakantiegeld bedraagt 15,34% van het verdiende brutoloon.

Europese vakantie

Onder druk van Europa werd vanaf april 2012 de “Europese vakantie” ingevoerd. Iedere werknemer die niet beschikt over 4 weken gewone vakantie en die een activiteit aanvat of hervat, kan na uitputting van de dagen gewone jaarlijkse vakantie recht hebben op Europese jaarlijkse vakantie. Deze werknemer moet hiervoor in het vakantiejaar gedurende een minimumperiode van 3 maanden tewerkgesteld worden. Het betreft een aanvullende vakantie die berekend wordt op basis van het jaar van activiteit, dus op basis van de prestaties in het vakantiejaar. De werknemer zal op de dagen Europese vakantie enkel vakantiegeld ontvangen, dat beschouwd zal worden als de vervroegde uitbetaling van een deel van het opgebouwde recht op vakantiegeld.
www.admb.be
[email protected]

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie