Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Een revolutie in de behandeling van de overactieve blaas

Delen

Door Karel Everaert

 

Onabotuline toxine intradetrusor injecties

OAB (urgentie) syndroom: Urinaire urgentie, meestal gepaard met frequentie en nycturie, met of zonder urine-incontinentie, in afwezigheid van een urineweginfectie of andere duidelijke pathologie. Gemiddeld heeft 16,6% van de bevolking ≥40 jaar oud in zes Europese landen symptomen van OAB. OAB klachten komen even vaak voor bij mannen als bij vrouwen en nemen toe met de leeftijd. OAB heeft een grote invloed op de kwaliteit van leven en op de kosten aan de maatschappij.
 
Bestaande OAB behandelingen hebben beperkte efficiëntie en vormen  met de bijwerkingen  de belangrijkste redenen om de therapie te stoppen. Patiënten voorgeschreven die antimuscarinerge middelen hebben een lage therapietrouw en persistentie. Meer efficiëntere behandelingen zijn nodig in een subpopulatie die ontevreden is over de conservatieve maatregelen. Intradetrusor injecties met Onabotuline toxine type A hebben bewezen een efficiënte therapie te zijn voor therapieresistente OAB. Gezien BOTOX® lokaal wordt toegediend, heeft het beperkte systemische bijwerkingen en is het goedgekeurd voor de symptomen van idiopathische overactieve blaas.
 
Werkwijze:
Het werkingsmechanisme is gebaseerd op een holistische benadering, die door motorische en sensorische paden te blokkeren en  zo de OAB symptomen maximaal te reduceren. Gedetailleerde informatie over het precieze werkingsmechanisme is beschikbaar in de literatuur.
 
Patiënt selectie:
Patiëntselectie gebeurt op basis van anamnese, blaasdagboek, lichamelijk onderzoek, schatting van urineresidu (uroflowmetrie en echografie) en urine-analyse. Anamnese is belangrijk omdat recent onderzoek heeft aangetoond dat na het injecteren van Onabotuline toxine type A mensen met diabetes een hogere kans hebben op urineretentie, vrouwen en ouderen hebben een hoger risico op  urineweginfecties. Urodynamica is niet verplicht, maar kan  bijwerkingen zoals urineretentie voorspellen. De exacte plaats voor urodynamica moet worden vastgesteld. Uit mijn persoonlijke overtuiging zijn Onabotuline toxine type A injecties onaanvaardbaar zonder een blaasdagboek, urine-analyse, anamnese, urinereside schatting en lichamelijk onderzoek die in lijn liggen met de OAB-diagnose.
 
Injectietechnieken:
De licentie voor idiopathische OAB beveelt 100 eenheden aan verdund in 20 ml 0,9% natriumchloride in water geïnjecteerd in de detrusor op 20 locaties buiten het trigonum. Een lagere dosis van 50 eenheden is aanbevolen bij ouderen en is bv. In Frankrijk de standaardprocedure voor de eerste injectie. Submucosale injecties en trigonale injecties zijn al in de literatuur voorgeschreven, maar hun waarde, efficiëntie en veiligheid is niet bewezen.
 
Werkzaamheid:
De werkzaamheid is aangetoond door middel van de Embark studie waarbij meer dan 1000 OAB patiënten behandeld werden in vergelijking met een placebo.  Er werd een significante daling van de uitgangswaarde in de dagelijkse UI-episodes waargenomen met Onabotuline toxine type A in vergelijking met placebo en een significant groter deel van Onabotuline toxine type A-behandelde patiënten bereikten 100% vermindering in UI-episodes ten en opzichte van baseline en in vergelijking met placebo (27,1% versus 8,4%; p <0,001).
 
Patiënten die een EMBARK studie volledig hebben afrondden werden gevraagd deel te nemen aan een aanvullend onderzoek. Dit was een tussentijdse analyse van de werkzaamheid en verdraagzaamheid van herhaalde injecties. UI-episodes/ dag werden consequent verminderd in vergelijking met de studie uitgangswaarde van cycli 1-5. Ook het percentage patiënten met een verbetering van de totale I-QOL score ≥ minimaal belangrijk verschil bleef consistent.
 
In de meeste gevallen (82%) was onvoldoende werkzaamheid de reden voor het falen van anticholinergica. Onabotuline toxine type A was effectiever dan placebo in de verandering van UI-episodes en % respondenten in week 12, ongeacht de reden voor het falen (onvoldoende werkzaamheid, bijwerkingen).
 
Veiligheid:
De belangrijkste bijwerkingen waren urineretentie en urineweginfectie. De meerderheid (94%) van de patiënten vereisten geen CIC. Hoewel 6% moest katheteriseren, was de duur van CIC gewoonlijk kort: in de VS EMBARK proef,> 50% van degenen die CIC gebruikten dit ≤6 weken. UTI werd gezien in ongeveer 1 patiënt op 4 na het injecteren met Onabotuline toxine type A,  maar had geen invloed op de tevredenheid van patiënten en de levenskwaliteit.
 
In vergelijking met de placebo resulteerde Onabotuline toxine type A in een hogere percentage patiënten met een  “verbeterde” of “sterk verbeterde” toestand op de TBS, ongeacht de CIC of UTI toestand. Daarnaast werden grotere verbeteringen in HRQOL resultaten waargenomen in de Onabotuline toxine type A behandelde groep, ongeacht CIC of UTI toestand. Analyse van patiëntgegevens toonde aan dat patiënten die CIC gebruikten meer kans op diabetes hebben. Patiënten die UTI ontwikkelden, waren voornamelijk ouder of van het  vrouwelijk geslacht; Dit werd eveneens waargenomen in zowel de Onabotuline toxine type A groepen als de placebogroepen. De Onabotuline toxine type A behandeling resulteerde in een grotere reductie van de UI-episodes in vergelijking met placebo; het effect van de behandeling was vergelijkbaar ongeacht de UTI-status.
 
Conclusie:
Onabotuline toxine type A is een waardevolle, zeer efficiënte nieuwe behandeling voor de tweedelijnsbehandeling van Idiopatische overactieve blaas symptomen. De lokale doeltreffendheid garandeert beperkte bijwerkingen en het optreden van urineretentie of urineweginfectie bleek geen impact te hebben op de subjectieve ervaring van de doeltreffendheid en levenskwaliteit.
 
 
urobel logo
 
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie