Typ om te zoeken

Sector

“Een snelle aanpak voorkomt zware letsels”

Delen

Doorligwonden vergen een goede zorgverlening. AZ Jan Portaels screent alle patiënten met de Braden risicoschaal en voegde er nog enkele parameters aan toe. Via opleidingen stroomt de meest recente informatie door.  

Sigrid Vandenputte, coördinator van de paramedici en interne & externe liaison geriatrie (AZ Jan Portaels)

Sigrid Vandenputte is coördinator van de paramedici en interne en externe liaison geriatrie in AZ Jan Portaels in Vilvoorde. De preventie van doorligwonden behoort tot haar takenpakket. “In AZ Jan Portaels gebeurt er vier keer per jaar een onderzoek om na te gaan hoeveel patiënten er kampen met doorligwonden. De federale overheid verzamelt de cijfers. We gaan ook na welke risicopatiënten er zijn, en of de wonde er al was bij de opname of in het ziekenhuis ontstond. In het laatste kwartaal van 2018 hadden we tien personen met doorligwonden. Daarvan hadden er zeven al doorligwonden bij de opname. We vermelden ook de graad van het letsel.” Niemand had categorie vier. Dan is er sprake van een uitgebreide aantasting en weefselnecrose. Het kan in die gevallen voorkomen dat de spieren, het bot en onderliggend weefsel letsels vertonen. Eén patiënt had een wonde van categorie drie. Dat betekent schade aan het weefsel en eventueel necrose, maar de wonde is in mindere mate gevorderd. Categorie twee is een blaar, al dan niet open. Drie patiënten kampten met dit type wonde, de anderen vertoonden een niet wegdrukbare roodheid van de huid, wat neerkomt op categorie één. 

Preventie 

AZ Jan Portaels zet al jarenlang in op preventie en voert daaromtrent een actief beleid. “Ik geef opleiding aan nieuwe medewerkers, maar ook aan collega’s die er graag meer over willen weten. Ook op dienstvergaderingen geef ik uitleg. In AZ Jan Portaels stelden we een risicoschaal op, we werken met de Bradenschaal PlusWe baseren ons op de officiële Bradenschaal, maar voegden er enkele parameters aan toe.” De Bradenschaal dateert uit 1985 en gaat factoren na als activiteit, mobiliteit, vochtigheid, voeding en de mate waarin er nog schuifkracht is en waarin druk een risico vormt. Het betekent niet altijd dat er een oorzakelijk verband is, wel dat er waakzaamheid nodig is. “We vonden het belangrijk om de risicograad beter te kunnen inschatten en zwaarder te maken. Bijkomende parameters zijn onder meer koorts, oedemen, verkleuring van de huid, patiënten met vasculaire, cardiale of neurologische problemen en leeftijd.” 

Snel handelen 

Risicogroepen zijn oudere mensen, maar ook patiënten van de palliatieve afdeling, oncologie en neurologie zijn vatbaarder voor doorligwonden. Bij patiënten die langdurig in het ziekenhuis verblijven, is een wisselhouding belangrijk. Patiënten geven soms zelf aan dat er problemen zijn. Ze voelen pijn of irritatie. Tijdens de dagelijkse verzorging wordt er gescreend op roodheid van de huid. “Zorgkundigen geven signalen snel door aan de verpleegkundigen die een extra controle uitvoeren en doorligwonden kunnen vaststellen. Het komt er op aan om zo vroeg mogelijk de diagnose te stellen en het probleem aan te pakken. Als het gaat om de allereerste symptomen, kan je met preventieve maatregelen voorkomen dat het erger wordt. Wanneer het gaat om zware wonden, kan het genezingsproces oplopen tot enkele maanden. Het is ook zo dat de huid zwakker blijft en er een risico op hervallen is.” 

Sigrid Vandenputte haalt ook aan dat preventieve materialen zinvol zijn. Op elk bed liggen er visco-elastische matrassen. Alle patiënten die naar het ziekenhuis komen, worden bij opname gescreend met de Braden Plus schaal. Bij risico’s wordt een alternerende matras gehuurd waardoor de druk kan wisselen. “We beschikken over Tempur kussens voor in de zetelsmaar ook daar zijn alternerende kussens een optie. We bevragen regelmatig de pijnscore, dat gebeurt soms minstens twee keer per dag. In samenspraak met de behandelende arts, kunnen we pijnstillende medicatie geven.” Sigrid Vandenputte wijst op het belang van preventie en aandacht voor het probleem van decubitus. Er zijn campagnes zoals de Internationale Dag tegen Decubitus, een goede manier om te sensibiliseren. Het levert resultaat op. “De problemen zijn minder groot dan vroeger. Dat merken we ook aan patiënten die in een woonzorgcentrum verblijven en hier opgenomen worden. Ook daar gaat er veel aandacht naar de preventie van doorligwonden en dat is uiteraard een goede evolutie.” 

Informatie 

In de zorgsector zijn er geregeld opleidingen over doorligwonden die bijvoorbeeld door hogescholen worden georganiseerd. Die zijn interessant omdat je daar informatie krijgt over de nieuwste tendensen.” AZ Jan Portaels volgt alles goed op. De aanpak wordt geregeld onder de loep genomen. “Zo pasten we een drietal jaren geleden de procedure omtrent preventie van doorligwonden aan. Het leidde tot een aanpassing van de Bradenscore met enkele verzwarende factoren. We maakten ook een nieuw werkdocument voor het verpleegkundig dossier. We bepaalden bijvoorbeeld regels over wat moet worden ingevuld bij risicopatiënten, en wanneer dat moet gebeuren.” Het is niet altijd gemakkelijk om doorligwonden vast te stellen. Roodheid van de huid kan veel oorzaken hebben. Patiënten kunnen te maken hebben met vochtproblemen, bijvoorbeeld door incontinentie, overmatig zweten of vocht van een wonde. Dat kan leiden tot een huidinfectie. Dan komt het er op aan de huid droog en zuiver te houden, terwijl het bij doorligwonden belangrijk is om de druk te verminderen. Een verschil is de vorm van het letsel; bij decubitus is die eerder afgelijnd en met een regelmatige vorm. Bij vochtproblemen is er geen sprake van necrose. Het kan natuurlijk dat er een mengvorm is en er zowel vochtproblemen als doorligwonden zijn, dan is de diagnose extra moeilijk. “In de opleidingen wijs ik nadrukkelijk op de verschillen zodat verpleegkundigen het onderscheid kunnen maken tussen een vochtprobleem en een doorligwonde. In beide gevallen is het nodig om zo vlug mogelijk te vermijden dat het letsel erger wordt”, zegt Sigrid Vandenputte.  

Geef een reactie