Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Het ambitieuze energiebesparingsplan van UZ Brussel

Delen

Denk niet out of the box, gooi de box weg

 

  • Tegen 2022 40% groeien in oppervlakte en toch hetzelfde energieverbruik aanhouden
  • Nominaal elektriciteitsverbruik 100% via eigen elektriciteitsproductie genereren
  • Off-grid: Eigen energieproductie (elektriciteit en verwarming) met autonomie van 5 dagen

 
Om te weten of de eerste doelstelling zal lukken, daarvoor is het nog enkele jaren wachten. Maar de andere twee doelstellingen, betreffende het nominale elektriciteitsverbruik en de eigen energieproductie, die zijn alvast bereikt. We gingen langs bij Jimmy Van Moer, Manager Energy en Engineering UZ Brussel, voor meer uitleg rond hun energieplan.
 
Eind februari kwam Jimmy Van Moer op ons VTDV-event in De Centrale in Gent al een woordje uitleg geven over het energieplan van UZ Brussel. Een kort verslag daarvan kon u al lezen in Zorg & Techniek 011, maar er valt heel wat meer te vertellen over en te leren uit de aanpak van het universitaire ziekenhuis in Jette. Dat bleek alvast uit de vele reacties uit de sector.
 

40% groeien zonder stijgend energieverbruik

Er waait een golf van vernieuwing door het Brusselse universitair ziekenhuis in Jette. Tegen 2022 zal de Brussels Health Campus namelijk zo’n 40% groeien in oppervlakte. Het medisch technisch blok wordt verbouwd en er komt een nieuwbouw bij van ± 37.675m2. Daarbovenop worden ook de landmark en de ingang onder handen genomen.
 
Ondanks deze groei, maakt UZ Brussel zich sterk dat de hoeveelheid energie die ze aankopen niet zal stijgen ten opzichte van 2012, het jaar dat in het energieplan als nuljaar beschouwd wordt. Onder andere dankzij intelligente sturing, energietransformatie, een betere dimensionering en meedenkende leveranciers moet dit lukken.
 
Jimmy Van Moer: “Er is 1 centrale stookplaats en elektriciteitsnet voor de volledige site. Daartoe behoren bijvoorbeeld ook de universiteit, studentenwoningen, kinderkribbe en de fitnessclub. Vroeger was het stookregime 110/90, maar vandaag werkt het op 90/70. Toch al een eerste serieuze besparing die we gerealiseerd hebben, onder andere dankzij enkele aanpassingen aan de onderstations. Via een betere dimensionering en intelligentere sturing kunnen dezelfde installaties bovendien efficiënter gebruikt worden. Overdimensioneringen zoals vroeger, dat is er niet meer bij.”
 
Transformatie van energie is ook iets waar je veel kan uithalen”, gaat Van Moer verder. “De warmte die we verliezen in de Centrale Sterilisatie Afdeling is bij ons voldoende om bijna al het warme sanitaire water in het ziekenhuis aan te maken. De afvalwaters uit de RO-installatie, die toch voor heel wat afdelingen gebruikt wordt (dialyse, labo, CSA,…), leveren ons voldoende spoelwater om de toiletten van het ziekenhuis mee te spoelen. Vandaag is onze spoedafdeling er al op aangesloten, maar we bouwen dit de komende jaren en in de nieuwbouw verder uit. Dergelijke transformaties moet je zien uit te buiten. Ik geef nog een voorbeeld: de koeling van de perslucht- en vacuümcompressoren zullen we inzetten als voorverwarming om het sanitair water te verwarmen. In de stookplaats genereren we voorts warmterecuperatie op de afzuiglucht van de behuizing waarin de WKK’s staan. Die gebruiken we dan om de ketels voor te verwarmen.”
 

Kan elk ziekenhuis besparen op energie? Volgens Jimmy Van Moer kan elk ziekenhuis de energiefacturen of het verbruik naar omlaag krijgen, maar het is geen eenvoudige opdracht en vereist inspanningen:
• Investeer in een medewerker die constant opportuniteiten zoekt
• Ga in overleg met een (meedenkende) leverancier en verleg de grenzen
• Stel alles in vraag

 
Ondertussen duiken er ook steeds meer zonnepanelen op. Op dit moment telt het ziekenhuis er zo’n 8.300. Op korte termijn wordt dat waarschijnlijk verdubbeld en misschien zelfs verdriedubbeld, in functie van de beschikbare middelen. Ondertussen loopt er een studie over windmolens in een stadsomgeving, in samenwerking met de buren van de VUB: CityWind. Mogelijk kan er in de loop van 2017 met een proefproject gestart worden.
 
“Een belangrijke rol in zo’n energieplan spelen ook de leveranciers. Als zij meedenken en bereid zijn gekende paden te verlaten, dan is er nog meer mogelijk. Al twee jaar voeren we een ledverlichtinsgbeleid, waarbij geen andere vorm van verlichting nog aangekocht mag worden. Ondertussen is een deel van de ledverlichting alweer vervangen door een nog meer besparende versie, iets waar onze leverancier ons attent op had gemaakt. Maar we dagen de leveranciers ook uit. Zo zit er heel wat potentieel in koeling en alles wat medische beeldvorming aangaat. Kan je de fabrikant van medische beeldvorming ervan overtuigen om hun machines te koelen op hogetemperatuurskoeling? Een verborgen potentieel. Van free cooling krijg ik het warm”, lacht Van Moer.
 
Een eerste gevolg van het energieplan was dat het nominale elektriciteitsverbruik (2,5 MW) ondertussen 100% door eigen elektriciteitsproductie gegenereerd kan worden. Het energieplan van UZ Brussel kwam er uiteraard niet van de ene dag op de andere. Neem nu het eerste ontwerp van het nieuwe medische blok. Dit nieuwe MTB is bijna twee keer zo groot als het huidige behandelingsgebouw. Het oorspronkelijk ontwerp vereiste 5 megawatt warmte, iets waar ze in de Laarbeeklaan in Jette niet echt voor te vinden waren. Het huidige medisch technisch blok vereist namelijk maar 3 megawatt warmte. Op 2 jaar tijd werden het ontwerp en de invulling zodanig aangepast dat het nieuwe medisch blok uiteindelijk zelfs een warmteoverschot heeft van bijna 2 megawatt.
 
Het woord energieopslag is nog niet gevallen. Jimmy Van Moer: “Nochtans eveneens een heel belangrijk onderdeel, inderdaad. Op dit momenten bevinden er zich twee grote projecten in de studiefase. We zouden namelijk graag zowel een beo-veld als een ijsbuffer van 20 MWH implementeren. Zo zou het beo-veld dienen om het overschot van de zomer te stockeren voor in de winter en omgekeerd, terwijl de ijsbuffer gebruikt zal worden voor energieopslag op korte termijn.”
 

Tot 10 dagen autonomie

Naast het stabiel houden van het energieverbruik, ondanks de groei, is een ander uitgangspunt van het energieplan ervoor zorgen dat niet alleen het ziekenhuis, maar de volledige Brussels Health Campus volledig onafhankelijk kan werken, zowel qua verwarming als elektriciteit, voor een periode van 3 tot 5 dagen. “Dat is vandaag al het geval. Eigenlijk kunnen we zelfs tot 10 dagen autonoom blijven functioneren. Een zeer uniek gegeven toch wel. We hebben daarvoor 3 dieselgeneratoren staan (tot. 5,25 MVA) die in staat zijn om binnen de normale temperatuurregimes de volledige campus operationeel te houden. Onze twee WKK’s kunnen werken zonder warmteafname, tot 35°C buitentemperatuur, op noodkoeling. Op dat moment beschikken we over meer dan 7 watt elektriciteitsproductie. Zelfs al valt er een motor uit, dan nog blijft alles vlot draaien. Dat is ook gebleken uit de black-out tests van enkele maanden geleden. Daarbij is ons ziekenhuis twee dagen lang 5 uur off-grid gegaan. We hebben die test 6 maand lang voorbereid met in totaal 25 testsequenties.”
 
UZ Brussel off grid
 

Gebouwbeheersysteem

Ook wat betreft het gebouwbeheersysteem verandert een en ander in het UZ. Van Moer: “We hebben vandaag nog 2 merken staan. Vroeger hadden we alleen Sauter en op een bepaald moment is Honeywell daarbij gekomen. Sinds 2014 zijn we alles beginnen omzetten naar Priva, met behoud van Honeywell weliswaar. We opteren voor een zeer doorgedreven gebouwbeheersysteem waar al onze primaire installaties op draaien. Ondertussen hebben zo’n 50% van onze onderstations eveneens al hierop afgestemd. Alle lokalen die we (ver)bouwen worden uitgerust met eindregelaars trouwens. We werken tot op lokaal niveau met andere woorden.”
 
Ook alle energiemetingen worden zo opgevolgd. Op dit moment zijn er om en bij de 800 meetpunten in het ziekenhuis. Alle gegevens worden bijgehouden en geregistreerd in een energieboekhouding. Vandaaruit wordt er dan gezocht naar mogelijke anomalieën.
 
Tot slot zijn er ook nog de ideeën over het datacenter. “Op dit moment beschikken we over twee datacenters. De eerste staat hier al van in de beginjaren, nog steeds op dezelfde plaats. Al zijn er natuurlijk wel de nodige upgrades en updates geweest. De tweede werd rond 2012 gebouwd. Maar in functie van de nieuwbouw, en om uitbreiding mogelijk te maken, komt er een nieuw datacenter. Oorspronkelijk dachten we die bij de kantoorgebouwen te steken, maar het energieverbruik zou daar te hoog oplopen. Iets wat uiteraard niet past binnen onze visie. Daarom onderzoeken we nu om het datacenter 50 meter boven de grond te plaatsen, boven op het dak. Dit laat free cooling toe tot een buitentemperatuur van 23°C, aangezien we gewoon de buitenlucht erdoor kunnen blazen. 
In Brussel gaat het kwik gemiddeld maar zo’n 28 dagen per jaar boven die 23 graden, waardoor dit dus een aanzienlijke energiebesparing betekent ten opzichte van een constante actieve koeling”, besluit Jimmy Van Moer dit gesprek.
 
Ontdek hier de 6 centrale elementen waarrond UZ Brussel het beleid uitbouwde.
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie