Typ om te zoeken

HR

HBO5-opleidingen Verpleegkunde en de nieuwe beroepskwalificatie voor verpleegkundigen

Delen

“Laten we geen zorglandschap met twee snelheden creëren”

De professionele bachelor Verpleegkunde wordt vanaf het academiejaar 2016-2017 verlengd van drie naar vier jaar om o.a. voldoende stage-uren te kunnen invullen. Ondertussen moeten de precieze competenties voor de nieuwe beroepskwalificaties voor bachelor- en HBO5-opleidingen Verpleegkunde nog wel bepaald worden. Wat zijn de aandachtspunten? “Het HBO5-niveau blijft absoluut nodig, maar de vraag is of zowel HBO5 als bachelor kunnen opleiden naar dezelfde Europese titel”, zeg Vlaams Zorgambassadeur Lon Holtzer.
 
“De sector wil vooral meer kwaliteit” stelt Lon Holtzer, die pleit voor een brede basisopleiding die zorgverleners beter voorbereidt op de noodzakelijke multidisciplinaire samenwerking vanuit een gemeenschappelijke taal en visie op zorg. “Feit is dat er voorlopig twee opleidingen verpleegkunde naast elkaar blijven bestaan: de bachelor- en de HBO5-opleidingen. Er wordt mij vaak gevraagd waarom een bachelor nu vier jaar moet gaan duren – iets waar ik volkomen achter sta, laat dat duidelijk wezen. Het belangrijkste in de hele discussie vind ik dat we in de gezondheidszorg een grote nood hebben aan kwalitatief hoogstaande verpleegkundigen. Ik heb als ambassadeur kunnen werken aan én heel behoorlijke resultaten geboekt op de instroom. Tussen 2010 en 2014 zijn er 12.6 procent meer verpleegkundigen geregistreerd in Vlaanderen en Brussel, dankzij een grotere instroom vanuit het onderwijs. Op 124.000 verpleegkundigen betekent 12.6 % procent een goeie 14.000 mensen, dat is gigantisch veel.”
 

Instroomniveau behouden

“Toen ik begon als Zorgambassadeur was er schaarste aan kandidaten: de ziekenhuizen wisten niet van welk hout pijlen te maken. Op dit moment kunnen ze weer wat breder selecteren en rekruteren. De sector is er heel gelukkig mee dat ze weer voor de echt goede verpleegkundigen kunnen gaan. De poule wordt ruimer, vooral dankzij de zij-instroom, maar ook door meer generatiestudenten. Die zij-instromers zijn zéér waardevolle mensen: verpleegkunde is in de eerste plaats in relatie gaan met je patiënt. Een patiënt doorgronden in zijn zorgvraag is niet eenvoudig, en dan helpt het om zelf al wat levenservaring te hebben. Dit geldt niet alleen voor de ziekenhuisomgeving maar zeker ook voor geestelijke gezondheidszorg, bejaardenzorg, thuisverpleging. Daarnaast zijn er nog enkele zorgsectoren met veel kleinere personeelsaantallen. Alle sectoren willen graag de huidige hoge instroom behouden. Is het probleem daarmee opgelost? Nee, want het aantal openstaande vacatures was in maart en juni van dit alweer een beetje aan het stijgen. Dat is geen absoluut cijfer omdat niet alle vacatures gemeld worden aan de VDAB, maar het is een indicatie dat het weer moeilijker wordt om mensen te vinden.”
 

Normeringen achterhaald

“En dat we nu weer meer vacatures voor verpleegkundigen zien, is slecht nieuws” benadrukt Lon Holtzer. “Waarom? De normering binnen de ziekenhuizen en woonzorgcentra in België is al zo krap dat elke openstaande vacature er één te veel is om patiënten kwaliteitszorg te kunnen bieden. Het aantal verpleegkundigen is nog steeds erg laag om de continuïteit 24 uur op 24 te garanderen. In Europa scoren we voorlaatste als het aankomt op de verhouding van het aantal patiënten per verpleegkundige. Bijvoorbeeld de normering tijdens de nacht vormt absoluut een probleem. Het is niet normaal dat een patiënt van de intensieve zorgafdeling, waar één verpleegkundige zorg draagt voor 2 à 3 patiënten, naar een heelkundige afdeling gaat waar die verhouding 1 op 28 is. Die normeringen zijn dus achterhaald. We moeten volop inzetten op die instroom. Men onderschat dat verpleegkundigen de ogen, de oren en mond zijn – de antennes zeg maar – van de artsen. Als er near accidents gebeuren in ziekenhuizen heeft dat ook te maken met de verpleegkunde die achterblijft. Als verpleegkundige moet je uitstekend klinisch kunnen redeneren om te zien, te weten, te begrijpen wat er gebeurt om zo op tijd in te grijpen.”
 

Vier jaar, geen luxe

“De verlenging van de bacheloropleiding met een jaar kwam er ook onder druk van Europa, dat 2300 uur stage vereist. Momenteel komen de bacheloropleidingen verpleegkunde maar aan 1400 uur stage gemiddeld. Europa verplicht geen vier jaar maar 2300 uur stage in drie jaar duwen zou afbreuk doen aan de broodnodige theoretische onderbouwing van de professie. De meeste hogescholen zijn het er dan ook mee eens. Om aan kwaliteit te werken, heb je die vier jaar echt nodig. Daarbij komt dat één op twee van de verpleegkundigen die afstuderen, toch doorstudeert. In hogeschooltermen is dat gigantisch veel. Het betekent ook dat die studenten nog niet klaar zijn voor de arbeidsmarkt. Ze volgen een bachelor-na-bachelor opleiding om zich te specialiseren in bijvoorbeeld spoed & intensieve, pediatrie, geriatrie, psychiatrie… of ze gaan naar de schakelprogramma’s om master te worden. Eén op twee studeert dus zeker al vier jaar: de omslag naar vier jaar is voor heel wat studenten dus niet zo groot. We hopen dat we de sterke profielen kunnen stimuleren om aan verpleegkunde te beginnen. Ten derde willen we in het vierde jaar de contractstage aanbieden, waarbij we willen proberen om de instroom ook naar geestelijk gezondheidszorg, thuisverpleging of ouderenzorg te spreiden. De stagiairs zouden er ook een vergoeding voor krijgen. Voor opleiding en werkveld is het belangrijk om in dat laatste jaar de student om te vormen tot een verantwoordelijke verpleegkundige. Nu zie je dat een pas afgestudeerde student een dag of drie meeloopt en dan de volle verantwoordelijkheid krijgt voor een groep patiënten. Dat er zo weinig tijd is om mensen goed in te scholen, kan nu ondervangen worden door de contractstage waarbij studenten begeleid worden maar toch al verantwoordelijkheid moeten nemen voor een groep patiënten. Je moet als pas afgestudeerde al zeer goed kunnen organiseren en prioriteiten stellen met zoveel patiënten onder je hoede.”
 

Van HBO5 niet het zwakke zusje maken

“Tussen de zorgkundigen en de bachelorverpleegkundigen in heb je natuurlijk nog de HBO5-instroom. Die opleiding moet tegen mei 2016 een omvormingsdossier indienen om te voldoen aan de Europese regelgeving. Feit is dat er momenteel de facto op de ziekenhuisvloer weinig verschil is tussen een professionele bachelor en een HBO5. In de praktijk voelt iedereen het verschil wel tussen beide niveaus, maar beide categorieën voeren dezelfde taken uit. Dat is volgens mij niet echt houdbaar. In de sector wordt weleens gedacht dat ik het HBO5-niveau wil afschaffen, maar dat klopt helemaal niet. Als we een groep nodig hebben, dan is het wel een profiel op niveau 5. De vraag blijft echter of het lukt om de studenten die kiezen voor een lager niveau van opleiding in drie jaar tijd tot het Europees gevraagde competentieniveau te brengen. Dit is geen evidente zaak, noch voor de HBO5 scholen, noch voor de studenten die zeer zwaar onder druk gaan staan. Gesteld dat beide profielen beantwoorden aan de Europese regelgeving, en gesteld dat er toch een verschil is tussen de profielen, is en blijft de vraag hoe je concreet het onderscheid gaat maken in een werksituatie. Dit is een belangrijke vraag waar ik niet meteen een pasklaar antwoord op heb. Het hangt ook weer af van de normering van een bepaalde zorginstelling. Tot nu toe is de stelling van minister De Block dat wie zich verpleegkundige wil noemen, moet voldoen aan de Europese regelgeving. Ik hoor echter de ziekenhuizen wél zeggen dat nu de instroom van de bachelors is toegenomen, ze eerder opteren voor bachelors. Competenties en persoonlijkheid blijven natuurlijk de doorslag geven. In Limburg en West-Vlaanderen zie je meer HBO5, in de grote steden veel minder. Dat heeft een groot gevolg, want het betekent dat HBO5-verpleegkundigen meer en meer richting thuisverpleegkunde of ouderenzorg georiënteerd worden. Zo lopen we het risico op een zorglandschap met twee snelheden. In een woonzorgcentrum heeft een verpleegkundige nochtans een gigantische verantwoordelijkheid, want daar is geen arts die nauw opvolgt. Die heeft dus hele sterke competenties nodig. Hetzelfde geldt voor thuisverpleging. Daar laat men het verzorgen steeds meer over aan zorgkundigen. Dat is prima maar patiënten hebben ook nood aan antwoorden op specifieke verpleegkundige vragen en zorgen.”
 

Een logische leerladder opbouwen is noodzakelijk

Ondertussen is de gemiddelde leeftijd van een student verpleegkunde zowel in HBO 5 als in de bachelor nu 29 jaar. De HBO5 heeft wat de reputatie om een ouder publiek aan te trekken, maar de bachelor trekt evengoed oudere zij-instromers aan. De HBO5 heeft wel een grotere groep van nog ouderen en de bachelor een grotere groep van generatiestudenten (die voor het eerst een hogere opleiding volgen), maar in de kering komen ze elkaar tegen. Op het vlak van stages komt naar voren dat HBO5 praktijkgericht is, een bachelor heeft wat meer theoretische onderbouw. Maar theorie is ook nodig binnen HBO5 wanneer die groep als afgestudeerd verpleegkundige de volle verantwoordelijkheid krijgt voor patiënten. Een HBO5-stagiair loopt op minder uiteenlopende terreinen stage, bijvoorbeeld niet op pediatrie. De uitwegen voor een HBO5 zijn minder groot. Op spoed, oncologie, pediatrie of intensieve zullen ze minder vaak actief zijn. Een HBO5 kan wettelijk ook niet doorgroeien tot een leidinggevende functie. Basiszorg tegenover doorgroeimogelijkheden is de bottomline van het verschil. Je hebt wel brugstudenten die doorstuderen voor een bachelor, maar erg logisch is dat niet: een brugopleiding duurt twee jaar, na de drie jaar die ze al studeerden om hun graduaat te behalen. Eigenlijk studeren ze zo twee keer voor dezelfde titel. Ik ben een groot voorstander van doorstroommogelijkheden, maar op dat vlak zou de leerladder logischer opgebouwd kunnen worden”, besluit Lon Holtzer. “Uit elk talent moeten we het maximum kunnen halen.”
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie