Typ om te zoeken

HR In the spotlight Overige Techniek Ziekenhuizen

Healing Environment in woonzorgcentra

Delen

Visie, praktijkervaring en wetenschappelijke basis

Het dubbel vergrijzingsproces is al jaren een actueel thema. Mensen leven langer en de groep ouderen wordt bovendien groter. De aandacht voor het welbehagen is bovendien sterk gestegen. Een rusthuis is al lang geen klinische omgeving meer, maar evolueerde tot een  huiselijke omgeving. Een ‘healing environment’ is een omgeving die het welbevinden van de gebruikers bevordert en de levenskwaliteit verbetert. In een woonzorgcentrum is zoiets heel belangrijk, zowel voor de bewoners, de bezoekers als de teamleden. Er zijn veel aspecten aan verbonden. Hieronder zoomen we in op enkele factoren zoals architectuur en interieur, vloeren, meubels, licht, geur, de omgeving van het wzc.

Huiselijkheid

Mensen verblijven doorgaans langer in een woonzorgcentrum dan in een ziekenhuis. De onmiddellijke omgeving van de woning en de afdeling worden dan ook belangrijke determinanten van welbevinden.

De benaming en tegelijk ook de visie over zorg en meer bepaald ouderenvoorzieningen evolueerden de afgelopen decennia. Tot in 1969 sprak men nog over een oudemannenhuis, dat veranderde stapsgewijs via de omschrijving verzorgingstehuis en rusthuis naar de term woonzorgcentrum die dateert van 2009. Momenteel heeft men het soms over een woonzorg-leefomgeving. Het geeft aan hoe het accent verschuift naar het welbevinden van de bewoners én het team. ‘Beleving’ in al zijn facetten wordt het uitgangspunt. Een goed richtsnoer zijn zintuiglijke ervaringen.

 ‘Beleving’ in al zijn facetten wordt het uitgangspunt

Het begrip ‘healing environment’ bestaat al langer en wordt bijvoorbeeld toegepast in werkomgevingen onder de term van New Way of Working (NWOW). In de sector van woonzorgcentra wint ‘healing environment’ nog steeds aan belang. Het is een omgeving die er op gericht is om het welzijn van bewoners, bezoekers en het verplegend en verzorgend personeel te versterken, stress te verminderen en de bewoners te prikkelen om actief te zijn. Zo streeft men naar een betere levenskwaliteit en een betere aanpassing aan een leven in gemeenschap. Een stimulerende, aangename omgeving en betekenisvolle activiteiten dragen in hoge mate bij aan de afbouw van psychofarmaca (slaapmiddelen, tranquilizers, anxiolytica…) die in de sector veel worden voorgeschreven.

Een belangrijke vraag is hoe een woonzorgcentrum er moet uitzien. Het kernidee daarbij is dat de leefomgeving van een bewoner zo goed mogelijk in het verlengde ligt van zijn vroegere situatie. Dat betekent dat hij zijn autonomie-habitat in zijn nieuwe omgeving zo goed mogelijk kan voortzetten. Vanuit die visie heeft healing environment veel waarde. De huidige trend in wzc is dat men de omgeving zo weinig mogelijk klinisch maakt en dat de zichtbaarheid van zorg op de achtergrond verdwijnt. Personeel draagt bij voorkeur geen uniformen, patiënten heten nu bewoners, kamers worden woningen. Een wzc is geen eiland in de buurt, maar haalt de buurt naar binnen en brengt de bewoners naar buiten.

Wetenschappelijk onderzoek (Dr. Lien Van Malderen et al.) toonde al vaker aan dat de leefomgeving invloed heeft op de levenskwaliteit van bewoners in een wzc. Een aantal factoren spelen een rol. Zo is de houding van de medewerkers erg belangrijk. Zij dragen mee de visie van een healing environment uit. Vriendelijkheid, respect, inspraak, eigen regie van de zorg… bepalen hoe iemand zich voelt en gerespecteerd weet als mens. Werken in een wzc is een zware job en er worden hoge eisen gesteld. Ook het personeel moet zich goed voelen bij wat het doet en daar voldoening uit halen. Het gaat om een sterk verband tussen wonen, leven en werken. De omgeving moet het team aanspreken, het moet prettig zijn voor hen, ondanks de zeer hoge werkdruk.

De activiteiten die aangeboden worden, hebben veel invloed op het welzijn van de bewoners. Sommigen hebben veel zorg nodig of zijn bedlegerig. Voor hen komt het er op aan individuele activiteiten te organiseren. Activiteiten kunnen soms heel bescheiden zijn, en bijvoorbeeld beperkt zijn tot het beluisteren van muziek of naar foto’s kijken, maar omwille van de herkenbaarheid een groot belang hebben.

Een woonzorgcentrum kan opgevat worden als een dorp waar heel wat te beleven is. Bewoners ‘wonen’ er, ze verblijven er niet zoals in een ziekenhuis. Onderzoek toonde het belang van groen aan in en rond een wzc. Groen en dieren als middel tot verbetering van de levenskwaliteit, bieden ook tal van mogelijkheden voor activiteiten. Tuinieren in de moestuin of gewoon genieten van de geuren en de bezigheden voor wie het zelf niet meer kan, dieren verzorgen, buiten bezig zijn, weg van het wzc, daglicht: het heeft een heilzame invloed, zeker als er ook intergenerationele contacten bij betrokken worden.

Bewoners staan centraal

Het is essentieel om naar de mening van de bewoners te polsen en hun levensverhaal te kennen. De grootste aanzet voor een healing environment komt van de bewoners, zij staan centraal in de visie om levenskwaliteit aan te bieden. Tegelijk wordt medewerkers en bezoekers kwaliteit geboden. Het komt er op aan om samen het begrip ‘huiselijkheid’ in te vullen zodat iedereen zich er goed bij voelt. Daar zijn veel aspecten aan verbonden, zoals meubilair of de mogelijkheid om spullen van thuis mee te brengen. Voorbeelden: een bewoner bracht een piano mee waar hij blij mee was. Iemand had een grote platencollectie. Een deel kon terecht in zijn woning, het andere deel ging naar een muziekkamer waar bewoners samenkomen en het er naar hun zin hebben.

Het komt er op aan om samen het begrip ‘huiselijkheid’ in te vullen zodat iedereen zich er goed bij voelt.

Toch is een kanttekening nodig. De overheid vindt huiselijkheid terecht heel belangrijk, maar het zorgprofiel van de bewoners wordt steeds zwaarder. De financiering is gebaseerd op de zorgbehoevendheid van bewoners: hoe meer afhankelijk van zorgverlening ze zijn, hoe groter het dagforfait waarover de voorzieningen kunnen beschikken om personeel, woning en maaltijden deels mee te betalen. Healing environment is een mooi idee, maar budgettair is het een enorme uitdaging voor wzc’s die met beperkte financiën kampen. De overheid zal daar ook financieel moeten op inzetten.

Architectuur en interieurontwerp

Vroeger was architectuur gericht op functionele factoren, maar dat concept werd bijgestuurd. Het accent verschoof immers naar een warme, knusse omgeving met herkenningspunten en dat vraagt om aanpassingen.

Bij nieuwbouw of grondige renovaties kan je van meet af aan rekening houden met bepaalde aspecten die bijdragen aan een healing environment, zoals aandacht voor voldoende daglicht, een goede akoestiek, uitzicht op groenpartijen (bij voorkeur biodivers groen, geen gestileerde tuin), een optimale ventilatie enzovoort. Het is belangrijk om alle factoren van bij het begin mee in rekening te brengen. Zoiets gebeurt geregeld door het uitwerken van een lichtplan, dan wordt bijvoorbeeld gewerkt met proefopstellingen. De geurbeleving komt in de beginfase quasi nooit aan bod, hoewel dat ook belangrijk is.

Het hoeft uiteraard niet om een nieuwbouw of een grootschalige verbouwing te gaan. Creatieve elementen bij het opfrissen van een gebouw kunnen ook huiselijkheid nastreven.

De sfeer die in een wzc al dan niet aanwezig is, is bepalend voor hoe mensen er wonen, leven en werken. Dat is niet alleen te verwezenlijken met een lik verf en mooi meubilair. Het karakter van een voorziening en het streven naar levens- en werkkwaliteit moet deel uitmaken van de missie en visie. Er moet overal en altijd iets te ontdekken zijn, wil je bewoners uit hun woning halen. Denk aan een knus ingericht hoekje dat doet denken aan vroeger, de aangename geur van gebakken brood of soep. Plaatsen waar mensen samenkomen zoals de cafetaria moeten uitnodigend zijn voor jong en oud. Het mooiste compliment dat een voorziening kan krijgen, is dat de eigen bewoners hun familie rondleiden in hun nieuwe omgeving, wat voor hen een nieuw hoofdstuk in hun leven is.

Ouderen verhuizen naar een plek waar ze zich, ondanks de beperkingen van hun leeftijd goed willen voelen, en op een actieve manier kunnen omgaan met die beperkingen (Active Ageing).

Bij healing environment staat de mens op alle niveaus in wisselwerking met zijn omgeving. Er wordt rekening gehouden met zowel bewoners, personeel, bezoekers en familieleden. Soms worden ook buurtbewoners bij het ontwerp betrokken. Wanneer men zorg draagt voor het personeel, wanneer het zich prettig voelt in de werkomgeving, dan straalt het dat uit naar de bewoners. Daarom is het noodzakelijk om in de ‘look and feel’ van het interieur hiermee rekening te houden, zonder het functionele uit het oog te verliezen. Als je een ruimte ontwerpt, is het belangrijk om te weten welke functie ze zal hebben, welke flexibiliteit er nodig is en dan is de input van de gebruikers zinvol.

Elementen die bijdragen aan een healing environment, zijn bijvoorbeeld patio’s waar bewoners in het groen kunnen zitten. Met het installeren van bakken waarin bewoners groenten en bloemen kunnen telen, stimuleer je hen tot meer beweging en onderlinge contacten.

In het ontwerp van zorginstellingen zijn alle elementen van belang die samen zorgen voor de huiselijk sfeer om de sociale contacten en het welzijn te bevorderen tussen bewoners, bezoekers en personeel. Het geheel is meer dan de som der delen, denken we hierbij bijvoorbeeld aan vloerbekleding, meubilair, licht en geur.

Vloerbekleding

Om het ‘thuisgevoel’ te bekomen worden vloeren gekozen met natuurlijk design zoals hout-, steen- of betonlook. Ontwerpers moeten rekening houden met de specifieke doelgroep en nagaan wat ouderdom als effect heeft op de zintuigen, nagaan wat dementie of zorgafhankelijkheid als effect heeft op de levenskwaliteit. Ouderen zien bijvoorbeeld minder contrasten, alles wordt wat geler.

Gezien het intensief gebruik van de vloer is de duurzaamheid op vlak van prestatie en onderhoud evenveel van belang. Een vloer dient te voldoen aan wettelijke én technische vereisten o.a. op vlak van brand, slijtvastheid, kras -en impactbestendigheid. Steeds vaker valt de keuze hierdoor op laminaat en vinylvloeren die esthetiek en prestaties combineren binnen een haalbaar budget.

Specifiek voor renovaties van vloeren en wanden van douches zijn er immers al oplossingen waarbij de bestaande betegeling niet dient verwijderd te worden. Hier bieden vinyl planken of tegels een antwoord.

Meubelen

Er zijn enkele positieve evoluties in de sector van meubelen voor de zorgsector. Zowat tien jaar geleden lag het accent op veiligheid, functionaliteit en onderhoudsgemak. Nu is er een uitgebreider gamma zodat meer huiselijke accenten mogelijk zijn. Bewoners moeten zich veilig voelen. Ook ergonomische aspecten en duurzaamheid spelen een rol.

Bewoners hebben individueel meubelen, maar een woonzorgcentrum heeft ook nood aan meubelen die mensen samenbrengen zodat sociale contacten gestimuleerd worden. De visie om mensen samen te brengen, wordt naar het meubilair doorgetrokken. Heel concreet gaat het bijvoorbeeld om picknicktafels of lange tafels waar veel mensen aan kunnen zitten. Anderzijds is er ook nood aan voldoende privacy en intieme ruimtes waarvoor space dividers oplossingen kunnen bieden.

Het aspect ‘beleving’ is in andere segmenten van de samenleving een stevig issue. Sommige bedrijven kiezen voor een specifiek design dat aansluit bij hun waarden. Ook in de zorgsector gaat er meer en meer aandacht naar de belevingsfactor. Zo maakt men een statement met sterk visueel meubilair dat architecturaal aansluit bij de omgeving. Het mag mooi en esthetisch zijn. Het blijft natuurlijk gaan om meubelen die bestand zijn tegen een intensief gebruik en die een tijdloos karakter hebben.

Biofilie is in opmars: elementen uit de natuur zijn inspirerend voor ontwerpen. Zo zijn er parasols die worden ingezet om in een grote ruimte intimiteit te creëren. Die kunnen bijvoorbeeld de vorm van een boom hebben zodat het beeld vermeden wordt dat het om een akoestische plaat gaat. Met de keuze voor hout, wordt de natuur naar binnen gebracht.

Licht

In woonzorgcentra is verlichting niet vanzelfsprekend omdat er de wensen van bewoners zijn, maar ook die van het personeel. De term ‘Human Centric Lighting’ vindt steeds meer ingang. In deze visie staat de gebruiker centraal en dat is belangrijk. Licht heeft veel meer functies dan puur verlichten. Het kan bijdragen tot alertheid en een goed gevoel, tot de creatie van verschillende sferen. Licht moet aangenaam en comfortabel zijn. Daglicht wordt in deze visie meegenomen.

De afgelopen tien jaar gebeurde er veel onderzoek naar wat licht met iemand doet. Het contrast met vroeger is groot. Pakweg 500 jaar geleden zagen we er hetzelfde uit als nu, met dezelfde hersenactiviteit, maar we leefden 80% van de tijd buiten. We kregen dus veel daglicht, meer specifiek op onze ogen. Nu brengen we overdag 90% van onze tijd binnen door. We krijgen amper nog daglicht en dat zorgt voor problemen. In grote wereldsteden draagt 90% van de min 16-jarigen al een bril. Dat heeft een medische reden: als je oogbol voldoende licht krijgt, stopt de oogbol met groeien. Door te weinig licht groeit die nu een jaar langer, waardoor deze dus gemiddeld groter wordt en de kromming niet meer perfect is. Een bril is dan nodig om dit te corrigeren.

Een ander effect van licht is de slaapkwaliteit. Licht is 1/1 gerelateerd aan slaapkwaliteit. Wie ’s avonds in bed naar zijn tablet kijkt, krijgt een hoge dosis licht op zijn ogen en dat is een aanslag op de slaapkwaliteit. Melatonine is een stof in de hersenen die een invloed heeft op het slaapwaak-ritme. Hoe meer licht, hoe meer melatonine wordt onderdrukt. Als het ’s avonds donker wordt, wordt meer melatonine aangemaakt en wordt een slaperig gevoel gestimuleerd. Nu onderdrukken we dat, we blijven actief bezig. Het blijft niet bij één nacht. Als je op een bepaald uur ’s avonds je tablet gebruikt, gaan je hersenen er ook de volgende avond van uit dat ze veel licht zullen binnenkrijgen. We hebben in de voormiddag veel licht nodig om de melatonine af te bouwen.

We hebben een bioritme van 24 uur en 15 minuten. Daglicht zorgt ervoor dat we dit kunnen synchroniseren naar een etmaal van 24u. Als je een tijdlang in een donkere kamer zou verblijven, dan verandert je bioritme naar 24 uur en 15 minuten.

KU Leuven voerde een onderzoek in een ziekenhuis. De test gebeurde bij dementerende bejaarden en bij een groep andere bejaarden. De verlichting werd aangepast, er was vier weken lang een sterke licht-boost in de voormiddag. Heel concreet werd er gezorgd voor veel meer licht in de ruimtes waar de bejaarden overdag verblijven, waar ze samenkomen na het ontbijt. Belangrijk was dat het licht op ooghoogte was, dus vanaf de wanden. Bij lampen aan het plafond valt het licht op je hoofd, niet op je ogen.

Dementerenden zijn de slechtst slapende groep, ze worden vaak wakker en wandelen rond. Overdag zijn ze soms heel passief of net heel actief. Het bleek dat de dementerende bejaarden door de licht-boost beter sliepen dan de controlegroep. De proef werd herhaald; er werd teruggekeerd naar de oorspronkelijke lichtsituatie. De slaapkwaliteit was ook weer als vroeger. Het is geweten: een goede slaapkwaliteit heeft ook positieve gevolgen op het welzijn: je bent alerter, je maakt minder kans op depressie.

Er gebeurde ook onderzoek naar de lichtkleur. Vroeger werd gewaarschuwd voor blauw licht, maar onderzoek toonde aan dat de hoeveelheid licht meer effect heeft dan de kleur ervan.

Geur

De afgelopen 25 jaar kwam er meer onderzoek naar de impact van geur. Geuren hebben invloed op onze emoties en herinneringen. Aangename geuren geven een prettig gevoel. In een woonzorgcentrum kan je bewoners bijvoorbeeld stimuleren door een koffiegeur te verspreiden via een geurtoestel, dat zorgt voor sfeer en de geur van verse koffie. Als je bewoners samen laat koken, ruiken ze verse groenten. Oudere mensen hebben minder smaak en eetlust. De geur van vers gebakken brood stimuleert de appetijt. Nog een smaakmaker is de geur van spek met eieren. Lavendel is rustgevend en laat je beter slapen. Jasmijn vermindert pijn en kan de nood aan valium verminderen. De geur van groene appels is verkwikkend en geeft moed. Ook cederhout versterkt het zelfvertrouwen.

In woonzorgcentra gaat de voorkeur uit naar etherische oliën omdat die in tegenstelling tot synthetische ook op de organen inwerken en antibacteriële kenmerken hebben. 

Interessante cases

  • Wzc Het Heiveld in Gent laat meetbare resultaten zien: het gebruik van psychofarmaca daalde drastisch door het aanbieden van betekenisvolle activiteiten. Er is een zorgboerderij met een moestuin, een zorgvarken, er zijn kippen. Er zijn plannen voor het houden van dwerggeitjes en de aanleg van een biodiverse tuin. Op de beschermde afdeling heeft elke bewoner een eigen voordeur, wat bijdraagt aan een betere oriëntatie, herkenning en identiteit. Op de afdeling is op een aantal plaatsen fotobehang van bekende Gentse winkelpanden aangebracht. De cafetaria kreeg een remake en roept de sfeer op van een bruine kroeg uit de jaren 1950.
  • Senior Living Group wil een afgesloten binnentuin bij het wzc in Beringen omvormen tot een buurttuin, met inspraak van de bewoners, familie, medewerkers en de buurt. Het initiatief past binnen de projectoproep Natuur in je Buurt van de Vlaamse overheid.
  • In Wzc Gerda in Sint-Niklaas  heeft Assar Llox architects de patio’s voorzien van een slakkenhuis met trappen die doorlopen langs de moestuin in bakken, waar men groenten en bloemen kan telen. Bewoners worden gestimuleerd om te bewegen, ze ontmoeten er elkaar. Deze moestuinen zijn ook georiënteerd rond de dagzalen waar de bewoners meestal vertoeven.

Illustratie: Grondplan 1ste verdieping van het slakkenhuis, ter hoogte van de patio’s in het woonzorgcentrum “Gerda” te Sint Niklaas.

  • WZC Ceres in Lauwe realiseerde een lichtrijke en open nieuwbouw. De ontwerpers werkten met co-creatie van bij het begin. Bewoners en personeel kregen zo al vlug in de ontwerpfase inspraak.
  • Wzc Sint-Vincentius Meulebeke hield bij de nieuwbouw rekening met een healing environment, maar wachtte niet tot die klaar was om ook in het oude gebouw mooie healing-ingrepen te doen. Zo kwamen er kleine hoeken waar konijnen worden gehouden, waar er een fake openhaard staat.
  • De Tovertafel werkt met een beamer die in het plafond is verwerkt en die op een tafel beelden projecteert. Als je de beelden aanraakt, verandert er iets, zoals een bloem die groter wordt. Het interactieve is een stimulans. Recenter is de Belevenistafel waarmee je alle doelgroepen kan bereiken. Het is een uitgebreidere versie van de Tovertafel, met bijvoorbeeld ook een jukebox. Het zet aan tot activiteit en het stimuleert het geheugen.

Studies, experten

  • Assar Architects bundelde zijn jarenlange kennis in de zorgsector en startte een werkgroep  rond Inclusive Design, gebaseerd op wetenschappelijke feiten vanuit ‘evidence based design en healing environment.  Een belangrijk thema hierin zijn de gevolgen van  ouderdom en dementie op de zintuigen. Aan de hand van een eigen ontwikkelde werktool kunnen keuzes van materiaal, kleur, licht enzovoort binnen het ontwerpteam beter bepaald worden. Ook concrete realisaties worden onderzocht om na te gaan wat het effect is.
  • Wzc Het Heiveld werkt geregeld samen met studenten om bepaalde aanpassingen te onderzoeken, zoals de deurposters met Gentse winkels of binnenkort de biodiverse tuin.
  • Senior Living Group werkte mee aan wetenschappelijk onderzoek dat de impact van geluid in kaart bracht. Enkele chefs van de groep zetten in op smaak, zoals meer kruiden om zout te kunnen verminderen.
  • Het Amerikaanse bedrijf Steelcase maakt meubelen voor kantoren, scholen, de gezondheidssector en voert geregeld onderzoek naar de impact van design en materialen.
  • Professor Henk Aarts, geurpsycholoog Universiteit Utrecht
  • UGent en VUB: vakgroepen geriatrie
  • Dr. Lien van Malderen (VUB) deed onderzoek naar determinanten van quality of life, zoals de factor ‘omgeving’.
  • Professor Roger Ulrich deed onderzoek naar het uitzicht op een natuurlijke omgeving bij patiënten van wie de galblaas werd verwijderd. De opnameduur was korter bij de groep die zicht had op een groene omgeving. Onderzoekers Parson & Hartig stellen dat ook een simulatie van natuur stress vermindert.
  • Slaapwaak-ritme zonder daglicht: 24u15 min: doi: 10.1073/pnas.1010666108
  • Verstoring melatonine door licht gedurende de nacht: DOI: 10.1126/scitranslmed.3000741 DOI: 10.1113/jphysiol.2012.227892
  • Gevolgen slechte slaapkwaliteit: doi:10.1038/nrn2868
  • Ouderen meer licht nodig door ooglens transmissie: doi: 10.1167/12.10.12
  • Ouderen met dementie met dubbel zo veel licht slapen beter: DOI: 10.1016/S0006-3223(97)89928-3
  • Margo Annemans (KU Leuven, specialisatie architectuur en ontwerpen)

Referenties bij haar lezingen:

–Annemans M., Van Audenhove C., Vermolen H., Heylighen A. (2016). Being Wheeled or Walking: A Qualitative Study of Patients’ Spatial Experience in Two Distinct Day Surgery Centers. HERD, 9 (3),176-189.

–Crilly et al. (2008). Representing artefacts as media. IJDesign 2(3):15-27.

–Huisman, E‚R.C.M., ea., (2012). Healing environment: A review of the impact of physical environmental factors on users. Build. Environ. 58, pp. 70-80

–s.n., 2011. Maggie’s Architectural Brief. Available at: http://www.maggiescentres.org/about/our_publications.html.

–Vaes K., (2014). Product stigmaticity. PhD, Univ. Antwerpen.

–Van der Linden, V., Annemans, M., Heylighen, A. (2015). “You’d want an energy from a building”: User experience of healing environment in a Maggie’s Cancer Caring Centre. In Christer, K. (Ed.), Proceedings of the Third European Conference on Design4AHealth 2015. Design4Health. Sheffield, 13-16 July 2015, 1-9.

–Van der Linden V., Dong H., Heylighen A. (2019) Populating architectural design: Introducing scenario-based design in residential care projects.International Journal of Design.

–Van Steenwinkel (2015) Offering Architects Insight into Living with Dementia: Three Case Studies on Orientation in Space-time-identity (PhD, supervisors Ann Heylighen & Chantal Van Audenhove)

–Vermeersch P-W., Heylighen A. (2016). Mobilizing disability experience to inform architectural practice. Journal of Research Practice v11 n2 (Art M3).

–Vermeersch P-W., Schijlen J., Heylighen A. (2018). Designing from disability experience: Space for multi- sensoriality. Participatory Design Conference 2018 (Paper No. 22).

Geef een reactie