Typ om te zoeken

In the spotlight Legal Thuiszorg Woonzorgcentra Ziekenhuizen

Hoe ziet het nieuwe normaal eruit op de zorgwerkvloer?

Delen

De ziekenhuizen, woonzorgcentra en andere zorgvoorzieningen maken na drie maanden coronacrisis een doorstart. Hoe ziet het nieuwe normaal eruit op de zorgwerkvloer? Zijn we voorbereid op een nieuwe golf en welke blijvende gevolgen houdt de zorgsector over aan corona? ZORG Magazine vroeg het vier experts tijdens de eerste versoepelingsweek. 

Het nieuwe normaal op de zorgwerkvloer is afstand houden. Maar nu we enkel afstevenen op nog meer isolement, zoals de Franse schrijver en notoir zwartkijker Michel Houellebecq beweert, wil Gezondheids- en Welzijnseconoom Lieven Annemans (UGent) graag nuanceren. “Lokale, gepersonaliseerde netwerken rond de zorgvrager zijn de toekomst.”

Lieven Annemans: “Link tussen thuiszorg en ziekenhuis moet sterker” 

“Subjectief welzijn op de werkvloer verschilt voor elk individu”, zegt Lieven Annemans. “Hoe ervaren mensen zelf hun welzijn? Wat wordt er van je gevraagd? Onder welke druk sta je emotioneel en fysiek? Over welke hulpmiddelen beschik je om met je werk om te gaan? Hoe ervaar je je leidinggevende, jobinhoud, collega’s, opleidingsmogelijkheden en je eigen veerkracht? Al die factoren samen moeten in evenwicht zijn.”   

Op de zorgwerkvloer zijn twee parallelle werelden ontstaan. Tegelijk was het alle hens aan dek, maar viel er ook veel stil. Wie al die weken in de eerste wereld op de barricaden heeft gestaan, heeft tijdens deze heropstart wat decompressie nodig. De IZ-medewerkers, maar ook wie zich snel moest omscholen om bij te springen. Buiten de bestaande ziekenhuisnetwerken werden verrassend vlot samenwerkingen opgezet en afspraken gemaakt. Die solidariteit zullen we nodig hebben voor afspraken tussen de ziekenhuizen met veel en weinig Covid-patiënten, want de laatsten zullen het gemakkelijker hebben om weer op te starten.” 

De toekomst is aan netwerken, zegt u: buurtnetwerken, waarin huisartsen, apothekers, kinesisten, psychologen en thuisverpleegkundigen samenwerken rond een populatie in hun gemeente. Een nieuwe nadruk op preventie en nabijheid.   

“Zorg in de thuisomgeving vereist samenwerking. Dat zien we ook bij de heropstart. Mensen met klachten mogen niet blijven thuiszitten en moeten naar hun huisdokter. Als de samenwerking tussen alle zorgverleners goed zit, kan die zijn patiënt dan vlot doorverwijzen. Wat vaak nog ontbreekt in de puzzel, is de link tussen thuiszorg en ziekenhuis. Voorbeeld: een ziekenhuispediater kán een chronisch ziek kind naar huis sturen om daar specialistische thuiszorg te krijgen – met steun voor de ouders. In het huidige betalerssysteem zullen vooral pediaters met een sterke maatschappelijk drive daar werk van maken en hun ziekenhuisdirectie kunnen overtuigen. Met een andere financiering kan je dat faciliteren. Huisarts, pediater en verpleegkundige in kinderzorg kunnen voor hun samenwerking vast vergoed worden. 

De nieuwe schakelzorgcentra voor nazorg zijn een aanzet in die richting, blijven die bestaan? 

“Initiatieven om mensen naar een low care omgeving te brengen, zoals een zorghotel, zijn niet nieuw. De kost per dag zou er lager liggen dan in ziekenhuizen. Bij ernstige Covidgevallen bleek dat in ieder geval nuttig te zijn. Waar en wanneer dat verder nog zinvol kan zijn, moeten we uitzoeken.” 

Wat wordt de meerkost van de coronacrisis op korte en lange termijn voor de zorgsector?  

“Kosten kun je vanuit twee perspectieven bekijken: vanuit het Riziv en vanuit de zorginstellingen. Voor de ziekenhuizen was Covid alles hens aan dek op het vlak van mensen en middelen. Tegelijk hebben ze inkomsten gemist door niet-uitgevoerde consultaties en zorgverlening. Het Riziv hoeft die dan weer niet terug te betalen. Toch zal ook het Riziv door Covid een meeruitgave hebben, ondanks de gedeeltelijke recuperatie.”  

Zal een tweede lockdown voor de zorgsector even ingrijpend zijn als de eerste?  

“Ik verwacht een lockdown op maat die de meest kwetsbaren beschermt én de economie draaiend houdt – eerder de Zweedse aanpak dus. Maar dé les is dat zodra je een lockdown start, je ook al de exit moet voorbereiden.” 

Ziet u in dit ‘Intervirum’ – zoals trendwatcher Herman Konings de periode tussen pandemieën noemt – dogma’s sneuvelen wat betreft de financiering van de zorg? 

“We moeten blijven investeren in gezondheid. De sector zou jaarlijks 2 procent moeten groeien. Tegelijk kan je onnodige uitgaven en overconsumptie aanpakken, bijvoorbeeld door andere manieren van betalen. Die middelen kan je dan in preventie, kwaliteit en samenwerking steken. Minder ziekenhuisbedden kun je compenseren door betere samenwerking in buurtnetwerken om chronisch zieken op te vangen, zoals in Leuven gebeurt. Tegelijk is een buffer hard nodig. Bespaar minder snel op de financiering van de ziekenhuizen dan dat je het aantal bedden afbouwt, zodat ziekenhuizen per bed meer geld overhouden.” 

Lieven Annemans – Gezondheidseconoom, UGent


De aanvoer van chirurgische en FPP2mondmaskers kwam pas vanaf eind april goed op gang. Intussen draait de binnenlandse productie op volle toeren. Nieuwe samenwerkingsverbanden verhogen ook de testcapaciteit op Covid-19, zegt minister Philippe De Backer, hoofd van de federale Coronavirus-Taskforce. Hoe kunnen we medisch strategisch materiaal voor de zorgsector beter beheren?  

Philippe De Backer: Voor strategisch medisch materiaal hangen we niet langer af van het buitenland 

Philippe De Backer, Federaal minister

 Eind maart was de nood in de ziekenhuizen en de woonzorgcentra aan professionele mondmaskers enorm groot”, zegt de minister. “Ook in de thuisverpleging was er een extra nood aan chirurgische en deels ook FFP2maskers. Die zijn we massaal beginnen bestellen. Begin mei beschikten we over 300 miljoen chirurgische (wegwerp) maskers en 50 miljoen FFP2 mondmaskersbovenop de eigen bestellingen van ziekenhuizen, WZC en eerste lijn. Voor alle zorgberoepen die door de Risk Management Group (RMG) als prioritair worden gecatalogeerd, kunnen we voldoen aan de noden.” 

In de eerste fase van de coronacrisis konden de traditionele leveranciers de grote vraag niet aan, ook niet Europees 

“Klopt, we zijn internationaal moeten gaan zoeken. Zelfs een Europese aanbesteding voor 200 miljoen maskers in het begin van de crisis leidde nergens toe omdat de markt overbevraagd was. Intussen vullen (sinds half mei) Deltrian in Wallonië en Van Heurck en ECA in Vlaanderen de vraag naar chirurgische mondmaskers in. Die stocks zijn exclusief voorbehouden voor de zorgsector. Het verbod op de distributie van medische maskers van FFP2 in de groothandel blijft bestaanWat bij supermarkten en apothekers terecht komt, staat daar los van. De afspraak is wel dat de overheid die stockin een noodgeval kan opkopen voor de zorgsector. In de zorg blijven mondmaskers verplicht tot er een vaccin of een geneesmiddel is.” 

Begin mei haalden we een testcapaciteit van 20 à 25.000 PCR-tests per dag. In de loop van de maand zouden er 900.000 tests beschikbaar, in juni 3 miljoen.  

“De PCRtesting hebben we de afgelopen weken opgeschaald door meer capaciteit in de ziekenhuizen en de klinische labo’s, maar vooral door een centraal platform met universiteiten, biotech- en farmabedrijven voor de bevoorrading van wissers en reagentia. Voor serologische tests behouden we het klassieke circuit van klinische labo’s. We hebben gezocht naar Belgische bedrijven die serologische testen kunnen maken en naar hoe we die kunnen valideren in Belgische labo’s, want zelfs met een CE markering is dat geen garantie. Daar kwam een selectie van bedrijven uit die én een CE markering én zo’n validatietest hebben doorlopen. Daardoor kunnen we nu miljoenen serologische kits (sneltesten) verzekeren.”  

Hoe worden de testings centraal gecoördineerd?  

Voor PCR-testen is er het centraal platform voor de triagecentra. Die worden sinds mei beleverd met wissers en testen door het federaal platform, een high-throughput PCR platform opgezet met universitaire, biotech en farmalabo’s dat meer dan 20.0000 testen per dag kan verwerken. De stalen worden gebracht en opgehaald aan de triagecentra door twee bedrijven. Voor de verdere staalnames (sinds 11 mei) kunnen de triagecentra gebruik maken van dit platform voor de levering en ophaling van wissers/testen of afspraken maken met een lokaal klinisch laboof de beide combineren. De huisartsen maken voor testen die ze in eigen praktijk afnemen gebruik van hun eigen klinisch labo. Deze klinische labo’s leveren ook wissers en testen. Naar verwachting komt er een progressieve opbouw naar 15.000 tests per dag.”  

Sinds 11 mei draait contact tracing op volle toeren. Een app is er niet doorgekomen wegens technisch niet haalbaar en privacyredenen. Was daar vraag naar vanuit de zorgsector? 

“Ook de zorg wil eerst alles op punt krijgen qua contactonderzoek via calls”, zegt minister De Backer. “In landen die een app gebruiken, wordt maar 5-15 procent van de bevolking bereikt, het grootste deel van het contactonderzoek zal sowieso klassiek gebeuren. Technologie als ondersteuning kan pas in een volgende fase. De regio’s zijn nu bezig met een opschaling van de contacttracers, de doelstelling is nog steeds om 2000 mensen operationeel te hebben. Of dat aantal blijft wat het is, hangt af van het verloop van de pandemie.” 

De bevoegdheden voor onze gezondheidszorg zijn te versnipperd. Wat hoort u zelf uit de sector?  

“Dat het veel eenvoudiger kan. De verschillende bevoegdheidsverdelingen en het overleg moeten goed op elkaar aansluiten. Het is voor de mensen op het terrein niet altijd duidelijk bij wie ze moeten zijn én verantwoordelijkheden kunnen te makkelijk worden afgeschoven. Voor de gewone dagelijkse werking en tijdens een crisis hebben we een eenheid van commando nodig. Regionaal of federaal maakt dan niet uit. De ziekenhuizen hebben die eerste golf succesvol opgevangen, de woonzorgcentra hadden wel een probleem, maar we hebben de problemen samen kunnen oplossen. Over hoe we die samenwerking verankeren, moeten we het nog hebben.” 

Als het aankomt op de logistiek van of PBM strategisch medisch materiaal (chirurgisch masker, overschort, spatbril, handschoenen…) tijdens een crisis, hebben we enkele harde lessen geleerd. 

“Elk land kampte met dezelfde problemen en uitdagingen. Ook met een strategische stock – zoals Finland – was de aanvoer eindig. Binnen Europa moeten we zelf kunnen instaan voor onze bevoorrading. Daarin moet de Europese solidariteit meespelen: bij het begin van de crisis hebben grote EU-landen stocks geblokkeerd en daarmee de regels van vrij verkeer van goederen geschonden. Eigen productie is dus essentieel om de eigen capaciteit te vergroten.” 


Op korte én lange termijn ziet viroloog Marc Van Ranst communicatie, samenwerking en duidelijke verantwoordelijkheden als de essentie voor de doorstart. En ook: “In sommige voorzieningen zullen kosten- en batenanalyses nog wat minder moeten gaan doorwegen dan het welzijn van bewoners en patiënten.” 

Marc Van Ranst: “Betere en vlottere communicatie, met één overheid” 

Marc Van Ranst – Professor in de Virologie en Epidemiologie

De heropstartperiode wordt een uitdaging, want er zal nog altijd een Covid-19 afdeling te runnen zijn” zegt Marc Van RanstElk ziekenhuis heeft zijn eigen beleid, dat afhangt van de infrastructuur. Met voldoende plaats kunnen Covid en non-Covid gescheiden blijven. Hebben alle kamers onderdruk, dan is het veilig buiten de sas. Is het architecturaal niet haalbaar om te scheiden, of is er maar één intensieve afdeling, dan is de onderverdeling moeilijk. Het is vooral een kwestie van gezond verstand.” 

Huisarts en eerste lijn worden bijzonder belangrijk. Hoe kan de rol van de huisarts evolueren door Covid-19 – ook op het vlak van tests? 

“Teleconsultaties werken zeker, maar hebben hun beperkingen. Ideaal ziet een huisarts zijn patiënt. Ként die de patiënt, dan is een teleconsultatie handig. Zeker als die afgestemd is op een netwerk van andere zorgverleners. Voor PCR-tests heeft ook de huisarts een klinisch labo nodig. Uit serologische tests waarin je met een vingerprik een druppel bloed antistoffen kan detecteren, kan je meestal het resultaat wél makkelijk aflezen. Alleen zijn die dit jaar niet bruikbaar, want ik geloof niet in serologietesten voor respiratoire parameters tijdens het tweede, derde of vierde seizoen. Zijn de antistoffen recent, oud, is het nog de vorige stam? En ruim serologisch testen, zie ik niet meer gebeuren als we een paar jaar verder zijn. De bruikbaarheid is volgens mij dus in gelimiteerd in de tijd.” 

Zijn de 30 Vlaamse schakelzorgcentra en eerstelijnstriagecentra blijvers in het zorglandschap, naast de woonzorgcentra en ziekenhuizen? 

Dat zijn noodoplossingen. Onze ziekenhuizen moeten investeren in isolatiekamers. In de woonzorgcentra hebben we striktere kwaliteitseisen nodig. Zowel in grootte als in kwaliteit zijn er grote verschillen. Alle ziekenhuizen zijn geaccrediteerd of minstens geaudit, terwijl de normen in de woonzorgcentra best wat hoger kunnen. Let wel: geen kwaad woord over de mensen op het terrein, de zorgkundigen in de woonzorgcentra: die leveren ongelooflijk werk. Maar het beleid is een gedeelde verantwoordelijkheid van de hele sector. We moeten naar minder versnippering en een nauwere relatie tussen woonzorgcentrum en ziekenhuis. Naar directies die beter communiceren met een niet-versnipperde overheid. In de praktijk moet elk ziekenhuis met een 15-tal woonzorgcentra in contact staan, want dat is de verhouding. Maar vooral: laten we oude mensen een fijner levenseinde bezorgen. Gemiddeld leven mensen nog anderhalf tot twee jaar in een woonzorgcentrum. Focus daar minder op de kosten-batenbasis en méér op welzijn. Op weinig plekken in de wereld vind je een zo nabij en fijnmazig gezondheidszorgnetwerk. Dat moet dus kunnen.” 

Verdwijnen de mondkapjes en de beschermingskledij nog van de werkvloer? Wat wordt het nieuwe normaal in de ziekenhuizen en woonzorgcentra?   

“Ook dat vind ik een gedeelde verantwoordelijkheid. Waarom zouden onze voorzieningen zelf geen stock aanleggen? De overheid moet een strategische voorraad aanleggen, maar de voorzieningen ook. Hetzelfde voor de huisartsen: het is ook hun verantwoordelijkheid. Mondkapjes en beschermingskledij zijn een deel van het standaardmateriaal dat ze in huis moeten hebben. We zullen zo beter dan ooit voorbereid zijn op een nieuwe golf. Besparingen zullen even niet op tafel liggen. Anderzijds moét de efficiëntie beter en wat we daarmee winnen, herinvesteren in de sector. Net als structurele verloningen van wie het minst verdient, zeker in de woonzorgcentra. Die mensen verdienen meer dan alleen ons applaus.” 

Zorgnet-Icuro is de koepel van Vlaamse algemene ziekenhuizen, initiatieven uit de geestelijke gezondheidszorg en not-for-profit voorzieningen uit de ouderenzorg. Gedelegeerd bestuurder Margot Cloet ziet een blijvende impact van de coronaviruscrisis – en dan vooral op de woonzorgcentra. “We moeten de hele ouderenzorg omdenken.” 


Margot Cloet: Minder woonzorgbedden, meer kwaliteit en omkadering” 

Margot Cloet – Gedelegeerd bestuurder Zorgnet-Icuro

 “‘Heropstarten’ betekent het hervatten van niet-dringende zorgverlening in de ziekenhuizenmaar ook opnieuw bezoekers toelaten in woonzorgcentra en andere voorzieningen”, zegt Margot Cloet. “Voor live consultaties worden maatregelen genomen zoals minder mensen in de wachtzaal, één begeleider per patiënt die mag meekomen, aparte stromen tussen Covid- en nietCovid … Het doel is een geleidelijke en veilige opstart. Ook voor de geestelijke gezondheidszorg gebeurde dat in mei.”   

Logistiek is het een hele uitdaging om opnieuw veilig bezoekers toe te laten. Gelden er algemene richtlijnen? 

“Omdat alles tegelijk gebeurt, moet het risico op besmetting zo klein mogelijk houden door fysieke distancing en beschermingsmiddelen voor risicogroepen. Via algemene richtlijnen zonder al te veel details, om te vermijden dat in de ene gemeente de woonzorgcentra de deuren openen en in de andere niet. Uitzonderingen moeten kunnen. Bij een grote personeelsuitval heb je niet dezelfde mogelijkheden om bezoek te organiseren als bij een volledige bestaffing. Veel hangt ook af van de beschikbare infrastructuur. En als bezoeker mag je de laatste twee weken natuurlijk geen symptomen van Covid-19 vertoond hebben.” 

Welke blijvende veranderingen ziet u in de woonzorgcentra nu de storm enigszins luwt? 

“De crisis heeft goeie en slechte dingen naar boven gehaald. Hervormingen waar we het al jaren over hebben, zijn nu acuut. Ziekenhuizen en woonzorgcentra moeten sterker netwerken. Afspraken zijn nodig tussen artsen, woonzorgcentra en ziekenhuizen. De ouderenzorg zelf zullen we moeten omdenken. Ouderen zijn kwetsbaar, welke ondersteuning willen we hen in de woonzorgcentra – maar ook als alleenstaande – bieden?” 

Dat vereist een debat over de organisatie en de financiering van de woonzorgcentra. 

“En over bevoegdheden”, vult Margot Cloet aan. “We kunnen niet nog een pandemie aan zonder centraal aangestuurd zorgbeleid. Een voorbeeld: psychiatrische ziekenhuizen zijn een federale bevoegdheid, de CGG en de psychiatrische verzorgingstehuizen zijn regionaal. Daardoor hebben ze nu verschillende bezoekregelingen. Toch gaat het in beide gevallen over dezelfde pathologieën. Bovendien is het voor mensen met geestelijke gezondheidsproblemen erg belangrijk dat ze de regels kunnen begrijpen.” 

U pleit voor investeringen in de woonzorgcentra, deels gefinancierd door een verhoging van de jaarlijkse premie van de Vlaamse sociale bescherming. 

“We moeten investeren in de kleinschalige, onafhankelijke woonzorgcentra. De grotere entiteiten kwamen de crisis beter door. De jongste jaren is er ook veel capaciteit bijgekomen, misschien moeten we nu inzetten op kwaliteit door een betere omkadering. Veel woonzorgcentra hebben een directeur, een hoofdverpleegkundige, logistiek- en zorgpersoneel maar nauwelijks een middenkader. We waren aan het evolueren naar welzijnsgerichte instellingen – deze crisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt dat je ook het medische niet mag verwaarlozen. Daarin is een nieuw evenwicht nodig.” 

Over het evenwicht tussen welzijn en medisch: werden bewoners met Covid-19 niet snel genoeg overgebracht naar het ziekenhuis?  

“Op een bepaald moment adviseerden gerontologen om mensen niet te snel vanuit het woonzorgcentrum naar een ziekenhuis over te brengen. Dat is door woonzorgcentra en door ziekenhuizen geïnterpreteerd als ‘neem geen mensen meer op uit woonzorgcentra’ of ‘stuur ze niet meer’. Het advies leidde dus tot verwarring en nare situaties. We hebben vanuit Zorgnet-Icuro de opnames ook altijd bepleit, net als meer interactie tussen woonzorgcentra en ziekenhuizen. Daardoor zie je nu in de cijfers een stijging van het aantal mensen in ziekenhuizen uit de woonzorgcentra.” 

Een trend binnen een meer welzijnsgerichte ouderenzorg is intergenerationeel wonen, hoe ziet u die evolutie?  

“We mogen mantelzorg door corona niet onder de mat gaan vegen, dat is te belangrijk. Laten we van woonzorgcentra ook geen miniziekenhuizen maken. Welzijn en gezondheid moeten elkaar versterken en mantelzorg zal daar altijd een plek in hebben.” 

Zijn de mondkapjes en de beschermingskledij op de werkvloer blijvers en wat is de impact daarvan op de bewoners? 

“Ik hoop van niet”, zegt Margot Cloet. “Het trekt een gordijn op tussen zorgverlener en bewoner. Goede zorg is ook affectieve zorg. Mensen hebben ook nood aan een knuffel, maar dat is nog niet voor meteen. Toch mogen we van de woonzorgcentra geen steriele omgevingen maken. Er moet ruimte zijn voor affectie, genegenheid en geborgenheid.” 

Hoe houden we de zorgwerkvloer aantrekkelijk voor zorgmedewerkers?  

“De omkadering moét sowieso beter, maar vergeet ook niet dat we soms in een week reorganisaties gerealiseerd kregen waarvoor je normaal twee jaar nodig hebt. Die dynamiek en flexibiliteit moeten we goed onthouden. Ook op puur menselijk vlak gebeuren er héle mooie dingen. Veel zorgmedewerkers doen hun werk met hart en ziel. Zorg maakt deel uit van het leven: je krijgt er veel voor terug en het verrijkt je als mens. Net de mensen op de zorgwerkvloer geven zin aan deze crisis. De solidariteit vanuit de samenleving moeten we vasthouden: ik hoop dat het applaus zich omzet in een draagvlak voor het behoud van een sociaal zorglandschap.” 

Geef een reactie