Typ om te zoeken

Overige

“Intercultureel bemiddelaars hélpen de gezondheidszorg juist te besparen”

Delen

Intercultureel bemiddelaars worden ingezet door de welzijns- en gezondheidssector in Vlaanderen, Brussel en Wallonië en vormen een belangrijke brug tussen verschillende organisaties. Maar wat is precies hun rol, waar liggen de verschillen met sociaal tolken en hoe stabiel is de financiering? Volgens Hamida Chikhi, coördinator van het team Intercultureel Bemiddelaars van vzw Foyer in Brussel en bestuurder van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Brussel, wordt hun rol onderschat : “bemiddelaars voor de eerstelijnszorg zouden een prioriteit moeten zijn” 

Het Molenbeekse integratiecentrum Foyer bestaat 50 jaar in 2019 en bevordert op het lokale, regionale en internationale niveau diversiteit, interculturaliteit en sociale cohesie. Het team Intercultureel Bemiddelaars maakt deel uit van de werking. “Geen toeval, zegt Hamida Chikhi. “De sterkte van Foyer is dat het altijd al een voorloper was. Veel projecten werden wegens succes autonoom of overgenomen door de overheid. Wist je dat we begonnen zijn als jongerenwerking met huiswerkklassen? Ik ben er zelf bijgekomen in 1987 als pas afgestudeerde verpleegkundige. Ik wilde graag iets doen met talen – ik volgde zelfs Arabische les. Ik wilde eigenlijk als verpleegster in Marokko werken. Maar dat is er nooit van gekomen, tenzij nu al 12 jaar als vrijwilliger. Maar toen kwam Paula D’Hondt, Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid. Haar commissariaat lag aan de oorsprong van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (°1993), het huidige Unia én van de intercultureel bemiddelaar. Hamida werkte zelf op het kabinet D’Hondt, dus was bij de prille start. 

Meer dan 25 jaar interculturele bemiddelaars. Dan zou je denken dat de werking nu stevig op de rails staat? 

Het systeem van bemiddelaars is ondanks alle publiciteit maar ten dele van de grond gekomen”, zucht Hamida Chikhi. “In Wallonië waren ze nog niet klaar voor en in Vlaanderen is de werking nooit doorgebroken. Per provincie waren er een coördinator en tien bemiddelaars voorzien, maar in Vlaanderen zijn de subsidies weggevallen. De werking werd er overgeheveld naar de sociaal tolken, maar die hebben een beperktere rol. In Brussel mochten we blijven bestaan, omdat we gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Hier hebben we dan ook een mooi netwerk kunnen uitbouwenOnze Franstalige tegenhanger, SeTIS Bruxelles, doet trouwens identiek hetzelfde werk als wij. Op federaal niveau –  binnen de ziekenhuizen dus – is het inzetten van intercultureel bemiddelaars wel ingeburgerd geraakt. Maar op de eerstelijnszorg is dat nog niet zo. En laat nu juist daar het grootste aantal oproepen voor een bemiddelaar of tolk vandaan komen. Heel wat mensen weten niet waar ze bemiddeling moeten zoeken. Daarom is het erg belangrijk dat dat ook via eerstelijnszorg gebeurt. Elke instelling zou minstens moeten wéten hoe ze een beroep kan doen op een intercultureel bemiddelaar. In het ideale geval zonder zich zorgen te hoeven te maken over de factuurOns voorstel was ooit om het inzetten van bemiddelaars te koppelen aan de wet van 22 augustus 2002 op de rechten van de patiënt, bijvoorbeeld door te bepalen dat een patiënt die het nodig heeft maximaal vijf keer per jaar recht heeft op taalbijstand. Maar dat ging niet door wegens geen middelen. 

Hoe verloopt het inschakelen van bemiddelaars nu en waar ligt het verschil met een tolk? 

Eerst de gelijkenis: een bemiddelaar of een tolk inschakelen, is altijd de beslissing van de hulpverlenerniet de keuze van de patiëntHet verschil is dat een bemiddelaar meer doet dan een tolkomdat er ook culturele duiding bijkomt via voor- en nagesprekken met hulpverleners. Bemiddelaars bieden taalondersteuning, bijstand en begeleiding. Tegelijk kunnen ze ook tolken zoals sociaal tolken. Bemiddelaars mogen daar in tegenstelling tot tolken hun interpretatie aan toevoegen. 

De meerwaarde van interculturele bemiddeling situeert zich op verschillende vlakken. Om te beginnen al hoe ze verbale en non-verbale communicatie kunnen duiden. Soms heeft een hulpverlener niet door dat in een bepaalde cultuur zogenaamd ‘ja’ of ‘nee’ knikken iets heel anders kan betekenenEen bemiddelaar hertaalt dat. Daarnaast is het zo dat we een hele goede gezondheidszorg hebben, maar laagdrempelig is het systeem niet. Heel wat patiënten uit kansengroepen hebben de ins en outs niet helemaal door. De bemiddelaar neemt dan met toestemming van de hulpverlener de tijd om op maat van de zorgvrager het gezondheidszorgsysteem uit te leggen. Omdat het over kwetsbare patiënten gaat, heb ik het niet graag over ‘allochtonen’, want dit gaat ook over Belgen. In Brussel praten sommige Nederlandstalige patiënten echt geen Frans. Dan bots je tegen drempels aan, ook in de geestelijke gezondheidszorg. We hadden zelfs ooit twee bemiddelaars nodig gehad om voor een patiënt behoorlijk te vertalen waarover de hulpverlener het had. 

“Hulpverleners op elkaar afstemmen is ook een belangrijke opdracht. Gehandicaptenzorg, Thuiszorg, sociale dienst, Kind en Gezin, psychologen… een bemiddelaar is heel goed geplaatst om samen te overleggen, want die kent het hele verhaal van een patiënt.” 

Hoe groot en divers in het team samengesteld? En wisselt die samenstelling? 

Onze vzw kan een beroep doen op 12 Nederlandstalige bemiddelaars. Daarvan hebben er een Brussels GESCO-contractmedewerkers zijn voltijdse equivalenten vanuit de VGC. Bij voorkeur beheersen onze bemiddelaars Frans én hun thuistaal. We hebben bemiddelaars voor Arabisch, Berbers, Turks, Albanees, Chinees (Mandarijn en Kantonees) … het zijn allemaal vrouwelijke bemiddelaars. We hadden ooit een man in dienst, maar kwetsbare patiënten verkiezen bijna altijd een vrouw. We hoorden eens van een vrouw dat haar man zelf niets wist van haar probleem – laat staan dat ze het aan een vreemde man zou vertellen. Alles met urologie en gynaecologie, IVF of incontinentie ligt extra gevoelig. Omdat het welzijn van de patiënvoorop staatvolgen we hen daarin. Anderzijds zijn onze bemiddelaars er voor opgeleid om delicate informatie – bijvoorbeeld rond urologische problemen – te herformuleren voor een man. In de geestelijke gezondheidszorg zie je dan weer dat sommige bevolkingsgroepen dat zo’n taboe vinden, dat ze het probleem binnen hun eigen gemeenschap houden. Bij Roma en Chinezen zie je dat heel sterk. Elke cultuur is weer anders. Voor sommige bevolkingsgroepen tolk je vooral, bij anderen werk je eerder toe naar een compromis – dat zie je vaak bij Marokkanen. Mee zijn met telkens weer nieuwe doelgroepen is niet zo eenvoudig. We zien nu veel Somaliërs, Rwandezen, Iraniërs en Afghanen … maar omdat de bestaande bemiddelaars een contract hebben, ligt het team uitbreiden naar die talen helemaal niet voor de hand. De opleiding tot intercultureel bemiddelaar bestaat bovendien alleen nog in Leuven – onder het label interculturele medewerker – en maakt deel uit van het onderwijs sociale promotie, volwassenenonderwijs dus. Omdat de opleiding minstens twee jaar duurt, is ook dat een hele investering. Maar ze is wel essentieel. Op het gebied van gezondheidszorg probeert de Foyer aanvullend te werken. Ook op taalvlak moet je héél goed screeneneen ‘thuistaal’ bij een derde generatie is veel zwakker dan bij nieuwkomers. 

Hoe schat je de maatschappelijke en economische meerwaarde in van wat jullie doen? 

Een goeie vraag – en heel actueel. Omdat we via de VGC onder het Vlaamse bevoegdheidsdomein Welzijn vallen – ook in Brussel – is onze toekomst nu onzeker, ook al is de vraag om interventies vanuit Vlaanderen heel groot. Het kabinet Vandeurzen was ons in ieder geval heel genegen. Om je een voorbeeld te geven van de brede scope van onze werking: we worden vooral gevraagd in de welzijnszorg zoals CAW’s. De federale overheid – de ziekenhuizen, waarvoor de FOD volksgezondheid bevoegd is – vragen ons vaak voor internetbemiddeling (videoconferencing). Ook buiten Brussel, bijvoorbeeld in Halle-Vilvoorde. Internetbemiddeling zou ik ook zou willen realiseren voor de eerste lijn. Binnen Onderwijs doen de CLB’s en zorgcoördinatoren vaak een beroep op onsJeugdzorg Halle-Vilvoorde doet een beroep op ons, net als geestelijke gezondheidszorg en wijkgezondheidscentraUitzonderlijk zijn we ook eens in Aalst opgeroepen voor een Turkse jongen in palliatieve zorg en zijn familie. Gratis doen we dat niet. Omdat hulpverleners te pas of te onpas een bemiddelaar inschakelden, is er een minimumfactuur van 15 euro per uur om toch een drempel in te bouwen. Zo creëer je ook meer respect. Toch blijft ook in cijfers het aantal oproepen indrukwekkend. Via telefonisch onthaal verzorgden we 3295 interventies in 2018. 1100 via het oproepsysteem, 922 via Kind & Gezin waar twee bemiddelaars gedetacheerd zijn en 1 via Medikuregem. 1313 keer hebben we telefonische informatie verstrekt. 

Ik zie ons maatschappelijk belang nog toenemen”, benadrukt Hamida ChikhiNieuwkomers moeten onze taal leren, maar in moeilijke situaties kan je nog altijd het beste je verhaal doen in je moedertaal. Bovendien verliezen ouder worden mensen met een migratieachtergrond vaak hun kennis van de tweede of derde taal en blijft alleen de moedertaal over. Dat zien we nu al in Limburg bij Italiaanse en Turkse migranten van de eerste generatie. Bij mijn eigen moeder zie ik dat als ze naar Leuven moet voor een onderzoek. Een bemiddelaar inschakelen maakt onderzoeken preciezer, waardoor er minder nodig zijn en het totaalplaatje dus goedkoper wordt: dat is een goede economische reden om bemiddelaars te behoudenIn landen als Zwitserland en Australië heeft iedereen recht op een tolk en vind je zelfs hun kaartjes in de artsenpraktijken. Sommige artsen hier zijn zelf ook vragende partij. Bovendien kun je ook als kwetsbare persoon maatschappelijk evolueren. Daarin speelt een bemiddelaar een waardevolle roldie haar of zijn ‘subsidie’ meer dan waard is. Dit gaat over een maatschappelijke langetermijnvisie. Projecten zoals Ouder worden in je buurt kunnen gedragen worden door bemiddelaarsVia taalanalyse met een logopediste kunnen we kinderen vanaf 3 jaar ook weghouden uit het Bijzonder Onderwijs als dat niet nodig is. Taalachterstand is geen taalstoornis. Die adviserende rol is een nieuw project van de Foyer. Ook binnen ons takenpakket blijven we dus innoveren.” 

“Waar ik persoonlijk van geniet, is dat we 77 laaggeschoolde vrouwen en één man de kans gegeven hebben om te klimmen op de maatschappelijke ladder. Door hun opleiding te combineren met een tewerkstellingscontract en een intense ondersteuning en omkadering konden ze zich echt ontplooien. Als bemiddelaars kunnen ze doorstromen binnen de welzijns- en gezondheidssector. De meesten hebben werk gevonden als interculturele bemiddelaars in verschillende instellingen, 7 vrouwen zijn gaan studeren aan een hogeschool. Enkelen zijn nu maatschappelijk werker, één is vroedvrouw geworden, één vrouw is coördinator in een instelling, een andere heeft een eigen kinderdagverblijf geopend.” 

 

Bemiddelaar Oxana: mama weer trots gemaakt op haar kind 

Russen hebben omwille van hun privacy een historisch wantrouwen tegen ‘hulpverlening’. Oxana heeft Russische roots en is intercultureel bemiddelaar bij de Dienst ICB in Molenbeek. Hoe helpt zij haar taalgenoten en wat zijn drempels waar ze tegenaan aanbotsen? “Een Russische mama met een peuter met het Downsyndroom wilde aanvankelijk dat haar kind zo lang mogelijk naar een gewone school zou gaan om bij te kunnen leren van andere kinderen. De oudere zus ging al naar school. Ook de jongste kreeg er een plaats, maar de moeder wilde wachten tot hij sterker was of tenminste zelf zou kunnen lopen. Het kind is echter motorisch heel zwak en heeft ook een verstandelijke beperking. De school besloot uiteindelijk dat ze niet voor de veiligheid van het kind kond instaan. Een nieuwe piste was dus buitengewoon onderwijs, maar daar moest ik de mama echt van overtuigen. Ze probeerde het tochhet kind kon terecht in het onthaalklasje. Een revalidatiecentrum was niet meer nodig want het kind kreeg alle therapie op school. Omdat het jongetje communicatief erg zwak is, schakelde thuisbegeleiding een logopediste in die de mama aanmoedigde om via gebarentaal met haar zoontje te communiceren. De mama klapte dicht: ze had het er moeilijk mee dat haar zoontje moest leren ‘spreken’ via gebarentaal. Ik kon haar overtuigen van de voordelen door de toelichting van de logopediste te vertalen. Uiteindelijk is de Russische mama zelf met gebarentaal aan de slag gegaan. Eerst wadeze moeder ‘beschaamd’ over haar kind, nu heeft ze hem aanvaard en is ze juist trots op het kind. Het hele gezin communiceert nu met de jongen via gebarentaal.” 

Geef een reactie