Typ om te zoeken

ICT

Mobile Health: Actiepunt 19 

Delen

Interview met Eric Van der Hulst, projectleider Actiepunt 19

 
In de nieuwe versie van het actieplan e-Gezondheid, dat in oktober 2015 werd goedgekeurd door de bevoegde instanties, werd mHealth als nieuw actiepunt toegevoegd. Dit was nodig om gehoor te geven aan de algemene opmars van mobiele technologie. Ook in de gezondheidszorg is het aantal mHealth-toepassingen de laatste jaren sterk gegroeid. De focus van actiepunt (AP) 19 ligt vooral op het uitwerken van concrete toepassingen van telemonitoring. Wij spraken met Eric Van der Hulstprojectleider van de werkgroep die AP 19 moet uitwerken, over de werkzaamheden binnen deze werkgroep. 
 
Eric Van der Hulst is informaticus van opleiding en hij heeft in zijn loopbaan al vaak de brug gelegd tussen de zorgsector en technologieleveranciers.
 
Eric Van der Hulst: “De implementatie van technologie is in de zorgsector moeilijker dan in andere sectoren. In de zorgwereld heb je immers geen klassieke economie van vraag en aanbod. Je hebt geen economie die zichzelf voortstuwt waarbij aanbieders met nieuwere en betere technologie hun producten en diensten verkocht krijgen aan klanten die hiervan de voordelen willen plukken. In de zorgsector wordt de nieuwste en beste technologie niet per se een succes. Voor het implementeren van mobiele technologie in de zorg komen er bovendien nog extra moeilijkheden bij. Er zijn namelijk heel veel aspecten waarmee rekening moet gehouden worden, zoals privacy, security, regelgeving en terugbetaling. Je kan de zorgsector dus niet louter vanuit technologie veroveren.”
 

Het belang van mHealth en AP 19

Eric Van der Hulst: “Met actiepunt 19 willen we vooral proefprojecten opzetten om mHealth te introduceren en te integreren in het klassieke zorgsysteem. Dat is nodig om de steeds groter wordende volumes van zorg in de toekomst nog aan te kunnen. Aan de ene kant zitten we met een beperkt aantal middelen en mensen en aan de andere kant zitten we met de toenemende vergrijzing en de opkomst van veel meer ziektebeelden. De balans tussen deze twee aspecten dreigt in de toekomst uit evenwicht te raken. Het voorspellen en het voorkomen van ziektes, en het persoonlijker maken van zorg zijn manieren om dit nijpend probleem het hoofd te bieden. En hierbij kan mHealth helpen.”
 

Het woord patiënt is achterhaald

De evolutie van mobiele technologie is al een hele tijd aan de gang, maar de zorgsector heeft deze technologie te lang links laten liggen. Nochtans zijn er tal van mHealth-toepassingen te bedenken die onze huidige manier van zorgverstrekking enorm zouden verrijken.
 
Eric Van der Hulst: “Het idee om mensen te behandelen op de plaats waar ze zich bevinden, bij hen thuis bij voorbeeld, biedt enorme kansen. Als mensen zelf persoonlijke medische data kunnen doorsturen naar iemand die hen opvolgt, hoeven ze zich niet te verplaatsen voor een consultatie. Deze data kan perfect vanop afstand gecollecteerd en geëvalueerd worden. Zo kan je mensen perfect thuis opvolgen om ze uit ziekenhuizen en zorgcentra te houden. Tegelijkertijd zie je dat er vandaag heel wat zelfbewuste burgers zijn die zichzelf beginnen te meten. Je hebt vandaag een hele nieuwe markt van technologie voor sport, voeding en beweging. Er is nood aan een connectie tussen deze wereld van gezondheid en de klassieke zorgwereld. In de zorgsector spreekt men nog steeds over patiënten. Het woord patiënt is te beperkend als men kijkt naar de zorg van de toekomst. Elke burger is een klant van ons gezondheidssysteem. In het ideale geval, waarbij de burger gezond eet, veel beweegt, kortom zichzelf gezond houdt, hoeft er niets te gebeuren. Het idee dat je pas patiënt en dus klant van het zorgsysteem bent als je eenmaal ziek bent geworden, is achterhaald. Deze visie is moeilijk door te trekken als je ook self-monitoring en preventie wil toelaten in je zorgsysteem.”
 

Geen terugbetaling mogelijk voor teleconsultatie

In het originele eGezondheidsplan stond mHealth niet opgenomen als actiepunt. Het is pas bij de herwerking, eind 2015, dat het thema werd toegevoegd aan het bestaand plan. Vanuit de overheid heeft men het belang van mHealth voor de toekomt van ons zorgsysteem ingezien. Op aandringen van Maggie De Block werd het thema uiteindelijk toegevoegd als belangrijk actiepunt.
 
Eric Van der Hulst: “Ons zorgsysteem zit enorm complex in elkaar, wat de implementatie van mobiele technologie bemoeilijkt. Maggie De Block heeft op een bepaald moment ingezien dat er actie nodig was op het terrein om de struikelblokken weg te nemen en de boot niet te missen. Ten eerste heb je het juridische aspect. Juridisch gezien kan een prestatie enkel terugbetaald worden als de zorgverstrekker en de patiënt zich in dezelfde ruimte bevinden. Dat bemoeilijkt mogelijkheden zoals teleconsultatie waarbij een zorgverstrekker een patiënt vanop afstand onderzoekt en evalueert. Onlangs zag ik een voorbeeld waarbij een persoon met vreemde vlekken op zijn arm op een spoedafdeling terechtkwam. Er was nood aan de mening van een specialist om uit te maken over welk soort uitslag het precies ging. De dermatoloog kon op dat moment niet aanwezig zijn, maar heeft de patiënt kunnen evalueren op basis van een online verbinding met videobeelden. Andere voorbeelden van teleconsultatie zijn denkbaar voor bijvoorbeeld logopedie, geestelijke gezondheidszorg, het behandelen van depressies, etc. Momenteel is er voor dit soort praktijken juridisch gezien geen terugbetaling mogelijk, waardoor deze in de praktijk ook niet uitgevoerd worden.”
 

Nood aan validatie en integratie van medische apps

Eric Van der Hulst: “Een tweede struikelblok is het groot aantal apps in de gezondheidssfeer die vandaag als paddenstoelen uit de grond schieten. Er zijn vandaag zo’n 150.000 tot 200.000 apps die pretenderen dat ze een medische waarde hebben. Het grote probleem is dat niemand kan controleren of deze apps inderdaad te vertrouwen zijn op klinische en wetenschappelijk vlak, maar ook op gebied van privacy en security. Als we dit soort apps willen toelaten in ons zorgsysteem moet er een vorm van validatie komen.”
 
“mHealth-toepassingen hebben het potentieel om een aanzienlijke kostenbesparing teweeg te brengen. Niet alleen omdat je burgers anders en beter kan behandelen en ook preventief kan werken, maar ook omdat er minder nood zal zijn aan consultaties en de hiermee gepaard gaande verplaatsing. Er bestaan vandaag al bloeddrukmeters die de gemeten waardes via een bijhorende app online zet en waarin de geschiedenis bewaard blijft. Waarom zou je nog de moeite doen om je te verplaatsen en een consultatie te betalen als je alles van bij je thuis kan doen. De voorwaarde is natuurlijk wel dat de gegevens automatisch worden doorgestuurd naar het softwarepakket van de behandelende arts. En net daar wringt vandaag het schoentje. De fabrikanten van dit soort toestellen verkopen in de eerste plaats toestellen en bieden daarnaast een app aan die volledig op zichzelf staat, zonder dat er echt connectie mogelijk is met andere pakketten. Actiepunt 19 heeft precies als doel om al deze struikelblokken uit de weg te ruimen om de implementatie van mHealth in ons zorgsysteem te vergemakkelijken.”
 

De werkzaamheden van AP19 in drie thema’s

De beschrijving en de doelstellingen rond AP19 zoals ze in het eGezondheidsplan zijn opgenomen, zijn nogal ruim en vaag verwoord. De werkgroep heeft in de eerste helft van dit jaar dan ook voornamelijk gewerkt aan het bepalen van de scope, de focus en de stakeholders.
 
Eric Van der Hulst: “We kwamen al snel tot de conclusie dat we drie grote sporen moesten volgen. Ten eerste een juridisch spoor om bijvoorbeeld bovenvermelde problemen rond terugbetaling op te lossen. Er werd in het verleden al een werkgroep opgericht met juridische specialisten die de juridische aspecten van het globale actieplan moeten bekijken. Deze werkgroep is opgesplitst in een aantal subwerkgroepen waaronder die voor mHealth, die in juni van dit jaar werd samengesteld. Deze werkgroep zal concreet nagaan waar de wet aangepast dient te worden om mHealth mogelijk te maken.”
 
“Het tweede spoor behandelt het thema mobiele authenticatie. Dat is niet zozeer nieuw, maar het gaat hier eigenlijk over het uitbreiden van de huidige authenticatiemogelijkheden die er vandaag bestaan voor eHealth-toepassingen. Het eHealth-platform is vandaag al consulteerbaar vanuit de patient health viewer en vanuit verschillende ziekenhuis- en huisartsenpakketten, mits gebruik van de eID-kaartlezer, maar niet vanuit smartphones en tablets. Op technologisch vlak bestaan er al oplossingen voor. Kijk bijvoorbeeld naar de mobile banking apps van banken, Google authenticator of het gebruik van tokens zoals dat ook mogelijk is bij Tax-on-web. Eigenlijk komt het erop neer dat er gewoon een beslissing moet genomen worden over wat in de toekomst de standaard zal worden waar al de mHealth-toepassingen aan moeten voldoen. Dit werkpunt wordt voornamelijk bekeken door de verantwoordelijken van het eHealth-platform onder leiding van Frank Robben. Als er eenmaal een beslissing is genomen over het verwachte beveiligingsniveau kunnen informatici aan de slag om ervoor te zorgen dat het eHealth-platform, het SUMEHR, het medicatieschema en alle andere toepassingen beschikbaar worden op mobile devices. Je kan er vanuit gaan dat je begin 2017 je medicatieschema en je SUMHER op je smartphone kan lezen.”
 

Via proefprojecten en databanken met leveranciers naar meer inzicht

Eric Van der Hulst: “Het derde spoor en meteen ook het onderdeel waar al de meeste aandacht aan is gegeven, zijn enerzijds de projecten en anderzijds het onderzoek naar welke kwaliteits- en evidentiecriteria nodig zijn om mHealth effectief te integreren. In juni is er een vrijblijvende vragenlijst gestuurd naar leveranciers van mHealth-toepassingen, met een gigantische respons als gevolg. De antwoorden moeten nog grotendeels verwerkt worden, maar het is nu al duidelijk dat het ons een goed zicht zal geven waar de verschillende spelers in België zitten die interesse hebben om geïntegreerd te worden in het zorgsysteem. Het is de bedoeling om tegen eind september 2016 een uitgefilterde databank te hebben van welke bruikbare spelers er in België voorhanden zijn. Deze databank zal ons een goed zicht geven op het aantal medical devices met CE-certificatie, het aantal devices en apps met connectiemogelijkheden naar een elektronisch dossier, hoeveel apps er zijn die als evidence based beschouwd kunnen worden, enzovoort.”
 
Vervolgens heeft de werkgroep in mei en juni hard gewerkt om een projectoproep te lanceren. Eind juni is deze oproep verschenen op de website van het RIZIV. Het doel is om een aantal projecten te lanceren waar een proefsimulatie kan opgezet worden voor het gebruik van mhealth in een specifiek zorgproces.
 
Eric Van der Hulst: “De projectoproep staat open voor alle zorgactoren in de brede zin van het woord. Het is niet de bedoeling dat leveranciers zelf een project indienen omdat we willen vermijden dat het alleen vanuit de industrie gepusht wordt. Achterliggend zullen er in heel wat dossiers wel leveranciers betrokken zijn, maar zij mogen niet de primaire partij zijn. Als er een dossier wordt ingediend waarbij een bepaalde leverancier betrokken is, zal die bij een gunstige evaluatie van het eindresultaat van het project geen voorrang krijgen op andere leveranciers. Alle leveranciers die voldoen aan de kwaliteitseisen, moeten uiteindelijk kunnen meedoen. Projectvoorstellen kunnen ingediend worden tot en met 30 september. Gebaseerd op het aantal vragen die we al hebben ontvangen, verwacht ik ook hierop een grote respons.”
 

De projectscope

Eric Van der Hulst: “Met de scope van de projecten richten we ons op drie grote stromen. De eerste stroom is die van teleconsultatie met de voorbeelden die ik al eerder toelichtte. De tweede stroom is alles wat te maken heeft met apps en devices die geïncludeerd kunnen worden. We gaan ons echter niet bezighouden met zaken die gecatalogeerd worden als wellness, dus geen stappentellers, fiets- of loopapps. Hoewel deze onmiskenbaar een effect kunnen hebben op de gezondheid van burgers vallen deze niet binnen de scope. Wij willen wel kijken naar apps en devices waarbij de arts iets aanraadt en de gegevens actief opvolgt door telemonitoring. Denk bijvoorbeeld aan pacemakers die hun data elektronisch kunnen doorsturen naar een centrale plaats waar ze bekeken en geëvalueerd kunnen worden door de arts. Een tweede mogelijkheid is dat de arts iets aanraadt dat hij minder actief zal opvolgen en dat niet noodzakelijk terugbetaald wordt. Denk bijvoorbeeld aan een elektronische weegschaal. De derde stroom is alles wat te maken heeft met mobiele authenticatie.
 
De dossiers moeten bestaan uit vier grote blokken: wat is het concept, wat zijn de kwaliteiten van de tools die gebruikt worden, in welke mate zijn de gebruikte tools evidence based en wat is het financieel kader? Het einddoel van deze projecten is niet om iets te ontwikkelen of om iets te leren van een pathologie. Het doel is om bepaalde toepassingen, waarvan we weten dat ze werken, te testen in de context van een echt bestaand zorgproces. De beoordeling en selectie van de ingediende dossiers zal gebeuren in drie rondes. We zijn momenteel nog volop aan het praten met stakeholders zoals het RIZIV, het eHealth-platform, FAGG en het Kabinet Volksgezondheid over de te hanteren selectiecriteria.”
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie