Typ om te zoeken

ICT

Toenemende IT in zorgsector zet aan tot innovatieve organisatievorm

Delen

“AZ Sint-Lucas werkte de gap tussen IT, biotechniek en infrastructuur weg”

 
AZ Sint-Lucas voegde twee jaar geleden de domeinen IT en biotechniek samen. Dat is een logisch gevolg van de snelle technologische evolutie waardoor meer onderlinge convergentie nodig is. Immers, medische apparaten bevatten steeds meer IT en ook voor de infrastructuur worden steeds meer IT-toepassingen gebruikt.
 
Mathieu Massart is directeur facility & technieken in AZ Sint-Lucas. Hij begeleidde twee jaar geleden de omschakeling naar samenwerking tussen de werkterreinen IT en biotechniek. De afdeling kreeg de naam MIT, Medische en Informatie Technologie. AZ Sint-Lucas was het eerste ziekenhuis dat het over die boeg gooide en ziet elke dag de meerwaarde ervan.
 
Nieuwe uitdagingen en mogelijkheden
“Op korte tijd kwamen er heel wat nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor de zorgsector. Dat is ook in andere sectoren het geval. Het beeld van autoverkoop maakt dit goed duidelijk. Vroeger kochten we een wagen in functie van specificaties, zoals bijvoorbeeld de cilinderinhoud en vermogen van de wagen. Nu speelt software een grote rol. Geïntegreerde sensoren zoals camera’s en gps kunnen waarschuwen bij gevaarlijke situaties. Op termijn zijn er misschien alleen nog zelfrijdende auto’s. Dan gaat het vaak over minder meetbare factoren. Is de auto klantvriendelijk en op maat van de koper? Dat is moeilijker uit te drukken dan bijvoorbeeld de maximale topsnelheid”, zegt Mathieu Massart. Het gaat niet alleen over nieuwe technologie, het heeft gevolgen voor iedereen. De verkoper moet nu vooral focussen op nieuwe functionaliteit, ondersteund door software. Hoe vat je de performantie van de wagen samen? Dit maakt het ook anders voor wie aanbestedingen opvolgt. De juridische consequenties kunnen verschuiven. En wie de wagen onderhoudt, moet ook van IT op de hoogte zijn. Het vergt organisatorisch een andere aanpak.
 

IT in zorgsector niet weg te denken

Deze andere benadering speelt ook in de zorgsector een grote rol. Daar is de impact uiteraard veel complexer. “De klassieke situatie in ziekenhuizen is dat IT bij de financieel-administratieve directie hoort. Dat was vroeger logisch, want IT diende vooral om deze diensten te ondersteunen. En biotechniek of medische technologie hoorde thuis bij de dienst infrastructuur. Toen ging het vooral over elektromechanica. Maar de toestellen bevatten steeds meer IT, het zijn medische computers met tal van sensoren die data registreren of alarm kunnen slaan als er iets fout loopt. Dat betekent ook dat medische toestellen in netwerken terechtkomen, ze worden waar mogelijk gekoppeld. We werken nu met systemen in plaats van met individuele toestellen.”
 
Digitalisering
IT is ook in infrastructuur terug te vinden. Enkele voorbeelden. Denk aan de omschakeling van klassieke telefonie naar het bellen via het netwerk. Via digitale televisie kan je berichten verspreiden, patiënten kunnen met het toestel spelletjes spelen, of een maaltijd uitkiezen. De toegangscontrole in één van de nieuwe gebouwen van AZ Sint-Lucas verloopt volledig met badges, er zijn geen sleutels meer.
 
MIT-team
“Dus als je IT en biotechniek niet samenvoegt, is er soms veel onderlinge onwetendheid over wat er in deze domeinen leeft en dat is jammer. Vandaar onze keuze om er één dienst van te maken. We hadden een concrete aanleiding omdat we de dienst IT moesten hervormen, dus zetten we ook de volgende stap”, aldus Mathieu Massart. Het hele MIT-team bestaat uit ongeveer 65 medewerkers: 35 voor IT en 10 voor biotechniek, dit is de dienst infrastructuur.
 

Uitdagingen voor de organisatie

De evaluatie na twee jaar is positief. Er is nu één diensthoofd wat het nemen van beslissingen gemakkelijker maakt. Doordat de collega’s samen zitten, gaat het ook sneller om zaken op te lossen. Stel dat iemand een IP-adres nodig heeft voor een medisch toestel, dan kan hij dat rechtstreeks vragen zonder eerst met de helpdesk van IT contact op te moeten nemen en te wachten tot het in orde is.
 
IT’ers staan nu dichter bij werkvloer
Hoewel de samensmelting logisch is, waren er toch enkele uitdagingen. Mathieu Massart: “Biotechnici zijn gericht op de patiënt. Als de arts meldt dat een toestel defect is, gaat hij vaak binnen de paar minuten al aan de slag. Dat wordt van hem ook verwacht. Er zijn minder procedures die ze moeten volgen, waardoor ze soms minder gestructureerd werken. IT’ers daarentegen denken in systemen en zijn heel analytisch en denken projectmatig. Het duurt soms langer voor ze reageren. Met een boutade wordt wel eens gezegd dat ze in een ivoren toren zitten, terwijl biotechnici cowboys zijn. Maar de onderlinge samenwerking vlakt deze verschillende attitudes enigszins uit. De IT’ers staan nu dichter bij de werkvloer, wat boeiend is. En de biotechnici pakken het planmatiger aan. Zo werkten ze een preventief onderhoudssysteem uit dat ze goed opvolgen. Enkele jaren geleden was dit ondenkbaar. Het is ook een noodzaak vanuit accreditatie-standpunt. Een aantal ziekenhuizen loopt nog achter in de opvolging van preventief onderhoud, met een duidelijke stand van zaken op elk moment. Nog een uitdaging was de verloning. Sommige medewerkers hoopten om evenveel te verdienen als collega’s met een hoger barema en dat leverde discussiestof op. Jammer is dat er voor de IT’ers weinig barema’s zijn, terwijl het om een brede waaier functies gaat met uiteenlopende verantwoordelijkheden. Voor sommige specifieke jobs kunnen we de concurrentie met de privésector niet aan, met als gevolg dat we echt wel lang moeten zoeken om bepaalde vacatures in de vullen.”
 

Versnelling van de verandering

Voor IT wordt er in ziekenhuizen gemiddeld twee procent van de omzet vrijgemaakt. AZ Sint-Lucas beschikt over 3500 medische toestellen, wat behoorlijk veel is. Omdat er steeds meer subspecialisaties zijn, en dus meer niches, zal de kostprijs oplopen. “De technologie dwingt ziekenhuizen tot innoveren. We zien dat er een versnelling van de verandering is, het gaat dus in crescendo. De toestellen worden ook steeds slimmer waardoor we bepaalde onderhoudscontracten mee opnemen in de aanbesteding. Het is immers niet mogelijk om zelf technisch alles op te volgen. Innoveren is noodzakelijk, als ziekenhuis kan je niet achterblijven. Denk aan een hybride OK. Kijkoperaties zijn voor de patiënt minder ingrijpend dan een invasieve operatie. Het vergt uiteraard goed beeldmateriaal en dat kan met een röntgenrobot in de hybride OK. Zo vermijd je dat de patiënt eerst foto’s moet laten nemen en naar een andere ruimte moet worden gebracht. Innoveren vergt dus wel ernstige investeringen. Daarom denk ik dat er op termijn wellicht meer rationalisatie tussen de ziekenhuizen komt.”
 

Artificiële intelligentie

Er zijn verschillende bronnen om gegevens van patiënten te verzamelen, zoals parameters van medische apparatuur. Denk aan EKG-toestellen, of PACS voor röntgenfoto’s. Het elektronisch patiëntendossier zal dus over steeds meer gegevens beschikken. “Er moet een view zijn voor de arts, de verzorgers, de paramedici, huisarts en de patiënt. In principe kunnen gegevens via medische toestellen snel doorstromen naar het patiëntendossier. Maar we moeten voorzichtig zijn. Stel dat de arts röntgenfoto’s bekijkt die aan het dossier werden doorgestuurd en de diagnose van kanker stelt? Kan de patiënt dit ook meteen inkijken of pas nadat hij de arts sprak? CoZo, het Collaboratief Zorgplatform van Oost-Vlaanderen werkt aan informatiedoorstroming naar huisartsen. Soms gaan bepaalde gegevens eerst naar de huisarts en is er dus een vertraging voor de patiënt.”
 
Artsen niet meer nodig?
Er is ook een verschuiving van een opname naar een behandeling in een dagziekenhuis, en van een dagziekenhuis naar zorgverstrekking in de thuissituatie. Ook hier biedt technologie mogelijkheden. Momenteel zijn er meer dan 1 miljoen apps die gezondheidsgegevens meten, zoals hartslag of bloeddruk. In principe kunnen deze gegevens naar het elektronisch patiëntendossier doorstromen zodat de huisarts of specialist ze kan opvolgen. “Vraag is hoe je die grote hoeveelheid gegevens verwerkt. Via artificiële intelligentie kan je op termijn bijvoorbeeld bepalen wat relevant is voor de huisarts, wat voor een specialist. Heel wat apps blijken – ook al zijn ze niet gecertificeerd – betrouwbaar en zijn handig als ondersteuning bij het stellen van een diagnose. Stel dat een patiënt bij de dokter gaat met klachten over koorts. De arts zal tijdens de consultatie de koorts meten en heeft dan een momentopname. Het is anders als hij in het dossier informatie krijgt over de gezondheidstoestand van de afgelopen dagen, zoals die werd geregistreerd. Hij kan dan verbanden leggen met andere parameters zoals de bloeddruk of misselijkheid”, aldus Mathieu Massart. Hij woonde een tijd geleden in de VS een demonstratie bij van software voor onder andere mammografisch onderzoek. Dat kan door middel van artificiële intelligentie, op basis van de RX foto’s, aangeven dat er bijvoorbeeld 70% kans is op kankertype A, 30% op kankertype B. Het toestel kan ook aangeven dat een echo nodig is en zal die informatie koppelen aan de eerdere gegevens. Op basis daarvan stelt de software een bijgestuurde diagnose. “Het lijkt alsof artsen niet meer nodig zijn, maar dat is natuurlijk niet zo. Ook de medische kennis neemt steeds toe en wordt gedetailleerder. Artsen zullen niet alles meer kunnen overzien en dan is een dergelijke computer assisted diagnose een nuttig hulpmiddel bij het verwerken van parameters en het stellen van een diagnose.”
 
 
 

Tags:

Geef een reactie