Typ om te zoeken

Careers In the spotlight Ziekenhuizen

Kinder- en Jeugdpsychiater Annik Lampo ging op rust (maar rust niet)

Delen

Copyright UZ Brussel

Luisteren naar Annik Lampo is boeiend omdat het een gewoon gesprek overstijgt. Het is de temperatuur van de samenleving nemen, lichte koorts voelen en in de spiegel durven kijken. Het is de mens observeren en analyseren. Proberen te begrijpen om te helpen. Als Kinder- en Jeugdpsychiater ligt haar focus op het kind, dat niet het kind van de rekening mag worden, maar dat te vaak is.

Annik Lampo is getekend door haar ervaring met mensen. Toch is ze niet negatief ingesteld. Al sinds 1986, het jaar dat ze afstudeerde als Kinder- en Jeugdpsychiater, wordt ze geconfronteerd met de mentale problemen van kinderen en jongeren. Annik Lampo: “Ouders voelen zich soms niet meer bekwaam om kinderen op te voeden. Ze komen dan bijvoorbeeld op consultatie omdat hun kind koppig niet in de autostoel wil, een woedebui krijgt, met ruzie als gevolg. Natuurlijk check ik of dat kind niet iets heeft waardoor het niet voor rede vatbaar is, maar meestal hebben de ouders vooral pedagogische adviezen nodig. We zoeken dan samen wat ze kunnen doen. Mensen kunnen heel creatief zijn in het vinden van een oplossing wanneer ze zichzelf toelaten om out of the box te denken. Je moet als ouder soms maar één keer zeer krachtig en duidelijk je ding doen en het kind heeft begrepen: dat werkt hier niet meer. Minder dan vroeger leren kinderen omgaan met het woordje ‘neen’ omdat ouders moeilijker en moeilijker ‘neen’ zeggen. Nooit eerder kregen kinderen en jongeren meer aandacht dan de laatste decennia. De maatschappij vandaag is heel kindgericht. De keerzijde van de medaille is dat te snel gesproken wordt over een getraumatiseerd kind. Een andere vaststelling is dat ouders niet graag horen dat ze een deel van het probleem zijn en dus ook deel van de oplossing. Je moet een heel communicatieve (om)weg afleggen vooraleer je hen dit kan zeggen en soms horen ze zelfs liever een ‘kinddiagnose’. Consulteren is een relatie opbouwen waarbij de responsabilisering van iedereen, ouders én kind, belangrijk is.

“Patiënten zijn ook spiegels”

We ademen in onze dienst helemaal de principes uit van Geweldloos Verzet, een concept dat Prof. Haim Omer introduceerde in de Geestelijke Gezondheidszorg. Hierbij denken we aan Gandhi, Martin Luther King, Rosa Parks … De oude autoriteit – paternalistisch, maternalistisch – heeft afgedaan. Hoe kan je vandaag leidinggeven en toch niet autoritair zijn met als uiteindelijk doel van onze kinderen autonome, sterke volwassenen te maken die respect hebben voor de ander? Je moet durven zeggen: zo moet het nu even, omdat ik weet dat het beter is voor jou. Maar je moet niet het stuurwiel zijn van de adolescent, wel zijn anker. Veel ouders zijn beschaamd als hun kinderen problemen hebben, ze verdoezelen dat, en dat is nergens voor nodig. Dat taboe moet weg.”

Annik Lampo: “In de geneeskunde in het algemeen zijn psychiatrie en Kinder- en Jeugdpsychiatrie ondergewaardeerd als basiskennis hoewel die, voor zowel huisartsen als andere specialismen, zeer zinvol is. Want Kinder- en Jeugdpsychiaters vragen door en blijven doorvragen om juist te kaderen en niet te interpreteren. Althans, dat zouden ze allemaal moeten doen. Het is een belangrijk leerpunt in de opleiding; vragen stellen tot patiënten hun pakje durven afgeven om er dan samen met hen verder rond te werken. Daarom zet je nooit je intelligentie boven de kunst om te communiceren, want je mag zoveel weten als je wil, als je het niet kan overbrengen verkoop je lucht. Geneeskunde is ook praten met mensen en eerlijk durven zijn. Communicatie is in de psychiatrie de essentie. “Quality is a science, service is an art”, ik weet niet meer wie dit zei, maar het is zo juist. En wat overal geldt, geldt ook in de geneeskunde: mensen flippen doorgaans niet op wat je zegt, maar op hoe je het zegt. Natuurlijk is er altijd voorzichtigheid nodig en is niet iedereen klaar voor een zeer directe communicatie.

“Zet uw intelligentie nooit boven uw kunst om te communiceren”

Werd ze beïnvloed door haar werk? “We zijn gewoon om bezig te zijn met het lijden van de ander, om te ‘geven’ en in de gesprekken refereer je zelden naar jezelf. Maar wanneer patiënten vertellen over hun lijden worden ze ook spiegels die je confronteren met jezelf. Hierdoor ga je soms plots zelf dingen beseffen en verwerken. Daarom ben ik patiënten ook dankbaar, ze brengen je inzichten. Je leert als het ware van elkaar.

Maatschappelijk engagement loopt als een rode draad door Annik’s verhaal: “We leven altijd al in een wereld waar de ene kant rijk is en de andere kant arm. De grootste verandering is dat we met veel meer zijn waardoor we elkaar voor de voeten lopen. Dat is geen tof gevoel en het vraagt om een herverdeling. Dat wordt ook geëist, want iedereen wordt mondiger. Enige tijd geleden stapte ik voorbij het Maximiliaanpark in Brussel. Het regende pijpenstelen, en het park lag vol vluchtelingen, gezinnen, jonge mensen, ook kinderen. Ze probeerden te schuilen. Ernaast, in dat zelfde park, zijn er stallen waar paarden en pony’s droog staan. Ik dacht: welke journalist brengt eens dat schrijnende beeld? We zijn bang om minder te hebben, dat is een van de problemen met migratie. We denken dat wij door hun komst minder gaan hebben, maar we hebben hier zoveel. Kunnen wij er echt niet voor zorgen dat deze mensen droog liggen, zich kunnen wassen, naar het toilet kunnen gaan? Hen in hun waardigheid respecteren? Dit is geen oplossing op lange termijn, ik weet het, maar het is alvast iets.

“We lopen elkaar voor de voeten”

We hebben veel last om elkaars perspectief te zien. Diversiteit is zoals het klimaat: het besef moet groeien dat het een probleem wordt voor iedereen als we niet meer ons best doen. Dat betekent niet dat je met iedereen moet overeenkomen, maar wel dat je voor iedereen de ruimte moet laten. Wantrouwen naar elkaar brengt ons nergens.

“Resultaatverbintenis is in de psychiatrie gevaarlijk”

Annik deelt ook een bekommernis met betrekking tot de eigen job. “De nomenclatuur in de Kinder- en Jeugdpsychiatrie voorziet dat we tijd krijgen voor een gesprek met de patiënt. Daar is voor gevochten. Het wordt ook goed vergoed terwijl het remgeld voor de patiënt ongeveer 9 euro bedraagt. Dat is wonderlijk. De meeste artsen, ook pediaters en huisartsen, nemen 15 tot 20 minuten. Dat de zorg gebaseerd is op kwantiteit en prestaties en niet op kwaliteit is een vergissing. Ik ben bang dat de komende jaren het belang van vooral de cijfers nog zal toenemen. Je moet altijd maar “optimaliseren”, maar op een bepaald moment optimaliseer je vooral de cijfers. Het is normaal en tegelijk onrustwekkend dat geneeskunde steeds vaker wordt afgerekend op de resultaten, ook als totale genezing een illusie is. Ook de geleverde inspanning doet er niet toe. Bovendien is geneeskunde die een efficiëntiegeneeskunde wordt niet altijd in het belang van de patiënt. In psychiatrie en kinderpsychiatrie is dat gevaarlijk want resultaten bereik je er vaak pas op langere termijn. Ik herinner me ouders met een zeer angstige zoon van 10 jaar die niet wilde slapen. Het ganse gezin leed eronder, niemand sliep nog en dit sinds jaren. Geen van onze adviezen werd opgevolgd, het resultaat bleef uit en men weigerde de factuur te betalen omdat de jongen nog steeds niet sliep. In de Kinder- en Jeugdpsychiatrie kan je weinig als de ouders en de leefcontext niet meewerken.

“Ik werk liever in de schaduw”

Op de cover van het tijdschrift van Zorgnet-Icuro staat Annik naast Kinder- en Jeugdpsychiater Peter Adriaenssens. Die laatste is een bekend gezicht, hij schreef ook veel boeken voor het grote publiek. Annik heeft een sterke reputatie in haar vakgebied maar is onbekend bij het grote publiek. Annik: “Ik werk liever in de schaduw. Ik denk niet dat het voor de patiënt altijd zo goed is dat je in de pers dingen verkondigt die dan soms zeer zwart-wit geponeerd worden en terecht vragen oproepen. Bovendien vind ik de media vaak opportunistisch, alhoewel ik ook goede ervaringen heb. Als je het voor én tegen vertelt, ben je niet interessant, wat je vertelt moét spectaculair zijn. Ik wil geen discours hebben waarvan ik zelf voel dat het te zwart-wit is. Kernwoorden in dit vak zijn nuanceren en relativeren en het zoeken naar compromissen. Het enige waarin je zwart-wit moet zijn is als een kind in gevaar is, ernstig mishandeld, verwaarloosd, en de ouders niet veranderen. Dan moet het kind beschermd worden en dat gebeurt ook, maar dat hoeft niet in de krant te komen.

En nu, Annik?

Annik: “Het is een heel dubbel gevoel: blij voor wat was, voor wat je achterlaat, én voor wat komt. Maar toch met enige ongerustheid kijken naar een toekomst in een leven dat je moet herorganiseren. Ik realiseer me dat plaats maken voor jongere mensen een must is.

Naast vrijwilligerswerk voor Solentra zal ik samenwerken met Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en scholen in Brussel in een uniek project van het UZ Brussel, met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. In dit project worden CLB-medewerkers, leerkrachten, ouders en kinderen ondersteund bij de diagnostiek van kinderen met een mogelijk psychiatrische diagnose en hoe dit te benaderen. Het project wil financiële, culturele en sociale drempels overschrijden voor hen die de weg naar Geestelijke Gezondheidszorg niet vonden. Dit is voor mij back to basics.


Wat is Solentra?

Annik gaat als vrijwilliger aan de slag bij Solentra. Deze Brusselse vzw is als cultuursensitief diagnostisch- en behandelingscentrum gespecialiseerd in transculturele psychiatrie en oorlogs- en migratietrauma. Ze biedt psychische zorg en hulpverlening aan jonge vluchtelingen- en migrantenkinderen en hun gezin. Beeld je een kind in van vijf jaar dat in een Afrikaans land, soms op gruwelijke manier, zijn vader en moeder heeft zien vermoorden en dan in België terechtkomt. Annik: “Je wordt stil van hun verhalen, hun verlieservaringen, hun heimwee. Dat zijn de momenten waarop je denkt: hoe durf ik zagen of klagen. Solentra doet iets wat veel anderen niet doen, probeert in moeilijke omstandigheden psychische zorg te bieden en respecteert de kracht van hen die elders op een beter leven hopen.

Geef een reactie