Typ om te zoeken

In the spotlight Ziekenhuizen

“Meer onderzoek naar preventie van incontinentie nodig”

Delen

Professor dr. Karel Everaert is hoogleraar neuro-urologie en hoofd van de dienst urologie aan UZ Gent. De onderzoeksgroep NOPIA legt zich vooral toe op stoornissen van het dag- en nachtritme. Op het vlak van preventie van incontinentie kan er nog meer gebeuren. Huisartsen blijken soms te weinig op de hoogte te zijn van behandeltechnieken.  

Wat zijn de topics in uw wetenschappelijk onderzoek?  

Professor dr. Karel Everaert, hoogleraar neuro-urologie en hoofd van de dienst urologie aan UZ Gent

Professor dr. Karel Everaert: “De hoofdinteresse van onze NOPIA onderzoeksgroep gaat uit naar afwijkingen van het Circadiaan ritme, dus het dag-nacht ritme, van de blaas, de nieren, de hersenen en de bloeddruk. Dat doen we vanuit het oogpunt van klachten aan de urinewegen. Bij de topic incontinentie lig onze focus vooral op mensen die ’s nachts incontinent zijn. We onderzoeken het symptoom om op te staan om te plassen. Daar hoort uiteraard ook bij dat mensen niet altijd opstaan en in bed plassen, of te laat het toilet bereiken. Het Circadiaan ritme van de blaas en de nier speelt daarbij een rol. Je kan bijvoorbeeld een perfecte blaasfunctie hebben, maar als je ’s nachts teveel urine maakt, kan dat tot bedplassen leiden. Ook het Circadiaan ritme van de bloeddruk hangt daar aan vast. Wie ’s nachts een bloeddrukverhoging heeft, zal meer urine door de nieren persen en meer urine makenDe hersenen hebben ook impact. Als je een heel vaste slaper bent, word je misschien niet wakker om te plassen. Of je kan bijzonder slecht slapen en zonder je het beseft kampen met rusteloze benen of slaapapneu, waardoor de bloeddruk hoger wordt en je meer urine produceert.” 

Wat kan de zorgsector op dat terrein doen? 

Wie te maken heeft met nachtelijk urineverlies, krijgt vaak een luier om. Er is ruimte voor verbetering van de zorg, zoals het gebruik van zogeheten slimme luiers. Je kan proberen te doorgronden of je daarmee een diagnose kunt stellen. Het is zo dat mensen die met incontinentie te maken hebben, soms ook met darmklachten geconfronteerd worden of onderaan pijnklachten hebben. We hebben een traject van verbetering van de zorg over het beschouwen van het klein bekken als een geheel, het is ruimer dan een stukje blaas, een stukje darm of een stukje baarmoeder.” 

Wat gebeurt er soms ongewild fout?  

“Algemeen stellen we soms een gebrek aan kennis vast. We polsten via een enquête bij huisartsen, dus de eerstelijns gezondheidzorg. Als je urine verliest, kan je dat behandelen met een pilletje of kinesitherapie. Er zijn ook operaties mogelijk. Daartussen ligt een hele waaier van therapieën. Het verbaasde ons dat huisartsen niet veel afweten van het tussengebied. Bij het aanpakken van stoelgang incontinentie zijn de hiaten in de kennis nog groter dan bij de blaas.” 

Kan u enkele voorbeelden geven van therapieën uit het tussengebied?  

Wanneer eerstelijnstherapieën zoals blaastraining, kiné, lifestyle veranderingen, medicatie… niet helpen bestaan er kleine ingrepen zoals injecties in de blaas met botulinetoxine, sacrale zenuwstimulatie of andere vormen van neuromodulatie, allemaal zaken die ambulant of in de dagkliniek kunnen worden toegepast. Pas daarna gaat men over tot echte operaties. 

Is het nog een taboe om erover te praten met de huisarts? 

“Dat is wellicht eerder een probleem bij patiënten in een kleine gemeente waar je sociale activiteiten met de huisarts deelt. Uit onderzoek weten we dat het grootste probleem er vooral in bestaat dat het niet of verkeerd wordt bevraagd. Stel dat iemand bij mij langskomt met een blaasontsteking en ik vraag bruusk of hij ook kampt met stoelgang incontinentie. Dan krijg je wellicht een ‘nee’ als antwoord. Maar als je het voorzichtiger aanpakt, en je vraagt of het soms voorvalt dat hij wat minder controle heeft over zijn darm of blaas, dan is er een veel grotere kans op een open gesprek. De manier waarop je doorvraagt, is dus heel belangrijk. Het gaat immers over een heel persoonlijk en intiem gegeven.” 

Hoe kan je incontinentie preventief aanpakken? 

“Op dat vlak is nog heel veel onderzoek nodig. Preventie is zeker mogelijk. (1) Als je overgewicht hebt, krijg je vaker klachten met de blaas en de stoelgang. Je maakt ’s nachts teveel urine. Gewicht verliezen, is dus ook daarom zinvol. Al te vaak gaat men er van uit dat een bevalling de oorzaak is en plaatst men bijvoorbeeld een netje, terwijl de oorzaak overgewicht is. (2) Voldoende water drinken is belangrijk, maar we mogen niet overdrijven. De reclame voor bepaalde merken lepelt ons in dat het gezond is, soms zelfs dat je er jonger zal uitzien. Toen ik geneeskunde studeerde, mochten we geen drinken meenemen naar het auditorium. Nu heeft iedereen iets bij om te drinken, ook tijdens de examens. Het wordt maatschappelijk gestimuleerd om veel te dringen. Onderzoek toont aan dat als je per 100 ml extra dat je op een uur meer drinkt dan nodig, je bij blaasproblemen de last op je blaas gaat vergroten met 1 punt op een schaal van 1 tot 10. Als je 1,5 tot 2 liter drinkt, volstaat het. Veel mensen drinken meer omdat ze denken dat het zo hoort. (3) Fysieke activiteit speelt ook een rol. Bij ouderen vermindert dat omwille van de leeftijd, evenwichtsstoornissen, fracturen enzovoort. De blaas mag dan nog heel goed werken, het gevaar bestaat dat ze ’s nachts teveel urine aanmaken en bijvoorbeeld niet tijdig het toilet halen hetzij vallen.” 

Wat kan de huisarts doen als een patiënt met incontinentieproblemen langskomt?  

“We hopen dat de huisarts sterk inzet op preventie en een goede bekkenbodem- en blaasattitude helpt aan te nemen. Een kinesitherapeut kan daarbij helpen. Het komt er ook op aan medische problemen uit te sluiten, zoals kanker, een infectie, het begin van Parkinson of dementie. Medicatie kan helpen. Hij kan doorverwijzen naar een specialist waar eventueel een ingreep kan gebeuren. Ik weiger doorgaans een ingreep wanneer de persoon in kwestie geen preventieve maatregelen opvolgt. Alleen als dat niet helpt, kan een operatie zinvol zijn.” 

Wordt er soms te gemakkelijk alleen maar overgegaan naar het gebruik van incontinentie materiaal zonder een adequate behandeling? 

Incontinentiemateriaal is nodig in afwachting dat een behandeling resultaat oplevert. De reclame voor luiers is soms wel stuitend. De afgelopen jaren was de toonaard vaak vernederend voor patiënten. Je zag flamboyante persoonlijkheden die heel actief in het leven staan, met een big smile vertellen dat ze incontinent zijn en dat luiers hun probleem oplossen. Dat is pure business.” 

Geef een reactie