Typ om te zoeken

In the spotlight Thuiszorg Woonzorgcentra Ziekenhuizen

Nationale bewustmakingscampagne rond prik- en snijongevallen: waar liggen de noden?

Delen

beMedTech, de Belgische federatie van de industrie van de medische technologieën, lanceerde een nationale bewustmakingscampagne rond prik-, snij- en spatongevallen bij verpleegkundigen en medisch laboratoriumtechnologen. De campagne startte in november 2019 met een enquêteonderzoek naar de prevalentie en naar de omstandigheden van prikongevallen bij verpleegkundigen zowel in de ziekenhuizen, in de woonzorgcentra als in de thuiszorg. 

Dit voorjaar volgt een rondetafelgesprek met de ministers van Volksgezondheid en Werk en met vertegenwoordigers van de verschillende betrokken beroepsverenigingen. Daar zullen onder andere de resultaten van die enquête door de KU Leuven worden toegelicht. Actual Care sprak met de initiatiefnemers, met een ziekenhuis en met thuisverplegers voor een stand van zaken rond het thema.  

beMedTech: Tot de helft van alle aangiften van arbeidsongevallen in de zorg zijn prikongevallen. 

Hans Hellinckx (Voorzitter van de werkgroep Safety Devices beMedTech) & Hadewijch Van Hoeij (Adviseur beMedTech)

“De Europese richtlijn over de preventie van prik-, snij-, bijt- en spatongevallen binnen de gezondheidszorg dateert al van 2010 (2010/32/EU)”, zegt Hans Hellinckx, voorzitter van de werkgroep Safety Devices binnen beMedTech. “Ze is gericht op de ziekenhuizen en de thuiszorg, maar ook op de woonzorgcentra. Zo’n EU richtlijn moet altijd omgezet worden naar nationale wetgeving. In Nederland gebeurde dat al 2011 en werd die omgezet naar de ARBO-wet. In België is dat gebeurd op 17 april 2013, via een Koninklijk besluit.”  

Werkgever eindverantwoordelijke 

“Onze wetgeving bepaalt dat de werkgever de eindverantwoordelijke is voor wat betreft de veiligheid en de gezondheid van werknemers”, aldus Hadewijch Van Hoeij (adviseur beMedTech). In het KB is er ook sprake van uitvoeren van een risicoanalyse toegespitst op bepaalde situaties binnen de organisatie. Is er een risico, dan is het aan de werkgever om de nodige maatregelen te treffen om dat risico te verlagen of te vermijden. Op basis van de risicoanalyse beslist dan de werkgever welke acties er ondernomen moeten worden. Dat kan gaan over het beter trainen van verpleegkundigen, onderhoudspersoneel en laboratoriumtechnologen tot het ter beschikking stellen van veiligheidsmateriaal. 

Survey loopt nog 

“Verpleegkundigen en labotechnologen vormen de eerste doelgroep van de campagne” zegt Hadewijch Van Hoeij. De enquête wordt verspreid via de respectievelijke beroepsverenigingen en ondersteund door overkoepelende vereniging van externe preventiediensten en de verzekeringsmaatschappijen.” 

“Een goede preventiecampagne zou in principe om de twee jaar moeten gebeuren”, pikt Hans Hellinckx in. “Voor de enquête hebben we groen licht van de Algemene Unie van Verpleegkundigen van België (AUVB-UGIB-AKVB) en de Belgische Vereniging van LaboratoriumTechnologen (BVLT-ABTL). De enquête levert naar verwachting zeker 1000 respondenten op, waarvan twee derde verpleegkundigen en een derde medisch laboratoriumtechnologen. We hebben alle ziekenhuisdirecties aangeschreven om de bijhorende posters met link naar de enquête (via een QR-code) zichtbaar op te hangen op strategische plekken. De data worden later verwerkt door prof. Jef Hendrickx van de KULeuven (Onderzoeksgroep MathematicsEducationEconometrics and Statistics (MEES). Op 29 april hebben we een rondetafelgesprek gepland binnen de nieuwe kantoren van beMedTech waaraan vertegenwoordigers deelnemen van alle respectievelijke deelnemende organisaties, de administraties en kabinetten van de ministers van Werk en Volksgezondheid tezamen met enkele buitenlandse sprekers.” 

Doel: een whitepaper 

“Een gastspreker uit Nederland komt toelichten hoe Inspectie Sociale Zaken en Werk (SZW) toeziet op het effectief naleven van de wetgeving op de werkvloer. Een topambtenaar uit Duitsland zal meer duiding geven rond het verplicht gebruik van veiligheidsmateriaal in zowel het ziekenhuis als in de ambulante sector en dit gekoppeld aan de financiering van veiligheidsmateriaal. Nadien zal er een whitepaper worden opgesteld. Hierin zullen we aanbevelingen formuleren naar de betrokken ministers.”  

Hadewijch Van Hoeij (beMedTech): “Dat deze survey naar het personeel en de ziekenhuizen gaat is van groot belang: de kost van een prikongeval met besmetting kan oplopen tot 20.000 euro! Een prikveilig ziekenhuis zijn, is een waardevolle investering. Breder willen we met beMedTech trouwens ook sensibiliseren rond zorggerelateerde infecties in de gezondheidszorg.” 

Nieuwe data dringend nodig 

Hans Hellinckx vervolgt: “De gezondheid en het welzijn van de zorgmedewerkers, health care worker safety, kan niet genoeg worden benadrukt. We zouden in België ook graag opnieuw een centraal rapporteringssysteem installeren. 10 jaar geleden konden we via EPInet prikincidenten doorgeven en laten verwerken waardoor we over goede data beschikten. De moeilijkheid nu is het ontbreken van recente data. Een derde tot de helft van alle aangiftes van arbeidsongevallen in de zorginstellingen wordt veroorzaakt door prikongevallen aldus Dr. Vanacker, bedrijfsarts bij IDEWE de grootste externe preventiedienst van dit land. In 2010 waren er 9.4 prikongevallen per 100 bezette bedden. Van de 11.800 prikongevallen in België toen was 70% goed te voorkomen door een actief veiligheidsbeleid.” In de Cliniques de l’Europe is men er dankzij een actief veiligheidsbeleid in geslaagd om het aantal prikongevallen per jaar terug te dringen van 100 (in 2015) naar 15 (2017, 2018 en 2019)een daling van 85%. 

Psychosociale impact 

“Dat is ook hard nodig, want onderschat de psychosociale impact van incidenten op verpleegkundigen niet”, benadrukt Hans Hellinckx. Zo is het bijzonder moeilijk om getuigenissen te sprokkelen van zorgverleners die een prikongeval hadden. Het is een verrassende stigma. Op Europese schaal is er 50% onderrapportering, ook bij artsen. Oorzaken zijn werkdruk, schroom tegenover de werkgever of het minimaliseren van het incident. Toch is het klinische risico op besmetting klein maar niet verwaarloosbaar. De kans op seroconversie wanneer de bronpatiënt HIV positief is, bedraagt 0.3%, maar bij hepatitis C loopt dat op tot 3 à 10% en bij hepatitis B 7-30%. Dat is niet te verwaarlozen. Pas na zes maanden kan er volledig uitsluitsel worden gegeven over eventuele besmetting, hetgeen uiteraard heel wat onzekerheid brengt voor de gezondheidswerker toe (periode van veilig vrijen, uitstellen van eventuele kinderwens, onzekerheid over eigen bekwaamheid/kunnen, enzovoort). 


az Vesalius Tongeren: beperkt aantal prikincidenten dankzij succesvolle inzet op veiligheidsmateriaal  

az Vesalius – met campussen in Tongeren en Bilzen – maakt sinds kort deel uit van het ziekenhuisnetwerk Zuid-West Limburg, samen met Sint-Franciscusziekenhuis in Heusden-Zolder, Jessa Ziekenhuis in Hasselt en Sint-Trudoziekenhuis in Sint-Truiden. Volgens preventieadviseur Veerle Depoortere zijn dankzij een gezond preventiebeleid de zorgmedewerkers in het ziekenhuis afdoende beschermd tegen prik- en snijongevallen. 

“Wij gaan uit van een risicoanalyse over de blootstelling aan biologische risicofactoren in de vorm van scherpe medische voorwerpen”, zegt Veerle Depoortere. “Die werd uitgevoerd over een periode van ongeveer drie jaar waarin prikongevallen werden onderzocht. Naast het aantal prikongevallen werden ook de voornaamste oorzaken in kaart gebracht. Onze zorgmedewerkers werden bevraagd in hoeverre ze op de hoogte waren over vaccinaties via onze arbeidsarts, of ze de procedures kenden, wat er gedaan moest worden indien er een prikincident plaatsvond,… die bevraging dateert van 2015 en werd uitgevoerd bij 190 medewerkers waarvan 65% verpleegkundigen en 20% laboranten. Ook artsen en medewerkers uit ondersteunende diensten deden mee. We hebben ongeveer 800 medewerkers, dus dat was een brede bevraging. Het resultaat was dat bepaalde naalden niet echt veilig bestempeld werden, vooral insuline- en infuusnaalden. Die zijn intussen vervangen door prikveilige naalden.  

Duidelijke procedures 

De voorbije zeven jaar noteerde az Vesalius een 15-tal prikincidenten per jaar, meestal bij het verwijderen of afvoeren van de naald, maar ook tijdens het assisteren met instrumenten tijdens operaties. “Prikincidenten worden dan op twee manieren gemeld”, zegt de preventieadviseur. “Rechtstreeks bij de personeelsdienstmaar sinds kort ook via een een incidentmeldingssysteem met een automatische melding bij de verantwoordelijken die instaan voor de verdere opvolging. Spat- en bijtincidenten worden op dezelfde manier afgehandeld. We proberen na een incident altijd te achterhalen, wie de bronpatiënt is om na te gaan of er risico is op een HIV- of hepatitisbesmetting. Is de bronpatiënt onbekend, dan starten we een procedure op waarbij er vier bloedanalyses uitgevoerd worden. Is de bronpatiënt bekend maar niet besmet, dan volstaan twee bloedanalyses, de dag zelf en drie maanden later. Indien de bronpatiënt besmet is of onbekend, dan is er ook na zes weken en zes maanden een analyse. Na een incident moet de medewerker zich meteen aanbieden op spoedgevallen voor de eerste analyse. De tweede analyse gaat dan in het ziekenhuis doord-Daarvoor sturen we ook altijd een herinnering. De analyseresultaten gaan naar de  arbeidsarts. Van de 15 prikongevallen per jaar over een periode van zeven jaar heeft er gelukkig geen enkel geleid tot een besmetting.” 

Prikveilige naalden duur 

“Elke nieuwe medewerker wordt ingelicht over de juiste handelingen en het gebruik van de naaldcontainers, we sensibiliseren regelmatig over de belangrijkste oorzaken van prikongevallen en de tips om ze te voorkomen”, besluit de preventieadviseurNaaldcontainers moeten ten allen tijde mee naar de patiëntenkamer en mogen niet gevuld worden tot boven de vullijn om het risico op prikincidenten te verkleinen. We zouden het wel waarderen als prikveilige naalden (met een huls over de naald) minder duur zouden zijn, zodat we die ziekenhuisbreed als alternatief zouden kunnen invoeren, maar ik ga ervan uit dat we daar op termijn naartoe evolueren.”  


Thuisverpleging Michael Vergauwen: “Info bereikt te weinig de zelfstandige thuisverplegers” 

Hoe zit het met prik-, snij-, bijt- en spatongevallen in de thuiszorg? “Prikongevallen gebeuren af en toe, maar het blijft vrij beperkt”, zegt Michael Vergauwen (Thuisverpleging Michael Vergauwen), coördinator van een thuiszorgpraktijk met 32 thuiszorgverleners in Groot-Antwerpen.  

“Mijn collega’s en ik nemen onze voorzorgen en prikongevallen zijn er tot dusver niet geweest”, zegt Michael Vergauwen. “Incidenten kunnen vooral gebeuren met insulinepennen. Bloedafnames en inspuitingen zijn risicohandelingen, net zoals een overvolle naaldcontainer een gevaar vormt. Opleidingen of preventie gericht op thuisverplegers zien we eigenlijk niet. We werken op zelfstandige basis, dus we zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Ons team bestaat uit mensen met allerlei profielen, sommige zijn thuiszorgverpleger in hoofd- en anderen in bijberoep. Tijdens hun opleiding zijn kwam preventie natuurlijk wel aan bod.”  

Info: zelf op zoek 

Dat beaamt ook verpleegkundige Lynn De Smet (Thuisverpleging Zorgdragend Hart), thuiszorgverlener in de regio Oudenaarde-Brakel, die dagelijks meer dan 20 patiënten bezoekt. Prikongevallen waren er voorlopig niet, zegt Lynn “We zorgen voor een naaldcontainer en deponeren de spuiten er direct in. Dat is de enige manier om een prikongeval te vermijden, toch? Ook bij prikken, inspuiten of bloed afnemen stellen we geen veiligheidsprobleem vast. We hebben geen weet van preventiecampagnes. Zeker naar de zelfstandige thuisverplegers zou er wel actie rond gevoerd mogen worden. Als je het zelf niet opzoekt, weet je het eigenlijk niet. Betere oplossingen dan onze grote onhandige naaldcontainer en of niet-prikveilige naalden zijn zeker welkom.” 

Geef een reactie