Typ om te zoeken

ICT Woonzorgcentra

“Op een oproepsysteem moet je kunnen vertrouwen”

Delen

Een oproepsysteem moet perfect werken en gebruiksvriendelijk zijn. Woonzorgcentrum Wiart 126, sinds kort eigendom van de groep Orelia zorg NV, koos bij hun renovatie in 2014 voor het systeem van Electronic Design. Het beantwoordt aan alle verwachtingen. Het hele team van Wiart 126 maakt er gebruik van. 

Mathieu De Wulf, Directeur WZC Wiart

“Ik ben heel tevreden over het systeem Calsys van Electronic Design. Bij een eerste overleg met de firma kreeg ik heel duidelijke informatie en was ik meteen overtuigd. De installatie van het systeem verliep vlot, de service achteraf is uitstekend en we hadden nog geen problemen. Eén keer ging er iets mis, maar binnen vijf minuten was het via de dienstverlening van Electronic Design opgelost”, aldus Mathieu De Wulf, directeur van woonzorgcentrum Wiart 126 gelegen te Jette. Het nieuwe gebouw opende eind 2014 de deuren. De suggestie voor Electronic Design kwam van de aannemer. “Electronic Design is in Vlaanderen niet het meest gekende systeem, het wordt wel meer gebruikt in Wallonië en bijvoorbeeld ook door de groep Armonea.” Residentie Wiart 126 telt momenteel iets meer dan honderd bewoners. 

Vertrouwen  

“We werken er mee sinds eind 2014. Een oproepsysteem moet je kunnen vertrouwen, het mag niet falen. Het moet stabiel zijn en goed werken en dat is bij ons systeem zeker zo. Het is bovendien een systeem dat niet te gesofisticeerd is en ook dat is een pluspunt. Zowel residenten als personeelsleden kunnen er snel mee overweg. Elk personeelslid dat op de werkvloer actief is, heeft een draagbare telefoon bij zich. Je logt in en uit op de kamer bij iedere oproep die je ontvangen hebt. Het is heel gebruiksvriendelijk. Zoiets is voor ons een absolute meerwaarde omdat we vaak werken met interims en stagiairs. Het gaat heel vlot om hen het oproepsysteem uit te leggen. In totaal zijn er een dertigtal draagbare telefoons in omloop. Voor de nachtploeg zijn er twee afzonderlijke toestellen, zo zijn we ervan verzekerd dat ze steeds voldoende opgeladen zijn. 

Oproep 

Als een bewoner een oproep plaatst, dan gaat er onmiddellijk een signaal naar de dect-toestellen met de vermelding van het kamernummer. In de voormiddag organiseren we dit per verdieping, in de namiddag wordt onderling afgesproken wie zal inspringen bij oproepen. Bij het binnenkomen van de kamer loggen de medewerkers in via een display zodat alle collega’s weten dat er iemand aanwezig is en de oproep dus opgevolgd wordt. Nadat de nodige zorgen zijn verleend, logt de medewerker weer uit. “Zo kunnen we perfect nagaan wanneer iemand belde, hoe lang het duurde vooraleer er iemand langskwam, wie de oproep behandelde want iedereen heeft een persoonlijke badge en hoe lang de zorgverlening duurde. Ik kan in principe alle personeelsleden en oproepen nagaan, maar dat doe ik slechts sporadischWel draai ik soms statistieken. Als er toch een klacht zou komen over een te lange wachttijd, kan ik dat nagaan en vragen naar de oorzaak. Zo kan ik de familie indien nodig geruststellen. 

Positieve evaluatie 

We werken niet met lampjes aan de kamerdeuren, dat verwijst teveel naar ziekenhuizen en dat is een gevoel die we willen vermijden. Je ziet dus niet extern aan een kamerdeur dat er een oproep is, wel wordt het signaal doorgegeven via de draagbare dect telefoons. Alle zorgverplegers, zoals kinesitherapeuten, ergotherapeuten, zorgkundigen, verpleegkundigen kunnen zien welke signalen er binnenkomen. “Soms zijn er officiële inspecties en die oordelen steeds positief over onze reactiesnelheid van net geen vijf minuten. Wij zijn daar natuurlijk ook zelf tevreden over. Het systeem functioneert en wordt goed gebruikt. 

Communicatie 

Het oproepsysteem maakt onderlinge communicatie mogelijk. Zo hebben onderhoudsmedewerkers ook een toestel zodat ze elkaar vlot kunnen bereiken. Het betekent tijdswinst, ze kunnen gemakkelijker overleggen en hoeven niet eerst uit te zoeken waar een collega aan het werk is. “Het is zo dat onderhoudsmedewerkers betrokken zijn bij de bewoners. Ze zijn er vaak langer aanwezig dan verpleegkundigen en dat zet residenten aan om wat meer te vertellen. Zo krijgen onderhoudsmedewerkers soms informatie die belangrijk is. Het kan gaan over kleine details, zoals het brengen van een fles water of een televisietoestel dat niet meer goed werkt. Iedereen kan snel de nodige contacten leggen, bijvoorbeeld met de klusjesman. We werken immers in teamverband, het comfort van de bewoner staat centraal. Bij briefings betrekken we iedereen, tenzij het om medische gegevens gaat die privacy vergen. Elke resident heeft op de kamer een telefoontoestel en kent soms het rechtstreekse nummer van de onderhoudsmedewerker. Ze maken daar af en toe gebruik van om iets te vragen, bijvoorbeeld om bij een volgende poetsbeurt iets mee te brengen. 

Oproepen 

De aard van de oproep wordt niet doorgegeven via de dects. Het kan gaan om een valpartij in de badkamer of over een lamp die stuk is, maar dat ziet de verpleegkundige of zorgkundige niet. “Er zijn in de handel systemen waarbij je kan aangeven wat het probleem is, of waar de persoon zich bevindt. Ook zijn er oproepsystemen waarbij je onmiddellijk met de resident in dialoog kan gaan. Daarvoor hebben we niet geopteerd. Als je ziet dat een oproep niet dringend blijkt te zijn, en je krijgt een andere oproep die wel een snelle interventie vergt, dan loop je het risico dat de eerste oproep uit het oog wordt verloren. Het lijkt me voor ons beter dat er bij elke oproep iemand effectief gaat kijken wat er aan de hand is. Ook al gaat het om een kleinigheid, het is een vorm van contact en dat is in de sector heel belangrijk.” 

Werkdruk 

Het gebeurt niet vaak dat er veel oproepen tegelijkertijd zijn, ook zijn er steeds voldoende medewerkers aanwezig. Oproepen kunnen uiteraard altijd voor extra werkdruk zorgen. Woonzorgcentrum Wiart 126 vangt dit op met een goede organisatiestructuur. In de voormiddag is er per verdieping minstens een hoofdverantwoordelijke. Er is een zorgkundige en er zijn verschillende verpleegkundigen. Dan zijn er niet veel oproepen omdat er veel passage is in de kamers en residenten kunnen aangeven als er iets is. ’s Namiddags zijn er minstens twee zorgkundigen die oproepen opvolgen. De nachtploeg bestaat momenteel uit twee personen, binnenkort zijn er drie. In principe slaapt iedereen, maar er zijn steeds wel enkele oproepen. Het aantal is heel wisselend, soms zijn het er drie, soms vijftien. “Er is veel onderlinge afstemming. Als de verpleegkundige bezig is met de verificatie van de medicatie, dan gaat de zorgkundige langs. Het omgekeerde gebeurt ook, bijvoorbeeld wanneer de zorgkundige het ontbijt voorbereidt. Medewerkers hebben de vrijheid om dat zelf te regelen, het belangrijkste is dat de bewoners worden geholpen. Weliswaar krijgen dringende situaties altijd voorrang, zoals bij een hartstilstand waarbij de ziekenwagen opgeroepen moet worden. Gelukkig valt dit heel zelden voor.” 

Geef een reactie