Typ om te zoeken

Finance In the spotlight

Persoonsvolgende financiering, hoe een mooi principe zijn doel voorbij schiet

Delen

Laten we duidelijk zijn, personen met een beperking via een persoonlijk budget de regie over eigen leven geven, daar zijn we grote voorstander van. Maar bijna drie jaar na de invoering van de persoonsvolgende financiering (PVF) lopen er weinigen enthousiast rond over dit nieuwe financieringssysteem. Er is onzekerheid over de budgetten, wachtlijsten zijn uitzichtloos, zorgaanbieders verliezen inkomsten, werken in deze sector is onzeker.

Maar de grootste moeilijkheid met het invoeren van dit nieuwe systeem is dat we van iedereen, zorgbehoevenden en zorgverstrekkers, een radicale omslag vroegen.

Tijdens de begroting- en beleidsbesprekingen in het Vlaams Parlement merkten we dat de begrippen ‘zorg’ en ‘ondersteuning’ steeds door elkaar gehaald werden terwijl het fundamenteel over een andere benadering gaat. Zorg vertrekt vanuit de andere die moeite doet opdat het goed met je zou gaan. Bij ondersteuning bepaal je zélf wat je nodig hebt om je goed te voelen.

Via een persoonsvolgende financiering heeft elke persoon met een beperking sinds 1 januari 2017 een eigen budget. Er kan gekozen worden tussen een voucher of cash.

Met een voucher kan een zorgbehoevende terecht bij een erkende zorgaanbieder. Het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) regelt de betaling rechtstreeks met de zorgaanbieder. Met cash koopt de zorgbehoevende zelf rechtstreeks hulp.

In 2018 waren er  21.370 mensen met een beperking die voor een voucher kozen. Ze bleven in de zorginstelling wonen en kochten hun ‘zorg’ verder in zoals ze eigenlijk al zoveel jaren gewoon waren. Dat je nu een budget kreeg waarmee je zelf kon gaan bepalen hoe jouw ‘ondersteuning’ er kon uitzien is aan een grote groep van mensen (voornamelijk met een zware verstandelijke beperking) voorbijgegaan. Ouders, familieleden tekenden contracten en werden ongerust over het feit of er nog wel genoeg zorg zou zijn. Directies plakten kostprijsberekeningen op de zorg die ze verleenden, gingen zich meer boekhouders voelen dan zorgverstrekkers.

In Vlaanderen kenden we een subsidiesysteem van 24/24uur 7/7 gegarandeerde zorg, toch als je niet op de wachtlijst stond.  De organisaties met hun medewerkers hebben jarenlang zorg gedragen, behandelingsplannen opgemaakt, het beste van zichzelf gegeven. Sinds de invoering van de persoonsvolgende financiering moesten ze sociale ondernemers worden die zich op de markt moeten zetten. Dat vraagt niet alleen het anders inzetten van medewerkers en middelen maar een herschrijving van de gehele organisatie. Wie iets van organisatieontwikkeling kent weet dat dit zijn tijd nodig heeft.

In een setting van ‘zorgen voor’ lijkt de omslag maken naar ‘ondersteunen van’ geen evidentie.

2.265 mensen kozen voor een budget in cash. Vaak waren het al mensen die voordien een persoonlijk assistentiebudget hadden waarmee ze hun ondersteuning invulden door een beroep te doen op een assistent, dienstencheques, mantelzorgers, vrijwilligers…  In de praktijk vaak een complexe en diverse puzzel van oplossingen waar zij of hun direct netwerk de regie over hebben.

Bij een persoonsvolgende financiering is het belang van een netwerk van familie, vrienden, collega’s, buren…. groot.

De persoonsvolgende financiering vertrekt immers vanuit de mogelijkheden van de persoon zelf en wat zijn gezin, familie, vrienden, kennissen, … aan hulp kunnen bieden. De laatste optie is pas de professionele zorg en ondersteuning die het VAPH vergoedt.

Maar kan je verwachten van mensen die al levenslang verzorgd worden dat zij of hun netwerk, opeens die zorg terug gaan delen of terug in handen nemen? Het was trouwens jarenlang de gewoonste zaak dat, als je een kind kreeg met een beperking of je werd als volwassene geconfronteerd met een handicap, anderen de zorg overnamen en dat je collectief ging wonen. Je eigen regie opnemen van leven met een handicap is niet voor elke persoon, elk netwerk, een evidentie.

Een ondersteuningsnood is afhankelijk van zowel de aard en gradatie van de beperking als de omgevingscontext van elke persoon maar is de essentie van een persoonsvolgend budget. Subsidies op instellingsniveau delen door het totaal aantal gebruikers en corrigeren via rekenkundige modellen en dit binnen een gesloten enveloppe maakt dat er vragen kunnen worden gesteld over elk vastgelegd budget. Het roept terecht zowel bij de personen met een handicap als bij de zorgverstrekkers vragen op. Knabbelen aan budgetten brengt heel veel onzekerheid.

We hopen ten stelligste dat de persoonsvolgende financiering nog een positief verhaal wordt. Maar had men niet beter in 2017 gekozen voor een persoonsgebonden budget dat stapsgewijs uitgewerkt werd, groep per groep, te beginnen met elke nieuwe persoon met een handicap en zij die al werkten met een persoonlijk assistentiebudget ?

En nemen we deze les niet best mee nu we de persoonsvolgende financiering ook willen uitrollen voor minderjarigen met een handicap en de ouderenzorg?

Ann De Martelaer

Vlaams Volksvertegenwoordiger GROEN

Geef een reactie