Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Psychiatrisch ziekenhuis Sint-Franciscus:kleinschaligheid en landelijkheid

Delen

“Zeer recent vonden er ingrijpende bouwwerkzaamheden plaats die een grote invloed hadden op het functioneren van zowel de medewerkers als de patiënten,” vertelt John Himpe, Directeur van Sint-Franciscus. “Het masterplan omvatte een nieuwbouw met twee bouwdelen voor 120 residentiële bedden. Voorts stond de verbouwing en renovatie van de oude boerderij van het ziekenhuis – onderdeel van het geklasseerde dorpszicht – op het programma. Deze hoeve kreeg een onthaal- en administratieve functie, met vergaderruimtes en het personeelsrestaurant. Daarnaast werd het oude ziekenhuis afgebroken, een overblijvend gedeelte werd verbouwd tot Dagcentrum met 43 plaatsen. Om het beeld compleet te maken: we realiseerden ook nog een kleine sportzaal achter het Dagcentrum, waar ook externe sportclubs gebruik van kunnen maken. Tenslotte zijn we momenteel bezig met de aanleg van een groenparking voor personeel en bezoekers. Voor alle betrokkenen vergde de nieuwbouw een  aanpassing maar het bood ook heel wat voordelen. Alle oppervlakten zijn groter en de verpleegposten op de afdelingen zijn centraal gesitueerd wat de mogelijkheden tot contact en gesprek verhoogt.”

Beperkt aantal bedden voor een uitgestrekte regio

DSC_7638,1024“Toen ik hier begon te werken – 35 jaar geleden – waren er circa 400 patiënten. Met 163 bedden zijn we momenteel één van de kleinere psychiatrische ziekenhuizen in Vlaanderen, niettemin ‘bedienen’ we een ruime regio die zich uitstrekt van Ronse tot Zottegem. Precies daar wringt het schoentje, want daardoor kunnen we een aantal zorgvragen niet beantwoorden. Zo hebben we geen zorgprogramma voor mentaal gehandicapten met psychotische problemen of voor drugverslaafden en ook jongeren kunnen wij niet opvangen. De afbouw van het aantal ziekenhuisbedden, kenmerkend in onze sector, werd reeds in de jaren ’90 door de overheid georganiseerd om nieuwe opvangvormen te creëren zoals het beschut wonen en het psychiatrisch verzorgingstehuis. De opdracht van het ziekenhuis wijzigde daardoor: de focus lag niet langer meer op het verblijf maar wel op de behandeling en een snelle terugkeer in de maatschappij.”

Van aanbodmodel naar vraaggerichte zorg

“Voorheen werkten we vanuit een aanbodmodel, nu zijn we geëvolueerd naar een vraaggerichte zorg. De uitdaging voor iedere afdeling is om hier zo gericht mogelijk op in te spelen, vanuit een wetenschappelijke onderbouwing. Bij een screening luisteren wij zowel naar het verhaal van de patiënt als van zijn omgeving. Vaak zitten patiënten in eerste instantie nog in een defensieve houding waarbij de problemen nog ontkend worden. Vertrekken vanuit de insteek van de patiënt leidt er toe dat de patiënt zich gaandeweg openstelt voor een andere kijk en gemotiveerd meewerkt aan een behandelprogramma dat met hem en zijn omgeving werd opgesteld. Twee keer per jaar vindt er een tevredenheidsmeting plaats voor de patiënten over de werking van de afdeling, over de behandelprogramma’s, de raadpleging van de familie, het welbevinden van de keuken, enz. Alle gegevens worden verzameld op het niveau van de afdelingen en vier keer per jaar komen de directie en het kernteam van elke afdeling bij elkaar om te evalueren.”

KADER: de kracht van het teamverband

“De evolutie van de psychiatrie zorgt voor een aantal nieuwe tendensen. In de eerste plaats wordt het teamverband steeds belangrijker. De sterkte van het team – met zeer uiteenlopende disciplines – heeft te maken met de manier waarop samengewerkt wordt. Dat is een proces dat verloopt via veel overleg en afstemming, maar ook opleiding speelt daarbij een cruciale rol. Het zijn de noodzakelijke instrumenten voor de uitvoering van de behandelingsvisie die iedere afdeling voor zijn specifieke doelgroep heeft uitgeschreven, coherent met de totale visie van het ziekenhuis. De behandelingsmethodieken van de teams kunnen verschillen. Naargelang de doelgroep wordt er uitgegaan van een meer gedragstherapeutische benadering, terwijl andere teams meer uitgaan van de problemen achter het gedrag. Echter steeds dient de therapie gedragen te zijn door wetenschappelijke inzichten. Voor de chronische patiënt zal de benadering dan weer eerder geïnspireerd zijn door de rehabilitatievisie waarbij de focus ligt op wat wel goed gaat en niet zozeer op wat niet goed gaat. Deze bevestiging zorgt voor kracht en empowerment bij de patiënt.”

Vermaatschappelijking van de zorg

“Een belangrijk thema is voorts de vermaatschappelijking van de zorg. De overheid nodigt ons hierbij uit om uit te zoeken of de zorg meer kan aangeboden worden in de omgeving van de patiënt en dus minder door opname in een ziekenhuis. Het realiseren van deze uitdaging is voor een klein ziekenhuis met beperkte middelen bijzonder moeilijk. Vandaar dat een samenwerking vereist is met alle regionale partners in de geestelijke gezondheidszorg. De bijeenkomsten hieromtrent zijn ondertussen opgestart en zullen hopelijk leiden tot een aansluiting bij de reeds bestaande werking van het netwerk Gent – Eeklo. De bedoeling moet zijn om voor de verschillende doelgroepen een continuüm van goed op elkaar afgestemde zorgvormen te creëren waaruit voor elke patiënt de meest passende benadering kan gekozen worden.”

Betere beheersbaarheid

“Onze relatief kleine setting heeft dan wel weer voordelen op het vlak van beheersbaarheid. De onderdelen en de werking van onze structuur kunnen we beter uitbouwen omdat we niet te maken hebben met een grote complexiteit. Anderzijds schept de kleinschaligheid ook nadelen: beperkte equipes op het vlak van ondersteuning en beperkte reserves om te participeren aan transmurale zorgactiviteiten. We kennen overigens nauwelijks aanwervingproblemen, mensen werken nog steeds het liefst in de eigen regio. Er is bovendien weinig verloop, ondanks de beperkte loopbaanmogelijkheden. Een groot meerwaarde is de samenhang: iedereen ervaart Sint-Franciscus als één familie,” besluit John Himpe.
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie