Typ om te zoeken

Legal

De rusthuisbewoners en hun testament: 5 vragen beantwoord 

Delen

Je goed informeren is essentieel wanneer het gaat over nalatenschap en testament. Mensen staan meer en meer stil bij wat er gebeurt met hun bezittingen na hun overlijden. Zeker voor rusthuisbewoners is het iets wat hen vaak bezighoudt. We legden vijf vragen voor aan enkele specialisten ter zake, om zo een beter zicht te krijgen op het wetgevend kader rond het opstellen of wijzigen van een testament. Dankzij hun antwoorden kan je voortaan goed geïnformeerd je medewerkers én bewoners te woord staan.
 

1. Wat zijn de vereisten voor een geldig testament?

Vooraleer we verder ingaan op rusthuisbewoners en hun testament, is het belangrijk om weten wanneer een testament geldig is en wanneer niet. Moet je hiervoor verplicht bij een notaris langsgaan? En wat zijn de vereisten?
 
Een bezoek aan de notaris is geen vereiste voor de rechtsgeldigheid van een testament.
 
Er zijn immers twee soorten testamenten: een notarieel of openbaar testament, dat opgesteld wordt bij de notaris in aanwezigheid van twee getuigen, en een eigenhandig testament, dat je gewoon zelf, thuis of in het rusthuis, kan opstellen. Laat ons eerst dieper ingaan op het eigenhandig testament.
 
Een eigenhandig testament, een testament zonder tussenkomst van de notaris dus, moet voldoen aan enkele vereisten. Zo is er de vereiste dat het testament handgeschreven moet zijn. Je mag dit gerust letterlijk nemen. Geen uitgetypt tekstbestand, maar een met onuitwisbare inkt geschreven tekst. De tweede vereiste is de datum. Een eigenhandig testament moet gedateerd zijn. Aangezien er geen notaris aan te pas komt om te controleren of de datum wel degelijk de datum is waarop de tekst werd geschreven, gaat de wetgever ervan uit dat deze datum correct is. Het is wel zo dat, in het geval van gebruik voor de rechtbank, een notarieel testament als notariële akte een versterkte bewijskracht heeft. Maar geldig is het eigenhandig document dus wel. Een derde vereiste is, vanzelfsprekend, de handtekening. Een testament moet steeds ondertekend zijn door de testator, de opsteller van het testament. Ook hier gaat men ervan uit dat het wel degelijk om de handtekening van de nalater gaat, maar dit kan uiteraard niet gecontroleerd worden. Is één van deze vormvereisten niet gerespecteerd, dan kan het testament nietig verklaard worden.
 
Er zijn 3 vormvereisten voor een geldig testament zonder notaris:
– Eigenhandig geschreven
– Gedateerd
– Ondertekend
 
Daarnaast is er het notarieel of openbaar testament, een notariële akte opgesteld in aanwezigheid van een notaris en twee onafhankelijke getuigen, aangeduid door de notaris. De testator dicteert zijn nalatenschap en de notaris noteert letterlijk wat er gezegd wordt. Beide getuigen moeten permanent aanwezig zijn gedurende het volledige dictaat.
 

2. Mag iedere persoon, ongeacht zijn of haar geestelijke gezondheid, een testament opstellen?

Als het gaat om de geldigheid van een testament is er, naast de drie vormvereisten, een vierde vereiste: de nalater moet bij het opstellen van zijn testament gezond van geest en wilsbekwaam zijn. Dit veronderstelt dat de testator zich, op het moment dat het testament wordt opgesteld, ten volle bewust is van de gevolgen van zijn of haar testament en hierbij bijvoorbeeld ook niet onder druk wordt gezet.
 
Gezondheid van geest veronderstelt dat de nalater zich ten volle bewust is van de gevolgen van zijn of haar testament. In geval van twijfel wordt een medisch attest vereist.
 
Bij een notarieel testament kan de notaris hierover oordelen en in geval van twijfel zelfs een medisch attest eisen, opgesteld door de behandelende arts. Opgelet: door het medisch beroepsgeheim mag de arts dit attest enkel afleveren aan de persoon zelf, niet rechtstreeks aan de notaris! In de praktijk wordt dit soms ook door de dichte familie opgevraagd. Oordeelt de notaris dat de persoon, zelfs met een medisch attest, niet in staat is om een geldig testament te dicteren, dan kan de notaris het medisch attest naast zich neerleggen en weigeren om het testament op te stellen. In het geval van een testament spreekt men, net als bij een schenking, immers over een versterkte vorm van geestesgezondheid. Dit wil zeggen dat een notaris, wanneer hij een eigenhandig testament aangeboden krijgt, strenger zal oordelen over de geestesgezondheid van de overledene dan wanneer het over bijvoorbeeld een verkoop gaat. Bij een eigenhandig testament is het nu eenmaal niet te controleren of de persoon, op het moment dat hij of zij het testament opstelt, wel degelijk gezond van geest was. Een rusthuisbewoner kan perfect zonder getuigen een eigen testament schrijven. Als de familie, na het overlijden, het testament om die reden zou betwisten, dan is het aan hen om de nodige bewijzen te leveren, bijvoorbeeld via inzage in het patiëntendossier. Want bij een eigenhandig testament wordt steeds uitgegaan van een goede gezondheid van geest, tot het tegendeel bewezen is.
 
Bij een eigenhandig testament wordt steeds uitgegaan van een goede gezondheid van geest, tot het tegendeel bewezen is.
 

3. Kan een dementerende persoon zijn of haar testament aanpassen?

Er bestaan uiteraard veel gradaties als het gaat over dementie. Iemand met beginnende dementie, die met andere woorden ‘verstrooid’ of ‘vergeetachtig’ is, kan nog perfect in staat zijn om een testament op te stellen of aan te passen. Zolang hij of zij, op het moment van de opstelling van het testament, zich ten volle bewust is van hetgeen gebeurt, is er geen probleem. In het geval van een notarieel testament is de notaris zelfs verplicht om te oordelen of iemand gezond is van geest op het moment dat het testament wordt opgesteld. Zijn er twijfels, dan wordt, zoals eerder gezegd, een medisch attest vereist. Blijkt dat de persoon gezond is van geest en is daarnaast aan de drie vormvereisten (handgeschreven, gedateerd en ondertekend) voldaan, dan is het testament perfect geldig.
 
Een testament kan op elk moment aangepast worden, voor de notaris of eigenhandig. Een rusthuisbewoner kan bijvoorbeeld, tot net voor voor zijn of haar dood, een bestaand testament uitdrukkelijk herroepen door een nieuw testament te beginnen met ‘ik herroep alle voorgaande testamenten’. In dat geval geldt het testament met de recentste datum. Daarnaast kunnen elementen, die in een bestaand testament staan, stilzwijgend herroepen worden doordat er in het nieuwe testament zaken geschreven worden die tegenstrijdig zijn met wat voordien geschreven werd. Als iemand bijvoorbeeld in een eerste testament alles nalaat aan persoon A en in een tweede testament alles aan persoon B, dan geldt het testament met de recentste datum en erft persoon B.
 

4. Mag een verzorger van een woonzorgcentrum erven van een persoon die hij of zij verzorgt? En hoe ga je hier als leidinggevende mee om?

De wet stelt dat bepaalde personen onbekwaam zijn om te ontvangen bij een erfenis of schenking, omdat er een wettelijk vermoeden van ‘captatie’ of beïnvloeding bestaat. Aan artsen, apothekers, priesters of bewindvoerders die de overledene hebben verzorgd of begeleid tijdens zijn of haar laatste dagen of tijdens de volledige duur van de ziekte waaraan hij of zij overleden is, kan volgens de wet niets nagelaten worden. In 2003 heeft de wetgever deze lijst met personen gevoelig uitgebreid (artikel 909 van het Burgerlijk Wetboek). Voortaan gaat de wetgever er automatisch van uit dat ook verpleegkundigen, familiale hulpverleners, bestuurders en andere personeelsleden van rust- en verzorgingstehuizen die er tijdens het verblijf van de overledene tewerkgesteld waren, bewust of onbewust druk hebben uitgeoefend op iedereen die hen als begunstigde vermeldt in een testament en zijn dus ook zij wettelijk uitgesloten. Met andere woorden, men gaat ervan uit dat de kwaliteit van de zorg zou kunnen afhangen van het feit of men al dan niet iets zal erven. En dit mag je gerust erg ruim interpreteren. Het gaat niet alleen over de rechtstreekse verzorgers, maar ook de poetsvrouw en medewerker van het secretariaat van het woonzorgcentrum vallen hieronder, net als hun familieleden. Staan deze personen toch vermeld in het testament, dan kan het testament nietig verklaard worden. Uitzondering op deze regel zijn uiteraard de directe familieleden van de overledene, die wettelijk nooit uitgesloten kunnen worden, zelfs al hebben ze de persoon verzorgd tijdens zijn of haar verblijf in het rusthuis.
 
Volgende personen worden door de wet uitgesloten als erfgenaam:
– Behandelende arts
– Adviserende apotheker
– Begeleidende priester
– Bewindvoerder
– Alle personeel van het woonzorgcentrum waar de bewoner verbleef terwijl het testament werd opgesteld
 
Dit neemt natuurlijk niet weg dat een inwoner van het rusthuis een bloemetje of een doosje pralines kan schenken aan zijn of haar verzorgers of aan de directeur van de instelling tijdens zijn of haar verblijf. Maar gaat het om een financiële schenking, een zogenaamde handgift, en de erfgenamen leveren hiervoor achteraf een bewijs, bijvoorbeeld via rekeninguittreksels, dan kan de notaris de schenking nietig verklaren en moet het geld worden teruggegeven.
 
De wetgever sluit alle personeelsleden van een rusthuis of woonzorgcentrum, van verzorger tot poetsvrouw, uit als erfgenaam van een bewoner.
 

5. Wat als er geen testament bestaat? Wie erft wat?

Als er geen testament is, geldt het wettelijk erfrecht. Dit wil zeggen dat de wet de erfgenamen aanduidt. De echtgeno(o)t(e) is steeds de eerste in lijn om te erven. Is die er niet, dan geldt het bloedverwantschap. Bij het overlijden van de ouders zijn dit de kinderen, en andersom. Zijn er geen kinderen, dan erven de ouders, broers en zussen, enzovoort. Zijn er geen wettelijke erfgenamen, dan gaat de erfenis naar de Belgische staat.
 
In juridische termen spreekt men over de zogenaamde reservataire erfgenamen. Zij kunnen nooit volledig uitgesloten worden. Zo hebben bijvoorbeeld de kinderen, echtgenoot en ouders steeds recht op een minimum deel van de erfenis.
 
Als leidinggevende is het ongetwijfeld een meerwaarde om naar alle leden van het personeel duidelijk te communiceren over de verschillende bepalingen rond het testament van rusthuisbewoners. Met een bewustwordingsbeleid kunnen immers heel wat misverstanden de wereld uit geholpen worden en weten bewoners dat ze met standaardvragen bij het rusthuispersoneel terecht kunnen. Heeft een bewoner concrete vragen of wil hij of zij graag een notarieel testament laten opstellen, dan verwijs je uiteraard het beste door naar een notaris.
 
TIP: communiceer duidelijk met je personeel omtrent dit thema, om zo mogelijke misverstanden te vermijden.
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie