Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Seksualiteit na behandeling voor prostaatkanker

Delen

Door Marlies Meersman, Klinisch psychologe-seksuologe dienst Urologie UZ Leuven

 
Prostaatkanker en de behandeling voor prostaatkanker kunnen gepaard gaan met verschillende symptomen en bijwerkingen die een invloed kunnen hebben op het seksleven. Veel voorkomend is hierbij het optreden van erectieproblemen. Veel mannen met prostaatkanker geven aan dat hun seksleven en relatie met hun partner veranderen en dat deze veranderingen tevens grote uitdagingen meebrengen in hun dagelijks leven.
 
Behandeling voor prostaatkanker heeft een invloed op hoe men zich voelt over zichzelf op seksueel gebied, het seksueel verlangen (libido), de mogelijkheid om een erectie te krijgen (erectiele functie), de mogelijkheid om te ejaculeren of een orgasme te krijgen, de seksuele tevredenheid, vruchtbaarheid, uiterlijk, stemming en op relaties. Zelfs al kan het seksleven erg veranderd zijn in vergelijking met hoe het was voor de ziekte, het is belangrijk aan patiënten duidelijk te maken dat ze het plezier van seksualiteitsbeleving niet hoeven te missen. Er zijn vaak andere manieren om een intieme relatie of verbondenheid met de partner te voelen, zonder daarvoor penetratie bij seks nodig te hebben. Sommige mannen geven zelfs aan een hechtere band ontwikkeld te hebben met hun partner, zelfs al ervaren ze als koppel seksuele problemen.
 
Het geven van specifieke informatie rond seksualiteit is erg belangrijk. Wat mannen willen weten is of er na prostaatkanker en behandeling nog seksualiteit mogelijk is. Of ze seks kunnen hebben of masturberen na behandeling hangt af van verschillende factoren: het type van behandeling dat ze kregen, hoe ze zich voelen, of ze al seksuele problemen hadden voordien, de relatie en communicatie met hun partner. Afhankelijk van deze factoren zullen mannen tijdelijk erectieproblemen ervaren terwijl anderen nooit volledig hun erectiele functie terugkrijgen zoals voorheen.
 
Veel mannen die na behandeling voor prostaatkanker te maken krijgen met erectieproblemen hadden echter al klachten van seksuele dysfunctie voor de diagnose werd gesteld. De meeste mannen met prostaatkanker zijn ouder dan 50 jaar en kunnen, al dan niet gerelateerd aan andere gezondheidsproblemen zoals hartlijden of diabetes, reeds merken dat hun erectiele capaciteit vermindert. Er moet dus telkens ook gekeken worden naar het seksueel functioneren van de man en van het koppel voor diagnose en behandeling.
 
 

Prostaatkanker,  behandelingen en gevolgen op seksueel vlak

 
Radicale prostatectomie
Door het steeds frequenter uitvoeren van een zenuwsparende prostatectomie zijn de vooruitzichten voor mannen die deze ingreep moeten ondergaan steeds beter geworden, zeker wat betreft de mogelijkheid tot het opbouwen van een kwaliteitsvol seksleven na kankerbehandeling. Het blijft echter de vraag hoe we zo’n ‘kwaliteitsvol seksleven’ precies moeten definiëren. Laten we als startpunt de definitie nemen die in veel onderzoeken wordt gebruikt nl. ‘de capaciteit om de vagina te penetreren en voldoende te kunnen stoten om tot orgasme te komen’. Bij veel mannen die een radicale prostatectomie ondergaan, herstelt deze capaciteit zich. Tot 2 jaar na de operatie kunnen de beschadigde zenuwbanen zich herstellen en peniele revalidatie helpt hierbij zeker. Toch zijn deze mannen niet steeds tevreden: vaak hebben ze klachten over de rigiditeit van de erectie. Mannen voelen zich door hun onvoldoende rigide penis gelimiteerd in welke standjes ze kunnen  doen, moeilijker kunnen stoten en bezorgder zijn rond het al dan niet plezieren van hun partner. Daarnaast merken mannen een verandering in hun orgasme en retrograde/afwezige ejaculatie. Een andere veelgehoorde klacht is het korter worden van de penis. Mannen worden best voorbereid en geïnformeerd over deze mogelijke gevolgen.
 
Bestraling
In vroegere jaren werd aangenomen dat 50% van de mannen die werden bestraald als behandeling voor prostaatkanker erectiele disfunctie ontwikkelden. Doorheen de jaren is gebleken dat dit aantal veel te hoog lag, een schatting ligt nu rond 25%. Bij bestraling treden de erectieproblemen niet onmiddellijk op, maar ontstaan ze geleidelijk gedurende het eerste jaar na de therapie. In recenter onderzoek bleek bestraling erectieproblemen te versterken bij mannen die voor diagnose reeds problemen hadden. Naast erectieproblemen geeft bestraling op seksueel gebied een verminderd spermavolume bij ejaculatie en verminderd seksueel verlangen (ook omdat het gebied dat wordt bestraald blaas- en darmklachten kan veroorzaken, wat niet aanspoort tot seksuele activiteit).
 
Chemotherapie
Tijdens chemotherapie blijft de erectiecapaciteit intact, mannen zijn tijdens deze behandeling in staat om normale en rigide erecties te krijgen. Chemotherapie heeft veel bijwerkingen die het seksleven kunnen beïnvloeden: vermoeidheid, misselijkheid,  pijn, veranderingen van het uiterlijk. Vaak is er wel een verlies aan verlangen en interesse in seksualiteit, waardoor psychogene erectieproblemen kunnen ontstaan.
 
Hormoontherapie
Hormoontherapie kan de groei van prostaatkanker afremmen door de testosteronwaarden te doen dalen. Hiervoor kunnen oestrogenen, LHRH-(anta)agonisten, anti-androgenen, een bilaterale orchidectomie of een combinatie van verschillende voorgaande gebruikt worden. Door de daling van testosteron verliezen meeste mannen hun verlangen in seks, wordt het moeilijker om stevige erecties te krijgen en tevens om een orgasme te bereiken. Over het algemeen heeft hormoontherapie dus ernstigere gevolgen op vlak van seksualiteit dan radicale prostatectomie of bestraling.
 
Seksualiteit na behandeling voor prostaatkanker
De prostaat zelf is niet van essentieel belang voor een normaal seksueel functioneren. De behandelingen om prostaatkanker te bestrijden kunnen echter iatrogene schade aanrichten aan de zenuwbanen rond de prostaat. Deze zenuwen zorgen voor de aanvoer van bloed naar de penis waardoor de erectie tot stand komt en voor de regeling van het complexe hormonale systeem dat seksueel verlangen en opwinding reguleert.
 
De behandeling van erectieproblemen kan enerzijds bestaan uit het aanbieden van mechanische oplossingen bv. medicatie (Viagra/Levitra/Cialis), het gebruik van een vacuum-pomp, het aanleren van intracavernosale injecties, het inbrengen van pellets of het chirurgisch inbrengen van een penisprothese. Hoewel het hier snel over het hoofd wordt gezien, is het belangrijk om ook bij deze ingrepen de partner te betrekken. Mechanische oplossingen kunnen ingebouwd worden in het seksuele spel. Het ene koppel maakt deze overgang gemakkelijker dan het andere en seksuele counseling en eventueel sekstherapie kan hierbij een oplossing bieden.
 
Aangezien seksuele rehabilitatie erg complex kan zijn, moet ook breder gekeken worden naar de patiënt en de mogelijkheid om seksuele counseling aan te bieden. Een erectie krijgen hangt immers ook af van gedachten, gevoelens en van de relatie. Zo kan de behandeling een angst geïnstalleerd hebben om ‘geen erectie te kunnen krijgen’, ‘het niet goed te doen’, ‘er niet langer aantrekkelijk uit te zien na de behandeling’. Wanneer deze faalangstige gedachten gaan overheersen, kunnen psychogene erectieproblemen ontstaan. Gevoelens van verdriet, neerslachtigheid, rouwgedachten, kwaadheid en angst zijn normaal tijdens en na de periode van diagnose en behandeling. Deze kunnen allen ook een invloed hebben op seksueel verlangen en functioneren. Vaak ervaren mannen distress rond hun seksueel functioneren na behandeling. Wanneer sprake is van erectieproblemen is het steeds belangrijk om te polsen naar eetlust, slaappatroon, gewichtsverlies of toename, vermoeidheid, algemene stemming, schuldgevoelens of anhedonie. Erectieproblemen kunnen immers ook een uiting zijn van een onderliggende depressie, waarbij een andere behandeling aangewezen is dan voor erectieproblemen.
 
Er zijn enkele mannen die we als risicogroep kunnen omschrijven om meer distress te ervaren: mannen die jonger zijn dan de gemiddelde patiënt, niet gehuwd zijn of een prille relatie hebben, een geschiedenis hebben van buitenechtelijke relaties of die behoren tot een etnische groep die de nadruk legt op viriliteit als onderdeel van man-zijn. Wanneer erectieproblemen optreden na behandeling voor prostaatkanker, gaan deze mannen zich vaker terugtrekken en seksualiteit vermijden. Het moeilijker of niet kunnen krijgen van een erectie doet hun zelfvertrouwen wankelen en doet hen piekeren over het al dan niet teleurstellen van hun partner. Vaak praten deze mannen niet over hun bezorgdheden, waardoor een vicieuze cirkel van reacties ontstaat in samenspel met de partner, die uiteindelijk uitmondt in minder seksuele activiteit EN ook minder tonen van affectie in niet-seksuele contexten. Mannen in een langdurige relatie waarin open gepraat kan worden over seksualiteit en die voordien een actief en bevredigend seksleven hadden, lijken paradoxaal minder gemotiveerd tot seksuele rehabilitatie. In overleg met de partner kiezen deze koppels er vaker voor om op een andere manier hun seksualiteit te ontdekken of zijn ze tevreden met niet-rigide erecties voor penetratie. De mannen uit de risicogroep die eerder werd beschreven zijn echter diegene die veel belang hechten aan het herstellen van hun erectiecapaciteit uit angst hun partner te verliezen of geen nieuwe partner te vinden. Deze mannen moeten opgevolgd worden niet enkel in kader van behandeling voor erectieproblemen maar ook omwille van hoger risico voor psychische problemen indien de erectiele capaciteit niet voldoende hersteld kan worden.
 
Behandelingen voor erectieproblemen zijn zelden een ‘quick fix’. Vaak moeten de mannen verschillende behandelingen uitproberen en blijven volhouden tot ze diegene vinden die voor hen het beste werkt. Een combinatie van mechanische methoden en seksuele counseling is meest aangewezen.
 
Wat kan jij doen?
De meeste mannen worden niet graag naar een specialist rond seksualiteit doorverwezen of huiveren van het woord ‘sekstherapie’. Ze krijgen liefst informatie over dit onderwerp van het behandelend team (arts – verpleging – sociaal werker – psycholoog). Over het algemeen kan een seksuele anamnese deel uitmaken van de psychosociale assessment van de patiënt.  Hierbij wordt de partner betrokken en wordt gekeken naar psychische impact van diagnose/behandeling op het seksleven en naar de communicatie binnen het koppel. Als hulpverlener is het belangrijk om het signaal te geven dat seksualiteit bespreekbaar KAN zijn.
 
Het belangrijkste onderdeel van de counseling bestaat uit psycho-educatie bv. dat uitgebreid voorspel nodig kan zijn met meer directe peniele stimulatie voor de man een volledige erectie krijgt. Andere bronnen van seksuele stimulatie toevoegen kan ook helpen bv. het gebruiken van een vibrator, erotisch beeldmateriaal, … Ook het aansporen van masturbatie is hier een goede tip: vaak is het voor mannen gemakkelijker om in deze veilige setting hun erecties te ‘testen’. Het testen helpt om faalangstige gedachten te ontkrachten en de kans op psychogene erectieproblemen te verminderen. Masturberen kan ook helpen om later aan de partner uit te leggen welke aanrakingen goed voelen, wat minder aangenaam of zelfs pijnlijk is. Laat het koppel weten dat een intiem moment niet altijd spontaan hoeft te komen. Zin in seks verandert wanneer afspraken in het ziekenhuis en bijwerkingen van de behandeling de kop opsteken, er kan dan gerust gepland worden wanneer het ideale moment is om tijd te maken voor elkaar. Het is ook belangrijk dat zowel patiënt als partner zich bewust worden van opwindende gedachten, fantasieën of het toenemen van verlangen tijdens de dag. Meeste mensen besteden niet veel aandacht aan deze gedachten. Het bewust maken van deze gedachten helpt om een patroon te identificeren wanneer men zich het meest op zijn gemak voelt, het best voelt, in de ideale stemming is om met seksualiteit bezig te zijn. Geruststellen van patiënt en partner is tevens erg belangrijk bv. laten weten dat er nieuwe manieren om intiem te zijn aangeleerd kunnen worden wanneer erectie niet meer mogelijk is. Indien informeren en geruststellen niet voldoende is of als er voordien reeds seksuele/relationele problemen waren, kan overgegaan worden tot sekstherapie. Hiervoor kan het koppel doorverwezen worden naar de seksuoloog die, vaak met behulp van ‘sensate focus’ oefeningen, het koppel op de goede weg probeert te zetten.
 
Bronnen en aanbevolen literatuur
Mullhal, J.P. (2010) Saving your sex life, a guide for men with prostate cancer. C-I-ACT Publishing.
http://www.cancer.org/acs/groups/cid/documents/webcontent/003232-pdf.pdf
 
Waar kan ik een seksuoloog vinden?
http://www.seksuologen-vlaanderen.be/
 
 
 

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie