Typ om te zoeken

HR In the spotlight Ziekenhuizen

Superdiversiteit op de afdeling intensieve zorgen: wat kan beter?

Delen

Onze multiculturele samenleving zorgt ervoor dat ook de patiëntenpopulatie in ziekenhuizen steeds diverser wordt. Artsen en verpleegkundigen komen met een groeiend aantal culturen in aanraking en die evolutie resulteert vaak in stroeve communicatie en misverstanden tussen patiënt en medisch personeel. Dat blijkt uit doctoraatsonderzoek van Dr. Rose-Lima Van Keer, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Zij stelt dat er dringend nood is aan maatregelen om de ziekenhuiszorg ook voor culturele minderheden inclusiever te maken.  

Van Keer volgde tien maanden lang het wel en wee van een afdeling intensieve zorgen van een multicultureel ziekenhuis in België. Ze volgde achttien ernstig zieke patiënten uit culturele minderheidsgroepen, hun familieleden en hun zorgverleners. Onder leiding van Prof. Dr. Johan Bilsen en de Mental Health en Wellbeing Research Group van VUB bevroeg ze ook 44 intercultureel bemiddelaars die werken in Brusselse en Vlaamse ziekenhuizen. Tien maanden lang heb ik rondgelopen op die afdeling en gepraat met zorgverleners en patiënten. Ik nam diepte-interviews af stak ook veel op uit informele gesprekken. Ik observeerde tijdens personeelsvergaderingen en slechtnieuwsgesprekken, en keek ook toe hoe interacties verliepen tijdens de bezoekuren. Ik probeerde me telkens zo onopvallend mogelijk op te stellen in een ziekenhuisomgeving waar leven en dood dicht bij elkaar liggen”, schetst Rose-Lima Van Keer. “Sociaalwetenschappelijk onderzoek doen in een dergelijke context is niet evident. Ik wou niemand bruuskeren met mijn aanwezigheid en wou geen extra ballast zijn voor de verschillende partijen. In het begin dacht ik dat patiënten en familieleden het misschien bedreigend zouden vinden om een vreemde toe te laten tijdens de vele intieme en confronterende momenten, maar vaak gaf mijn aanwezigheid hen net extra steun. Wanneer ze toekwamen in het ziekenhuis waren ze meestal gestresseerd en onzeker en hadden de zorgverleners niet altijd voldoende tijd om hen extra te begeleiden. Ik kon dan vaak eventjes hun klankbord zijn of voor wat afleiding zorgen.”  

Geen zwart-wit verhaal
Tijdsgebrek, een hoge werkdruk, medische onzekerheid en een technisch georiënteerde zorg maken het voor artsen en verpleegkundigen helemaal niet eenvoudig om tijdens medisch precaire momenten adequaat te communiceren met patiënten en familieledenEtnisch-culturele verschillen maken de communicatie en besluitvorming nog complexer. “Uiteraard zag ik ook positieve dingen gebeurenDit is zeker geen zwart-wit verhaal, de realiteit is complex. Maar het leek me nuttig eens te onderzoeken welke specifieke problemen er kunnen optreden tijdens interculturele zorgverlening in onze ziekenhuizen. 

Etnisch-culturele spanningen
Problemen traden onder meer op tijdens slechtnieuwsgesprekken met familieleden. Voor artsen is het niet altijd gemakkelijk om de verhoudingen tussen familieleden te achterhalen en te bepalen wie de meest geschikte gesprekspartner is. Artsen belandden vaak in situaties waarin vele familieleden, soms zelfs ook vrienden of buren, de volledige medische toestand wilden kennen, terwijl artsen zich eerder willen houden aan het medisch beroepsgeheim. “Wanneer de arts voorstelde om een behandeling stop te zetten omdat de situatie medisch uitzichtloos was geworden, kon de familie dat vaak moeilijk begrijpen of aanvaarden. Ze reageerden vanuit een ander denkkader of hevig emotioneel lijden en de taalverschillen maakten de situatie er niet beter op. Familieleden riepen vaak religieuze redenen in om de behandeling toch verder te zetten. Ik stelde ook vast dat er soms met patiënten werd gepraat in een taal die zij niet begrepen of dat men niet praatte met een patiënt omdat men dacht dat deze anderstalig was terwijl dit niet zo was.  Zulke situaties zijn een voedingsbodem voor etnisch-culturele spanningen en belemmeren een goede communicatie en besluitvorming. 

Interculturele bemiddelaars
Ook het afdelingsbeleid van het ziekenhuis bleek vaak weinig constructief. Door een niet-flexibele bezoekregeling en een gebrek aan samenwerking met psychosociale diensten konden patiënt, familie en zorgverleners moeilijk een band opbouwen. Hierdoor hadden de verschillende partijen vaak onvoldoende inzicht in elkaars perspectief, wat leidde tot communicatieproblemen en conflicten.  “Ook de eenzaamheid onder patiënten sprong me in het oog. Die werd nog versterkt door taalverschillen of door het taboe om in bepaalde minderheidsculturen te praten over gevoelens. Ook het feit dat er amper een beroep werd gedaan op professionele tolken en intercultureel bemiddelaars was frappant. Intercultureel bemiddelaars zijn mensen uit etnische minderheidsgroepen die aangesteld worden om de taalkundige en culturele barrières te verlagen. Deze bemiddelaars werken veelal met de patiëntengroepen die behoren tot de etnisch-culturele groep waarvan ze zelf afkomstig zijn”, weet van Keer. “Maar toch merkte ik dat zorgverleners soms wantrouwig stonden tegenover die bemiddelaars en hen beschouwden als partijdig. Zorgverleners beschikken over te weinig kennis. Ze weten niet altijd wat de bemiddelaars concreet doen en wanneer het relevant kan zijn om hen in te inschakelen. Zo ontstaat hokjesdenken en etnisch-culturele differentiatie. Bovendien hebben bemiddelaars nauwelijks inspraak in het ziekenhuisbeleid rond diversiteit, hetgeen opmerkelijk is aangezien zij dagelijks bezig zijn met interculturele communicatie.” 

Bestaande richtlijnen
Er bestaan vandaag al een aantal algemene richtlijnen om de communicatie met patiënten van etnisch-culturele minderheidsgroepen te verbeteren, maar die zijn volgens Van Keer onvoldoende. “Ik denk dan aan het aanstellen van etnische minderheidsgroepen in het personeelsbestand. Ik kan mijn bevindingen niet veralgemenen naar ziekenhuizen over heel Vlaanderen, maar het viel me wel op dat op de afdeling intensieve zorgen waar ik mijn onderzoek deed amper artsen en verpleegkundigen uit etnisch-culturele minderheidsgroepen werkten. Ik vond deze mensen eerder terug in andere functies, zoals administratief medewerker of keukenhulp. Op termijn zullen vermoedelijk wel meer etnische minderheden doorstromen naar zorgfuncties. Die evolutie moeten we misschien wat meer tijd geven.” 

Actieplan
Van Keer stelt een aantal bijkomende maatregelen voor die miscommunicatie en conflicten kunnen verhelpen en die de zorg voor patiënten met een andere etnisch-culturele achtergrond kunnen bevorderen. Op het niveau van het afdelingsbeleid stelt ze niet alleen een flexibele bezoekregeling voor, maar ook de oprichting van multidisciplinaire teams en het actief betrekken van de verpleging in de communicatie en medische besluitvorming.  “Het is ook heel belangrijk dat binnen ziekenhuizen systematisch nagedacht en overlegd wordt over culturele diversiteit. Het is cruciaal om hierbij patiënten, familieleden, zorgverleners en bemiddelaars uit verschillende afdelingen voldoende te betrekken. Vanuit dit overleg, dat best geïnitieerd wordt door leidinggevenden, zou een actieplan rond culturele diversiteit ontwikkeld kunnen worden, op maat van het ziekenhuis. Er zou ook meer aandacht moeten besteed worden aan cultureel competente zorg en communicatie in de verpleeg- en geneeskundeopleidingen. Het zou goed zijn om culturele competentie structureel te incorporeren in beide opleidingscurricula. Maar ook de overheid kan zeker en vast helpen, bijvoorbeeld door meer financiële middelen te geven aan ziekenhuizen, onderwijs en onderzoek.  Ook het intercultureel bemiddelingsprogramma in ziekenhuizen mag wel eens herzien worden.” 

Superdiversiteit 
Vermoedelijk komen de problemen die Van Keer observeerde op die ene afdeling ook voor op andere afdelingen intensieve zorg in multiculturele ziekenhuizen in Belgiëaangezien je daar een min of meer vergelijkbare etnische patiëntenpopulatie, werkcontext en afdelingsbeleid zietWe mogen ook niet vergeten dat superdiversiteit een vrij nieuw fenomeen is en dus veel zorgverleners nog niet de nodige kennis, vaardigheden en concrete tools hebben om daar goed mee om te gaan. Als zowel ziekenhuizen, het onderwijs en de overheid de nodige inspanningen leveren kunnen we zeker de nodige stappen zetten naar een cultuur sensitieve zorg. Dat zou uiteraard ook de algemene kwaliteit van onze zorg ten goede komen.” 

Geef een reactie