Typ om te zoeken

Geen onderdeel van een categorie

Urinaire katheters en urinestenen: DJ stent en nefrostomiekatheter

Delen

Door Cel Vandewinkel

 
Dikwijls worden er verschillende urinaire katheters gebruikt bij de behandeling van urinestenen.  Het is dus zeker zinvol van wat dieper in te gaan op katheters die ervoor zorgen dat de urine kan aflopen. We spreken hier niet over transurethrale katheters maar wel over DJ stent en nefrostomiekatheter. De DJ stent is de 1e keuze om obstructie van de bovenste urinewegen te verhelpen en is minder invasief en heeft minder risico’s op bloeding dan de percutane nefrostomie. Enkel als de stent niet endoscopisch kan geplaatst worden of als de patiënt verder een percutane behandeling nodig heeft van zijn stenen wordt er eerst een percutane nefrostomie geplaatst. De 1e DJ stent werd geplaatst in 1967.
 

De indicatie van nefrostomiekatheter en inwendige ureterale stents

Het garanderen van de vrije afloop van urine van de nier naar de blaas en het voorkomen van lekkage of obstructie van de urineafloop uit de nier naar de blaas. Dit kan gebeuren na ureter chirurgie en om ureterobstructie te behandelen. De voornaamste redenen zijn:
 

    1. Als hulpmiddel voor ESWL, PCNL, ureteroscopie, endopyelotomie, open of laparascopische ureter chirurgie, ureter trauma en nier transplantatie. Bij zwangerschap met hydronefrose.
    2. Als behandeling van ureterobstructie door stenen, stricturen, oedeem (bv. na ureteroscopie), fistels, gezwellen, tuberculose, retroperitoneale fibrose tumors, hydronefrose en conservatieve behandeling van genito-urinaire fistels. Ureterale stents kunnen profylactisch voor de ESWL geplaatst worden als de patiënt grote stenen heeft van > 1,5 cm om ureterale obstructie te voorkomen, volgend op een moeilijke ureteroscopie als gevolg van ureterale inflatie en oedeem.

 
Mogelijke complicaties bij DJ stentVroege complicaties: irritatieve plasproblemen (waarbij ook frequency: 50-60%), haematurie, urgency (58%), dysurie (40%), vesico-ureterale reflux met flankpijn (19-32%) bij plassen, koorts en zelfs bacteriurie, urosepsis en pyelonefritis.
 
Voor de koliekpijnen kan er een spasmolyticum voorgeschreven worden. De patiënt moet weten dat hij geen hevige sporten of werken mag doen en dat de stent verwijderd wordt als de obstructie verdwenen is. De stentpijn wordt veroorzaakt door de stent zelf die een vreemd voorwerp is in de urinaire tractus en dus irritatie en discomfort kan geven.  De stentpijn komt meer voor als er een lang intravesicaal stent deel is, bij migratie van de stent (4% van de stents), encrustratie, infectie van de stent en ook meer bij harde stents dan bij zachte en dit kan de levenskwaliteit fel beïnvloeden. De medicamenteuze behandeling voor de ongemakken van de stent is het toedienen of innemen van NSAID en  Alpha-blockers. Er bestaat een “Ureteral Stent Symptom Questionaire” (USSQ): een meetschaal om de ongemakken te meten in 5 categorieën nl. plasproblemen, pijn, werkbekwaamheid, seksualiteit en algemeen gezondheidsgevoel. Tachtig procent van de patiënten met stent klagen over negatieve QOL en moeilijkheden om te werken.
 
Late complicaties: hydronefrose, migratie van stent zoals uitzakken uit de nier en afknikken, hoger risico op encrustratie, afbreken van stent en steenvorming als stent al 3 maand ter plaatse is.
Eén derde van de patiënten doet late complicaties. Een afgebroken stent kan veilig verwijderd worden via ureteroscopie. Een stentfragment in de nier kan best verwijderd worden met percutane nephrolitotomie. Stenen rond de stent in de nier kunnen veilig verwijderd  worden met lithotripsie en als dat niet lukt met open chirurgie. Bij ernstige urosepsis moet de stent verwijderd worden en zo nodig vervangen worden door percutane nefrostomie.
 
 

Complicaties van nefrostomiekatheter

Bloeding bij het plaatsen (microscopische haematurie), pijn, sepsis (1,3%) en kwetsen van ander orgaan. Massieve bloeding met transfusie, chirurgie of embolisatie (<1%), pneumothorax (<1%), extravasatie van urine (<2%).
 
 

Nephrostomie katheter en chemolyse van stenen:

Percutane chemolyse van nierstenen wordt niet als een normale behandeling beschouwd. Toch is het een goede en weinig invasieve behandeling voor bepaalde patiënten met urinezuur, struvite, brushite, cystine, carbon apetite stenen. Veiligheidshalve moet er dan ofwel een 2e nefrostomiekatheter ofwel een verblijfskatheter geplaatst worden om overdruk in de nier te voorkomen.
 
 

Verpleegkundige aandachtspunten bij nefrostomiekatheter

KathetersAfloop is belemmerd: dit uit zich door pijn in de nierstreek omdat de nier gestuwd is en omdat er geen urine meer afloopt. Dit kan komen door het afknikken van de katheter of leiding, een volle urinezak, klontertjes in de leiding (vooral de eerste dagen). Bij verstopte katheter gaan we proberen deze terug doorgankelijk te krijgen. Er zijn 2 soorten katheters die nog gebruikt worden. “Katheter 1” is niet patiënt- of verpleging-vriendelijk omdat er geen 3-wegkraantje is op aangesloten en omdat er met hulpstukken en heel wat knutselwerk een goede afloop moet verzekerd worden. Dit ziet u in de 5 afbeeldingen hieronder.
 
Als de katheter moet gespoeld worden, is een ingewikkelde constructie nodig waardoor er op een primitieve manier gespoeld wordt. Er is ook een risico op infectie omdat er moet gedeconnecteerd worden en verschillende ingewikkelde handelingen moeten uitgevoerd worden zoals u ziet op foto “Katheter1” en “Katheter 2”. “Katheter 3″ heeft een kraantje aan het uiteinde waar een tussenstuk met 3-wegkraantje wordt op geplaatst in OK zelf. Hier kan op een veilige en verpleging-vriendelijke wijze de katheter gespoeld worden. Om te spoelen gebruiken we een spuitje van 2 à 5 cc met steriel of fysiologisch water. We zuigen eerst zachtjes aan en als er urine komt laten we het aflopen en dan is het terug in orde. Loopt het niet af dan spuiten we 2 à 5 cc in de katheter met gedoseerde kracht (niet bruusk) en laten het terug aflopen. Is het niet in orde dan moet de arts verwittigd worden.
 
urinaire katheters
 
 
Het is de taak van de arts of verpleegkundige om de patiënt uitleg te geven over het doel van de stent of katheter en over de mogelijke problemen: welke problemen zijn normaal (haematurie, dysurie, frequent plassen, pijn in nierstreek bij plassen) en bij welke problemen moet de patiënt de behandelende arts raadplegen? Extra aandacht moet gaan naar mogelijke infecties. Ook moet er goed gemotiveerd worden waarom de patiënt zeker op de afgesproken raadpleging moet komen. Een argument is dat bijvoorbeeld de stent of nefrostomie anders te lang of definitief blijft zitten. Een stent of nefrostomie die geplaatst is na ureteroscopie of SWL voor Verblijfskatheterureter stenen moet zo mogelijk zeker verwijderd worden binnen 2 à 3 weken. Na een moeilijke PCNL of ESWL waar het risico bestaat van een ernstige steenstraat kan de stent tot 2 à 3 maand ter plaatse blijven. Patiënten met chronisch nierlijden ten gevolge van obstructieve uropathie of maligne ureter obstructie hebben de rest van hun leven een stent of katheter nodig. Een langdurige stent of katheter wordt gewisseld in functie van de patiënt zoals bij de verblijfskatheter. Bij de ene patiënt kan de katheter of stent verstopt zijn na 6 weken, bij de andere is er helemaal geen encrustratie na 12 maanden. De katheter of stent wordt normaal ambulant op de consultatie verwijderd na de urethra verdoofd te hebben. De wissel gebeurt voor de stent onder narcose en voor de nefrostomie normaal onder lokale verdoving. Let wel op bij het verwijderen van een nefrostomiekatheter. Dit kan wat weerstand geven in het begin omdat de krul van de katheter, die in de nier zit, eerst moet recht getrokken worden eer de katheter kan verwijderd worden.
 
 
 

Stent of katheter encrustatie

DJ StentPolyurethane stents of katheters zijn gevoeliger voor encrustatie. Biofilm blijft de grote oorzaak van deze encrustratie. Er zijn ook antibioticum geïmpregneerde zilver- of koper-coated stents die beloven dat er minder encrustratie en infecties zijn, maar net als bij verblijfskatheters is dit voorlopig effectief voor korte duur. Hydrogel stents bieden het voordeel van het vlotter plaatsen en ook meer comfort voor de patiënt net als bij verblijfskatheters maar ze zijn ook duurder.
 
 

Conclusies

Urethrale stents of nefrostomie katheters zijn een goed aanvaarde drainage van de bovenste urinewegen. Het gebruik ervan geeft ook problemen voor de patiënt. Stent plaatsen veroorzaakt redelijke problemen in de vorm van irritatieve lagere urineweg symptomen. Onnodige en verlengd gebruik van stents of katheters moet vermeden worden. Een stent plaatsen na ongecompliceerde ureteroscopie is niet nodig. Een juist klinisch oordeel is nodig tijdens de ingreep om te zien of een stent echt nodig is. Een goede follow-up en geregelde periodische monitoring is aangewezen bij de patiënten en zeker bij risicopatiënten. Aangepaste prophylaxie en veilige richtlijnen en voorzorgsmaatregelen moeten gevolgd worden bij chronische katheters of stents.
 
 
urobel logo
 
 
Referenties
DYER, R. Percutaneous Nephrostomy with Extensions of the Technique: Step by Step, RadioGraphics, 22, May 2002, 503-1.
MIYAOKA, R., MONGA, M. Ureteral stent discomfort: etiology and management, Indian J. Urol., 2009, Oct.-dec. 25, 4, p 455-460.
NAKADA, S. Wolters-Kluwer Health Clinical Solutions, 4 Oct 2012.
NASER, A. Is ureteral stenting after ureteroscopy really necessary? Journal of the royal medical services, Vol. 18, N° 1, March 2011 (Jordanië)
REGALADO, S.P. Emergency percutaneous nephrostomy, Semin. intervent. Radiol., 6-2006.
REGALADO, S.P., THUONG, G. Emergency percutaneous nephrostomie, Semin. Intervent. Radiol., 2006 September, 23(3), p 287–294.
SINGH, I. Indwelling JJ ureteral stents -A  Current Perspective and Review of Literature, Indian J. Surg., 2003, 65, p 405-412. (Review Article)
TURK, C. Guidelines on Urolithiasis, European Association of Urology, update 02/2012.
 
 

Tags:

Geef een reactie