Typ om te zoeken

In the spotlight Ziekenhuizen

UZ Brussel gebruikt voor het eerst robotchirurgie voor behandeling syndroom van Dunbar

Delen

In het Centrum voor Hart- en Vaatziekten van het UZ Brussel onderging een patiënt met het syndroom van Dunbar voor het eerst een operatieve ingreep via robotchirurgie. Een robotgeassisteerde ingreep is voor de patiënt minder invasief, waardoor die minder pijn heeft, sneller herstelt en 3 tot 4 dagen minder lang in het ziekenhuis verblijft. Daarenboven kunnen de chirurgen veel nauwkeuriger werken ten opzichte van een klassieke open operatie. Deze nieuwe aanpak is een stap vooruit in de behandeling van het syndroom van Dunbar en een uitbreiding van de expertise van robotgeassisteerde ingrepen in het UZ Brussel.

 

Uitbreiding expertise met robotchirurgie

Prof. Erik Debing, diensthoofd Vaatheelkunde en clusterhoofd van het Centrum voor Hart- en Vaatziekten in het UZ Brussel

Heelkundige ingrepen met behulp van een robot worden in het UZ Brussel al langer toegepast op de diensten Gynaecologie, Urologie, Abdominale Heelkunde, Thoraxheelkunde en Plastische Heelkunde. Door deze nieuwe toepassing voor patiënten van het Centrum voor Hart- en Vaatziekten, breidt het UZ Brussel zijn expertise op het vlak van robotgeassisteerde chirurgie verder uit.

“Robotchirurgie voor de behandeling van het syndroom van Dunbar heeft heel wat voordelen ten opzichte van een klassieke open operatie of laparoscopische technieken. De chirurg die achter een console zit en via de camera een driedimensionaal zicht krijgt op het operatiegebied heeft via de robot een betere zichtbaarheid en kan daardoor nauwkeuriger werken. Met deze minder invasieve aanpak zorgen we voor een nieuwe mijlpaal voor de behandeling van het syndroom van Dunbar. Daardoor herstelt de patiënt sneller en kan hij al na 1 à 2 dagen naar huis kan, tegenover pas na 5 à 7 dagen bij open chirurgie,” licht prof. Erik Debing, diensthoofd Vaatheelkunde en clusterhoofd van het Centrum voor Hart- en Vaatziekten in het UZ Brussel toe, die deze eerste ingreep samen met dr. Martijn Schoneveld en prof. Christian Simoens van de dienst Abdominale Heelkunde uitvoerde.

Syndroom van Dunbar definitief oplossen

Sneller herstel en korter ziekenhuisverblijf dankzij robotgeassisteerde ingreep voor de behandeling van het syndroom van Dunbar

Het syndroom van Dunbar (ook bekend onder de Engelstalige benaming median arcuate ligament syndrome of MALS) is een zeldzame aangeboren aandoening die 4 keer meer voorkomt bij vrouwen dan bij mannen. De diagnose is omstreden en wordt vaak pas gesteld nadat vele andere aandoeningen aan onder meer de darmen, maag en galblaas zijn uitgesloten.

De patiënt kampt met ernstige buikpijn veroorzaakt door het samendrukken van de ingewandsslagaders (truncus coeliacus) door de middelste boogvormige band, een stuk weefsel dat om de aorta heen buigt en het middenrif met de ruggengraat verbindt. De onophoudelijke buikpijn, door het samenknijpen van de zenuwen, kan tijdens en na het eten nog erger worden. Overige symptomen die hierdoor kunnen ontstaan zijn misselijkheid, overgeven, diarree, vermoeidheid, een intolerantie voor lichamelijke inspanning en uiteindelijk zelfs ernstige vermagering en ondervoeding.

De enige manier om de symptomen van het syndroom van Dunbar definitief op te lossen is een operatieve ingreep om de druk of compressie op de ingewandsslagaders weg te nemen. De banden die drukken op de ingewandsslagaders worden daarvoor losgemaakt en doorgeknipt om het bloed weer voldoende naar de ingewanden te laten stromen. Na de operatie verdwijnen de klachten van de patiënten dan ook zeer snel.

Geef een reactie