Typ om te zoeken

Finance HR ICT In the spotlight Ziekenhuizen

UZ Brussel investeert in neurowetenschappelijk onderzoek

Delen

De dienst neurologie van UZ Brussel speelt een voortrekkersrol in klinisch neurowetenschappelijk onderzoek naar hersenziektes zoals beroertes, MS en dementie. Het academische kenniscentrum combineert een doordachte patiëntenzorg met innovatieve onderzoekslijnen die concrete resultaten boeken. De dienst staat sinds zes maanden onder leiding van professor Sebastiaan Engelborghs.  

Dr. Sebastiaan Engelborghs, UZ Brussel

In 2004 richtte Engelborghs het Referentiecentrum voor Biologische Markers van Dementie (BIODEM) op aan UAntwerpen. Zijn labo valideerde als eerste biomarkers in het hersenvocht van patiënten met een diagnose van de ziekte van Alzheimer en aanverwante hersenaandoeningen. Die biomarkers worden nu in de dagelijkse praktijk gebruikt zodat patiënten met alzheimer een snellere en accuratere diagnose krijgen. Hij coördineerde ook de geheugenkliniek van Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA), om een half jaar geleden over te stappen naar VUB en UZ Brussel. Hier is hij hoogleraar neurologie en neurowetenschappen, en ook diensthoofd neurologie. “Stilaan begin ik mijn weg te vinden in deze dienst die bevolkt wordt door een uitgebreide staf uitstekende neurologen. Allemaal experten in algemene neurologie, maar ook in deelgebieden zoals neuromusculaire ziekten, Parkinson, epilepsie of hoofdpijn”, schetst Sebastiaan Engelborghs.  

Geheugenkliniek
De dienst definieerde drie overkoepelende onderzoeksgebieden: beroertes, Multiple Sclerose (MS) en hersenziekten die dementie veroorzaken. Het onderzoek naar dementie bestaat uit heel wat lopende projecten. “Samen met de diensten geriatrie en psychiatrie wordt binnenkort een multidisciplinaire geheugenkliniek opgericht. De kiem van die geheugenkliniek bestaat reeds, en is door het RIZIV erkend als één van de twaalf geheugenklinieken in ons land waar patiënten met beginnende dementie extra begeleiding krijgen in de vorm van psycho-educatie en cognitieve revalidatie”, vertelt Engelborghs. “Door die drie diensten te bundelen kunnen we dementie op een complementaire manier benaderen. Daar zijn we eigenlijk al volop mee bezig. Zo hebben we onlangs een nieuwe onderzoekslijn opgestart die de link tussen dementie en depressie onderzoekt. In de praktijk stellen we ons immers vaak de vraag of depressie een risicofactor is voor dementie, dan wel een eerste symptoom van een zich instellende ziekte van Alzheimer. We weten dat er een verband is tussen depressie en dementie, maar de exacte link hopen we uit te klaren met dit onderzoek.” 

Medicijn ziekte van Alzheimer
Ook tussen epilepsie en alzheimer loop momenteel een onderzoekslijn. “We vermoeden dat heel wat patiënten met alzheimer epileptische ontladingen in het brein hebben die hen sneller doen achteruit gaan. We zullen patiënten bestuderen, maar ook anti-epileptica toedienen aan proefdiermodellen om te zien of we hun ziekteprogressie kunnen beïnvloeden.”
Dementie lijkt een ongrijpbare ziekte, maar Engelborghs heeft alle vertrouwen in het niet-aflatende onderzoek van zijn team en zijn internationale collega’s. Over een recente primeur is hij meer dan voorzichtig positief. “De kans bestaat dat in 2020 het eerste medicijn in de VS ter beschikking komt dat eiwitneerslagen in het brein aanpakt en de ziekte van Alzheimer effectief afremt. Het medicijn heet aducanumab en werd ontwikkeld door het farmaceutische bedrijf Biogen. Na een eerste studie werd het medicijn afgevoerd omdat het niet voldoende resultaat boekte, maar een heranalyse van die dataset toonde aan dat de individuen die de hoogste dosis ontvingen tot wel 23% verbetering vertoonden. Een belangrijke primeur dus.” 

Stroke unit
Naast dementie krijgt ook onderzoek naar beroertes een primaire plaats in de dagelijkse werking van de afdeling neurologie. Zowel de diensten spoedgevallen, intensieve zorgen, radiologie, vaatheelkunde, neurochirurgie, cardiologie en revalidatie ondersteunen de werking van een  multidisciplinaire stroke unit. “Ons centrum profileert zich als de locoregionale spil voor beroertezorg, met inbegrip van trombolyse (medicatietoediening die een bloedklonter in de hersenen kan oplossen) en trombectomie (mechanische verwijdering van een bloedklonter die een beroerte veroorzaakt)”, verduidelijkt Engelborghs. Een hechte samenwerking tussen de verschillende diensten blijkt een belangrijke factor. “Time is brain, wordt weleens gezegd. Daarom voeren we een eerste neurologisch onderzoek uit zodra de patiënt de spoed wordt binnengerold en we hem naar de scan brengen. Na de scan kunnen we onmiddellijk een middel toedienen dat de bloedklonter oplost. Indien nodig schakelen we meteen over naar onze interventionele radioloog die de bloedklonter mechanisch verwijdert. Want hoe sneller een patiënt de juiste behandeling krijgt, hoe groter de kans dat hij er niets aan overhoudt. Om onze stroke unit zo optimaal mogelijk te laten draaien, evalueren we maandelijks de acute behandeling van onze beroertepatiënten en bekijken we onder meer hoeveel tijd er zit tussen een eerste aanmelding op de spoed en behandeling.”
Voorts focust het beroerteteam zich op klinische studies met als doel voorspellende factoren en onderliggende mechanismen van complicaties na een beroerte te identificeren. Voorbeelden hiervan zijn infecties, hoge bloeddruk en acute verwardheid. Ook het effect van stress op de kans een beroerte te krijgen wordt momenteel volop onderzocht. Voor deze onderzoekslijnen wordt er een beroep gedaan op structurele samenwerkingen met onderzoeksgroepen in binnen- en buitenland. Het uiteindelijke doel is om de kans op verwikkelingen na beroerte te vermijden zodat ook de uitkomst na een beroerte verbetert. 

Link tussen MS en darmflora
Derde belangrijke pijler is het onderzoek naar Multiple Sclerose (MS). UZ Brussel bouwde een structurele samenwerking uit met het Nationaal MS Center in Melsbroek. “We wisselen stafleden en assistenten uit, en participeren samen in wetenschappelijk onderzoek en klinische studies. We bouwen bovendien verder op een rijke traditie naar onderzoek rond cognitieve achteruitgang en risicofactoren. Er gaat daarbij extra aandacht naar de ervaring van cognitieve moeilijkheden door de patiënten zelf. ” Samen met het Nationaal MS Centrum en KU Leuven loopt er momenteel ook een groot onderzoeksproject naar de rol van de darmflora tijdens het moeilijk begrepen verloop van MS. “Er zijn serieuze aanwijzingen dat veranderingen in de darmflora ontstekingen in de hersenen kunnen uitlokken. Dat blijkt alleszins uit onderzoek met diermodellen. De darmflora lijkt deel uit te maken van een complex  communicatienetwerk tussen het immuunsysteem en de hersenen. Door de darmflora opnieuw in balans te krijgen, zouden we het risico op een agressief verloop van de ziekte kunnen verminderen. Tot slot lopen er nog plannen om de patiëntenzorg zelf te faciliteren door middel van het gebruik van telegeneeskunde, waarbij de artsen de patiënt in de thuisomgeving kunnen monitoren. 

Nieuwe behandelmethodes
Daarnaast verricht de afdeling ook baanbrekend onderzoek in andere deeldomeinen van neurologiezoals Parkinson en hoofdpijn. “We zijn continu bezig met nieuwe studies en behandelmethodes. Dat doen we aan de hand van nieuwe medicatie, maar ook met behulp van nieuwe technieken zoals diepe hersenstimulatie. Verder participeren we in tal van projecten rond artificiële intelligentie door een structurele samenwerking met de ingenieurswetenschappen van de VUB, alsook van de universiteit van Oxford.” Engelborghs en zijn team werken dagelijks met vrijwilligers voor wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe en betere diagnosetechnieken of nieuwe behandelmethoden. Die vrijwilligers kunnen patiënten zijn, maar ook gezonde mensen zijn belangrijk voor het wetenschappelijke onderzoek. “We lichten elke vrijwilliger zo goed mogelijk in en als het nodig is, stellen we hun verwachtingen bij. Veel patiënten beginnen al te optimistisch aan zo’n onderzoekstudie en gaan ervan uit dat ze sowieso beter zullen worden door de toepassing van een nieuwe behandelmethode. Maar die garantie kunnen wij allerminst geven, jammer genoeg. Het is wel zo dat we neurologische aandoeningen in de toekomst alleen maar beter kunnen gaan behandelen als we investeren in wetenschappelijk onderzoek, wat een kerntaak is van onze universitaire dienst neurologie, en het Center for Neurosciences van de VUB waarvan we deel uitmaken”, besluit Engelborghs. 

Geef een reactie