Typ om te zoeken

Facility

Videoconferencing in ziekenhuizen: Dé toekomst voor kort overleg en zoveel meer

Delen

Samenwerking staat meer dan ooit centraal in de ziekenhuiswereld. Om er echt de vruchten van te plukken, is veel overleg nodig. En precies daar wringt het schoentje: specialisten en verpleegkundigen komen sowieso al tijd tekort. Wanneer ze zich dan ook nog eens geregeld voor externe meetings moeten verplaatsen, is het hek van de dam. ‘Vooral de korte overlegmomenten zijn een probleem,’ vertelt Peter Coppen, hoofd medisch-technische dienst van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst. ‘Een kwartier extern vergaderen kost veelal een paar uur in transporttijd. Zijn er meerdere partijen betrokken, dan kom je al snel op één à twee werkdagen die in het verkeer verloren gaan. In deze tijd is dat gewoonweg economisch niet meer verantwoord. Voor dergelijk overleg is videoconferencing een kostenefficiënt alternatief dat veel vaker gebruikt zou moeten worden.’

Gelijk waar inloggen

Videoconferencing lijkt inderdaad dé oplossing. De vraag is waarom ze nog maar in mondjesmaat wordt toegepast. Peter Coppen: ‘Wij gebruiken het sinds 2000 om opleidingen te geven. Ook vergaderen de ICT-diensten geregeld via dit medium. Tevens overwegen we om videoconferencing voor strategisch overleg tussen de ziekenhuizen in onze groep toe te passen. Maar voor echte medische toepassingen wordt het nog niet gebruikt. Dit heeft met de infrastructuur te maken: er is telkens een speciaal videoscherm nodig, de implementatie van de benodigde software is relatief complex en tijdsintensief, en de ‘betaalbare’ oplossingen laten over het algemeen enkel maar communicatie tussen twee fysieke punten toe. Om videoconferencing volledig te laten doorbreken, zijn oplossingen nodig waarbij via een gewone portable met webcam gelijk waar kan worden ingelogd en waarbij heel gemakkelijk info uit de betreffende medische toepassing kan worden getoond. Deze zijn nu steeds meer beschikbaar, wat er zonder twijfel in zal resulteren dat videoconferencing in een stroomversnelling zal terechtkomen.’

Twee onafhankelijke oplossingen

Ook het Sint-Trudoziekenhuis in Sint-Truiden kampt met barrières. Manager ICT, Daniel Loos: ‘Wij werken sinds vorig jaar met het klinisch werkstation KWS, dat door het UZ Leuven werd ontwikkeld. Dit bevat onder meer een videoconferencingsysteem, dat voornamelijk is bestemd om de ICT-diensten bij de implementatie van KWS te ondersteunen. In theorie kan de functionaliteit natuurlijk voor allerhande toepassingen worden gebruikt, zoals overleg tussen de artsen en verpleegkundigen, opleidingen of het delen van informatie. Maar
dan moeten alle betrokken ziekenhuizen over een systeem beschikken dat op de gemeenschappelijke videoconferencing-infrastructuur kan worden aangesloten. Deze wordt centraal vanuit Leuven aangestuurd, waardoor elke aanvraag voor een meeting via een videobridge loopt – een extra belasting voor de mensen in
Leuven. Vandaar dat we nu aan het kijken zijn om Skype for Business te implementeren, in eerste instantie voor videoconferencing tussen specialisten en huisartsen. Daarnaast werkt Leuven aan een uitbreiding van de functionaliteit, zodat ziekenhuizen zelf videoconferencingsessies kunnen inplannen en organiseren. Beide oplossingen zullen er zonder twijfel voor zorgen dat artsen en zorgverstrekkers deze communicatievorm meer gaan gebruiken, en dan vooral voor overleg tussen de verschillende ziekenhuizen van de groep.’

Ook voor intern overleg

Volgens Olivier Naeyaert, diensthoofd ICT van UZ Brussel, belemmerde vooral het gebrek aan mogelijkheden om informatie te delen de grote doorbraak van videoconferencing. ‘Twee jaar geleden hebben we een proof of concept met Lync-technologie van Microsoft (het huidige Skype for Business, red.) opgezet en zo zijn onder meer artsen videoconferencing voor overleg beginnen te gebruiken. Met de aanpassing van de volledige telefonie-infrastructuur vorig jaar hebben we deze toepassing verder uitgebreid, waardoor Lync nu door alle iedereen kan worden gebruikt. Deze applicatie bevat unified communication-mogelijkheden, waardoor videoconferencing gecombineerd kan worden met bijvoorbeeld het samenwerken aan een document. Hiermee hebben we een grote stap vooruitgezet. Want voor ‘digitaal’ overleg tussen artsen is er meer nodig dan enkel elkaar zien: het is belangrijk dat ze bijvoorbeeld samen naar röntgenfoto’s of een elektronisch medisch dossier kunnen kijken. Dat videoconferencing er zolang over heeft gedaan om in ziekenhuizen echt door te breken, was volgens mij precies door het ontbreken van dergelijke functionaliteit.’
‘Daarnaast was het lange tijd maar mogelijk om punt-tot-puntverbindingen te maken,’ gaat Naeyaert verder, ‘terwijl met een shared platform zoals Lync verschillende deelnemers mogelijk zijn, ongeacht hun locatie. Hierdoor zijn de toepassingsmogelijkheden legio. Bij ons wordt Lync intussen gebruikt voor overleg en meetings tussen artsen en verpleegkundigen, en dit zelfs in toenemende mate ook voor interne vergaderingen. Want ons ziekenhuis is relatief groot: je bent al snel meer dan een kwartier kwijt als je van de ene vleugel naar de andere moet geraken. Daarnaast wordt videoconferencing gebruikt voor multidisciplinaire oncologische consults, waarbij geneesheren van verschillende sites, en vaak ook de huisarts, met elkaar overleggen. In het kader van onder meer fertiliteitsbehandelingen kunnen opvolggesprekken tussen arts en buitenlandse patiënten op deze manier verlopen. En daarnaast is het voor alle diensten natuurlijk een handig medium om meetings te beleggen. Opleidingen gebeuren nog niet via dit kanaal, maar dat zal op termijn wellicht ook kunnen.’
 

Kinderschoenen ontgroeid

Momenteel wordt videoconferencing in Belgische ziekenhuizen voornamelijk voor overleg en samenwerking gebruikt. Maar er zijn nog veel meer toepassingsmogelijkheden. Denk maar aan het delen van operatiebeelden, het volgen van symposia of opleidingen in het buitenland, begeleiding van patiënten die thuis zijn, doorsturen van live operatiebeelden naar medische congressen… Het grote voordeel ten opzichte van telefoongesprekken is dat de gesprekspartners elkaar kunnen zien. En dat is belangrijk: onderzoek heeft uitgewezen dat een gesprek voor 7 procent door de inhoud, 38 procent door de stemintonatie en 55 procent door de lichaamstaal wordt bepaald. Bovendien wordt de aandacht van de gesprekspartners beter bij het gesprek gehouden, want ze kunnen niet ongezien even hun mails checken of een rapport doorbladeren. Met andere woorden: om goed te communiceren, is het noodzakelijk dat je elkaar visueel ziet. Olivier Naeyaert: ‘Maar ook dat is lang een struikelblok geweest voor videoconferencing. Tot enkele jaren geleden was de beschikbare bandbreedte beperkter, waardoor de beelden bleven hangen of onvoldoende goed doorkwamen. Technologisch heeft videoconferencing lang in de kinderschoenen gestaan. Maar vandaag is ze die ontgroeid en is het een medium geworden dat zonder twijfel een grote toekomst heeft.’
 

Relatief snel terugverdiend

Ook qua kostprijs blijkt de investering nu meer een haalbare kaart te zijn, hoewel nog gesproken wordt over bedragen van 20.000 euro – exclusief de kosten van de implementatie, die vrij complex is en dus lang duurt. Peter Coppen: ‘Het is redelijk moeilijk om een terugverdientijd te berekenen. Want dan zou je elk uitgespaard uur aan verplaatsingen in kaart moeten brengen. Ook hangt alles van het gebruik af. Als er veel partijen een beroep op videoconferencing doen, zal de investering wellicht binnen een paar jaar zijn terugverdiend. Wordt ze gebruikt als alternatief voor internationale verplaatsingen, dan is het misschien al na een jaar een pure opbrengstpost.’ Olivier Naeyaert vult aan: ‘Momenteel wordt de terugverdientijd nog wat ‘gerekt’ omdat mensen niet gewoon zijn om via videoconferencing te vergaderen. De implementatie van zo’n oplossing vereist een ware mentaliteitswijziging op vele niveaus, en dat vereist begeleiding van alle medewerkers.’

Tags:

Je houdt waarschijnlijk ook van

Geef een reactie