Typ om te zoeken

ICT Woonzorgcentra

Waarom technologie slechts stapvoets zijn intrede doet in het woonzorgcentrum

Delen

Technologie maakt opmars binnen zorgcentra, maar de charge is slechts mondjesmaat. Er worden heel wat toepassingen bedacht, maar die vallen vaak stil in het proefstadium. Alleen op gebied van digitalisering van de patiëntengegevens worden er al iets rassere schreden gezet.

Laat Vanrenterghem (Marketing- en communicatieverantwoordelijke bij Living Tomorrow)

Projecten met nieuwe technologie die in een woonzorgcentrum wordt uitgetest waren er de afgelopen jaren te over. Heel wat daarvan hebben ook quasi onmiddellijk hun nut bewezen. Zie bijvoorbeeld de technologie die in de Carehome of the Future werd uitgetest, een drie jaar durend project van innovatiehuis Living Tomorrow en een zestigtal bedrijven, waarbij een aantal zorgtechnologieën werden ingezet bij tweehonderd woonzorgcentrum- en serviceflatbewoners. “Het project is al sinds eind 2017 afgelopen, maar er zijn innovaties die ondertussen al hun weg vonden naar andere woonzorgcentra”, zegt Kaat Vanrenterghem, marketing- en communicatieverantwoordelijke bij Living Tomorrow. “De ideeën van de apotheek van de toekomst werden bijvoorbeeld bij een aantal woonzorgcentra overgenomen, en ook het concept van de Leap Motion, een handgebaarherkenningstechnologie voor computergebruik, vond zijn weg naar andere zorgvloeren.”

Maar snel gaat het allemaal niet. In zijn Conceptnota Residentiële Ouderenzorg stipt Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) aan dat er binnen woonzorgcentra “nog schroom bestaat om te experimenteren met de toepassing van nieuwe technologieën.”

Veel experimenteren

En waar er wel al stappen werden genomen, zijn die vaak nog erg pril. Het woonzorgcentrum Edouard Remy uit Leuven kondigde vorig jaar bijvoorbeeld aan dat het vijf nieuwe zorgtechnologieën zou gaan uitproberen, ontwikkeld en ingezet door ingenieurs van de Leuvense universiteit. Er werd bijvoorbeeld een mobiel platform voor tablets ontwikkeld, GRaCE-AGE, waarmee bewoners dagelijks zelf hun fysieke en geestelijke toestand konden monitoren. Onder het Discrete-project werd er een monitoringtool in de kamer geplaatst voor de ondersteuning van bewoners die aan incontinentie leden. Onder Dish werd er aan slimme toestellen voor voedselinname gewerkt, onder meer door middel van bewegingssensoren in eetgerei of slimme borden die, eveneens met ingebouwde gewichtssensoren, het calorieverbruik kunnen opmeten.

Met een gemodificeerde Wii Balance Board van de Japanse spellenmaker Nintendo werd er een systeem ontwikkeld dat het valrisico van een bewoner kan bepalen door hem gedurende veertig seconden te laten plaatsnemen op de slimme weegschaal in kwestie. En dan was er natuurlijk de Zora-zorgrobot, die wordt ingezet voor activiteiten als zitturnen of quizzen.

Veelbelovende technologieën allemaal. Maar geen daarvan is vandaag, iets meer dan een jaar na de start van het project, nog in gebruik, zegt directeur Peter Bernaers van woonzorgcentrum Edouard Remy. “Het waren proefopstellingen. De proeven zijn afgelopen. In hun huidige vorm waren de technologieën nog niet klaar om permanent te worden ingezet.”

Wijze lessen

Al die proefprojecten zijn een leerproces geweest voor de deelnemende bedrijven, onderzoeksinstellingen en woonzorgcentra. Uit een visiedebat tijdens het Carehome of the Future-project bleek onder meer dat de technologie niet te intrusief mocht zijn voor de bewoners, en bij voorkeur wordt geïntegreerd in het gebouw. Zoals de slimme douche van het Carehome of the Future, mee ontwikkeld door sanitairfabrikant Coram, die door middel van hydromassage de spieren van de bewoners soepel maakte, reumapijnen beperkte en vochtdoorstroming stimuleerde. Het was maar één voorbeeld van iets waarover de meeste deelnemers aan het project het roerend eens waren: de technologie moet deel uitmaken van het gebouw. “Vandaag hamert iedereen binnen de woonzorgsector op comfort en veiligheid”, zei Peter De Baerts, ceo van zorg- en parkeertechnologiebedrijf Carefull, tijdens het visiedebat. “Technologie ondersteunt deze twee waarden. Denk maar aan een videofoon of aan de automatisatie van processen in een woonzorgkamer, zoals het automatisch doven van de lichten bij het buitengaan. Niet zozeer trendy technologie, zoals smartphones, tablets en smarttelevisies, maar wel verborgen technologie moet in een woonzorgcentrum worden geïmplementeerd.”

Gegevens uitwisselen

De reden waarom nieuwe technologie wat schoorvoetend naar de vloer van het woonzorgcentrum komt is niet erg ver te zoeken: budgettair hebben woonzorgcentra het niet makkelijk. Minister Vandeurzen trok begin dit jaar twee miljoen euro uit voor het stimuleren van de digitalisering in woonzorgcentra, maar dat geld – 2.400 euro per centrum – gaat volledig naar iets wat volgens de minister een veel prangender belang heeft: het digitaliseren van de administratie, zodat gegevens kunnen worden uitgewisseld met andere actoren in de zorg. Dat levert een tijdswinst op en verlaagt de lasten, klinkt het op het kabinet, verlaagt de lasten, en bevordert op die manier de kwaliteit van zorg en leven van bewoners.

“Bewoners van een woonzorgcentrum worden omringd door vele zorgverleners van verschillende disciplines, zoals het personeel van het woonzorgcentrum zelf, maar ook de huisarts, de apotheker, specialisten en verpleegkundigen van het ziekenhuis waar de bewoner soms naartoe moet”, zegt Vandeurzen. “Om de beste zorg te kunnen bieden, moeten deze zorgverleners met elkaar kunnen delen wat ze weten over de gezondheids- en welzijnstoestand van de bewoner. De voorbije jaren is er geïnvesteerd in toepassingen en processen die dit mogelijk maken.”


Britse universiteit test robotische huisdieren

Onderzoekers aan de universiteit van het Britse Exeter creëerden ‘robopets’, of robotische pluizige huisdieren, voor gebruik in woonzorgcentra. Er werden zo negentien verschillende studies gedaan in woonzorgcentra in Groot-Brittannië, met in totaal negenhonderd bewoners bij wie de robo-hondjes, -katten en andere huisdieren werden uitgetest. Qua resultaat viel onder meer op dat de robopets de sociale interactie met andere bewoners, familieleden en medewerkers van de woonzorgcentra stimuleerden. “Niet iedere bewoner had er zin in om te interageren met de robopets”, zei Dr. Rebecca Abbott, de auteur van het rapport dat na de studie werd opgesteld. “Maar bij diegenen die deelnamen, kwamen er heel wat voordelen naar boven. Sommige daarvan draaiden rond het stimuleren van gesprekken, of het triggeren van herinneringen aan hun eigen huisdieren of vroegere ervaringen. Ook was er het comfort van het aanraken van de robopets en het interageren ermee. Het plezier van iets te hebben waar ze zelf voor konden zorgen kwam als een sterk resultaat naar boven in de studie.”

Geef een reactie