Typ om te zoeken

Woonzorgcentra

WZC Sint-Bavo blikt tevreden terug op nieuwbouwproject

Delen

De kamers en de beleving ademen een echt thuisgevoel uit

Bekijk de foto’s op de Facebookpagina van Actual Care
Na meer dan vijf jaar was de nieuwbouw van WZC Sint-Bavo in Wilrijk een feit. Met een uitbreiding van 69 naar 120 bedden werd niet alleen gefocust op capaciteit, maar vooral ook op kwaliteit en beleving. De woonzorgsite werd aangevuld met een dagverzorgingscentrum, 37 assistentiewoningen en een ruime cafetaria voor bewoners, familie en buurtbewoners. De laatste twee jaar van dit mooie nieuwbouwproject werden intens beleefd en opgevolgd door Ida Verleyen, die in volle verbouwing aan de slag ging als woonzorgmanager van Sint-Bavo.
 
“Het project was inderdaad al goed op weg toen ik woonzorgmanager werd van Sint-Bavo”, begint Ida Verleyen haar verhaal. “Het concept werd in samenspraak met de architecten uitgetekend door de GZA-groep en de nieuwe filosofie werd snel duidelijk. Het vroegere, oude gebouw was een voormalig ziekenhuis met grote anonieme gangen en weinig huiselijkheid. Nu werd er uitgegaan van kleine leefgroepen waarin gezelligheid en contact tussen de bewoners onderling en met de verzorgers centraal staan. Dit heeft uiteraard een impact op de hele werking, maar het is voor ons een van de vele elementen die moeten bijdragen tot de warme huiselijke beleving van ons centrum.”
 
Het oude gebouw werd afgebroken op het moment dat het eerste deel van de nieuwbouw in gebruik kon worden genomen. Op die manier bleef de hinder voor de bewoners beperkt en kon verdergegaan worden met de verdere uitbouw van de site, die uiteindelijk in februari 2015 volledig opgeleverd werd. Het is ook sinds dan dat het concept van de leefgroepen volledig kon openbloeien. “De visie rond de leefgroepen en de huiselijke beleving die gecreërd moest worden, was al van in het begin duidelijk. Toch was het bijwonen van de wekelijkse werfvergaderingen met de architecten voor mij heel belangrijk. Zo kon er snel bijgestuurd en heel flexibel gewerkt worden. De samenwerking met architecten Wim Dens en Barent Bulcke (NEØS ArchitectenSamenwerking) verliep heel goed. Het was een goede combinatie: de ene architect hield zich vooral bezig met het technische aspect, terwijl de andere vooral op het estethische en het materiaal gericht was.”
 
De beide architecten zijn ook zelf heel tevreden met het resultaat: “We menen dat ook dit project de meerwaarde aantoont van de architectensamenwerking tussen onze twee bureaus: we benaderden vragen en problemen elk vanuit onze eigen ervaring en een eigen focus en waren in die zin perfect complementair. Het is fantastisch om samen met de opdrachtgever een nieuw concept te mogen uitdenken, waarbij bewoners in kleine leefgroepen leven met elk een eigen voor- en achterdeur, en dit na de jarenlange voorbereiding uitgevoerd te zien.”
 

De beleving van de bewoner primeert

Zeker aangezien WZC Sint-Bavo gespecialiseerd is in bewoners met dementie speelt herkenbaarheid een grote rol. Dat laat zich ook merken in de keuze van het materiaal. “We verkiezen bijvoorbeeld houten deuren boven stalen deuren om een huiselijke sfeer te bewaren. Houten deuren raken dan wel sneller beschadigd dan stalen deuren, het gezellige gevoel dat ze uitstralen is veel belangrijker.” Ook op andere vlakken doet Sint-Bavo een inspanning om de bewoners een thuisgevoel te geven. “De soep wordt bijvoorbeeld opgewarmd in de eetruimte zelf om net zoals thuis die aangename geur te kunnen waarnemen. Menu’s worden niet digitaal verspreid maar nog steeds op papier en persoonlijk besproken met de bewoners. Technologie en digitalisering omarmen we zeker, maar niet als het de afstand met de bewoners zou vergroten. We proberen altijd het evenwicht te vinden tussen de voordelen van nieuwe technieken en applicaties en wat het gevolg is voor de beleving en de band met de bewoners. Het menselijke aspect en herkenbaarheid vinden wij te belangrijk.”
 
Binnen de kleinere leefgroepen heb je beter contact met iedereen. Bewoners kunnen ook verhuizen van groep. Als iemand buiten een groep valt omdat zijn dementie erger wordt, is dat aan te raden. Op die manier voelt de bewoner zich niet minder dan de andere groepsleden, bloeit hij opnieuw open en blijft hij zich goed voelen. Door de kleinere groepjes kennen de verzorgers bovendien ook beter de mensen. “Door het personeel zoveel mogelijk te ondersteunen en werk uit hun handen te nemen, kunnen ze dichter bij de mensen staan. Zo houden we rekening met de bewoner als individu. Wie bijvoorbeeld nog perfect zelf zijn boterhammen kan smeren, mag dat ook zelf doen. Ook dit draagt weer bij tot dat thuisgevoel van de bewoners, dat herkenbare gevoel van vroeger.”
 
Ook wat animatie en andere activiteiten betreft kun je zo persoonlijker te werk gaan. “We gaan niet iedereen verplicht aan een zangactiviteit laten deelnemen of aan de bingotafel plaatsen als het merendeel liever iets anders doet. We proberen de activiteiten zoveel mogelijk te integreren in de dag zelf. Ook familieleden die op bezoek zijn kunnen zo deelnemen, hoewel er ook aparte ruimtes zijn waar de bezoekende familie met de bewoner kan praten en samen zijn. Ook andere activiteiten proberen we zo leuk mogelijk te maken. Het kapsalon, exclusief voor onze bewoners, bevindt zich bijvoorbeeld in een apart gebouw, waardoor de mensen het gevoel krijgen een uitstap te maken: jas aan, naar het salon wandelen en op je beurt wachten samen met andere mensen in het salon waar je een drankje aangeboden krijgt en de krant kan lezen. Het verschil in beleving met een kapper die op de kamer komt is enorm. Een woonzorgcentrum zal nooit 100% het thuisgevoel kunnen evenaren, maar we proberen dat gevoel van thuisleven met dergelijke details toch zoveel mogelijk in stand te houden.
 
 

Vrijwilligers ook hier belangrijk

“We komen geregeld samen met de verschillende huizen van de GZA-groep om te overleggen. De technische dienst of de hoteldienst zijn overkoepelende zaken die dan aan bod komen, maar de vrijwilligerswerking wordt huis per huis aangepakt.” Er wordt actief gezocht naar vrijwilligers door onder andere familieleden aan te spreken en andere mond-tot-mondreclame. Zeker familieleden komen graag een handje toesteken als vrijwilliger, weet Ida Verleyen: “Het gebeurt weleens dat familieleden die op bezoek komen een beetje ontgoocheld zijn omdat de bewoner niet erg veel meer zegt of weinig actief is. Dan is het leuk dat ze bijvoorbeeld eens komen helpen bij het maaltijdgebeuren. Zo voelen ze nog een connectie met hun vader of moeder, voelen ze zich nuttig en krijgen ze het gevoel nog steeds iets voor hen te kunnnen betekenen. Een tijdje terug gingen we naar Planckendael met de bewoners, en ook dan gingen familieleden mee. Onze cafetaria is zeven dagen op zeven open en in het weekend bakken vrijwilligers al eens pannenkoeken. Dat maakt het voor jong en oud aangenaam om eens langs te komen.”
 
Vrijwilligers spelen ook hier dus een belangrijke rol en zijn weleens moeilijk te vinden. “Werken met personen met dementie vereist een zekere feeling, discretie en empathie. Niet iedereen is geschikt voor een rol als vrijwilliger. We kijken daar kritisch op toe met de bedoeling de juiste, goede vrijwilligers aan te trekken. De vrijwilligers die hier zijn, blijven dan ook meestal jaren. Dat betekent dat zij het goed doen én het graag doen naar ieders tevredenheid.”
 
 

Nieuwe technieken welkom indien opportuun

Een nieuwbouw betekent natuurlijk ook de mogelijkheid om technologisch enkele stappen vooruit te zetten, hoewel dit niet de bovenhand mag krijgen op alles. “Er moet een gezond evenwicht zijn tussen menselijke handelingen en technologie,” verduidelijkt Ida Verleyen. “Achter de schermen maken we natuurlijk wel gebruik van moderne technieken, maar die hoeven niet al te zichtbaar te zijn voor de bewoners. De implementatie van WiFi en performantere oproepsystemen zijn welgekomen verbeteringen voor ons personeel. In het vorige gebouw, dat meer dan 100 jaar oud was, lag het moeilijker om technologisch stappen vooruit te zetten. Dat gebouw was op en voldeed niet meer aan de moderne noden.”
 
“Ik raad in elk geval iedere woonzorgmanager die aan een nieuwbouwproject start aan om de werfvergaderingen actief mee te volgen, want het heeft een impact op de volledige werking van je woonzorgcentrum. Je moet in de eerste plaats denken in functie van de bewoner. Het is een intens proces, maar aan het einde van de rit heel bevredigend. Daarnaast beamen ook zowel personeel als familieleden dat het veel aangenamer is om te werken of op bezoek te komen in een modern kader.”
 
 

Tags:

Geef een reactie