Typ om te zoeken

In the spotlight Thuiszorg Woonzorgcentra Ziekenhuizen

Zorg in crisistijden – Ervaringen van vandaag, lessen voor morgen

Delen

Copyright Pascal Vaneygen

De afgelopen weken, maanden zelfs was er maar één prioriteit: Covid-patiënten verzorgen. Maar hoe doe je dat… Met schaarse middelen? Zonder de zorg voor anderen, inclusief eigen personeel, uit het oog te verliezen? Hoe kom je de coronacrisis beter gewapend door? En wat na de crisis, als er al iets is zoals ‘Na’? We vroegen vier heren aan het roer naar hun ervaringen. 

Onze gesprekspartners:  

  • Dr. Yves Breysem, algemeen directeur Jessa Ziekenhuis Hasselt981 bedden en 260 dagplaatsen verspreid over vier campussen, 380 artsen en 3130 medewerkers. 
  • Bernard Bruggeman, algemeen directeur GVO Woonzorggroep10 woonzorgcentra in West-Vlaanderen, circa 1300 medewerkers. 
  • Stefan Van Sevecotte, sectorverantwoordelijke zorginstellingen Broeders van Liefde. 11 psychiatrische ziekenhuizen en 9 PVT psychiatrische verzorgingstehuizen in Vlaanderen en Wallonië, samen 3800 ziekenhuisbedden– en plaatsen1100 PVT-bedden en 5000 medewerkers. 
  • Willy Vertongen, CEO MederiGrootste erkende dienst voor zelfstandige thuisverpleging, met circa 1300 aangesloten zorg- en verpleegkundigen. 

Een voorbereid man is er twee waard – en in dit geval veel meer. Maar zelfs met een goed uitgewerkt pandemiedraaiboek, een behoorlijk gevulde voorraadkast en reeds op voorhand opgezette samenwerkingen heeft niemand een pasklaar antwoord voor een crisis als deze.  

Een duik in crisismanagement 

Dr. Yves Breysem (Algemeen Directeur, Jessa Ziekenhuis Hasselt)

Yves Breysem: “De gebeurtenissen in China deden bij ons wel een alarmbel afgaan. Al op 27 januari bracht onze medisch directeur ons rond de tafel om, afgaand op wat mogelijk op ons afkwam, voorbereidingen te beginnen treffen. We probeerden de pandemie voor te zijn, en stemden de inzet van middelen, bedden en mensen daar voortdurend op af. Wat we nog niet wisten, is dat Zuid-West-Limburg het epicentrum van België zou worden.” 

Stefan Van Sevecotte: “Toen de crisis zich aankondigde, besloten we al heel snel dat onze maatschappelijke opdracht eruit bestond om eventuele besmette patiënten in de psychiatrische ziekenhuizen te behandelen en niet door te sturen naar algemene ziekenhuizen. Een eerste stap was het organiseren van cohorteafdelingen. Best practices wisselden we in de wekelijkse videovergadering met elkaar uit. Op die manier konden we een gezamenlijk beleid afstemmen.” 

Bernard Bruggeman: “Wat voor ons belangrijk is geweest en nog steeds is, is dat we snelheid en efficiëntie aan elkaar koppelden. Door op diverse niveaus efficiënte structuren te creëren, alsook duidelijke en korte communicatielijnen. Alle essentieel betrokkenen zitten mee rond de virtuele tafel. Het core outbreak management team (OMT) bestaat uit iemand van HR, een zorgmanager, communicatieverantwoordelijke en ikzelf. Daarnaast is er een OMT op niveau van elk huis. 

Stresstest-bestendig 

Willy Vertongen: “Bij de meeste van onze zelfstandige zorg- en verpleegkundigen kwam het grote nieuws vanaf februari nogal onverwacht binnen. 13 maart was zo’n beetje het moment dat we wisten dat het echt serieus ging worden. De aandacht van de crisiscel binnen Mederi ging in eerste instantie vooral uit naar de praktische noden van de thuisverpleging en de ondersteuning van zelfstandige praktijken. Twee zaken die van levensbelang zouden worden.”  

Stefan Van Sevecotte: “Ja, we hadden goed uitgewerkte noodplannen en ja, we waren goed voorbereid. Op brand, legionella, schurft en tbc, technische storingen, zware agressie, uitbraken… Maar toch niet op een pandemie als deze, waar iedereen plots in lockdown gaat en we ineens moeten werken met gescheiden stromen, zonder dat onze infrastructuur daarop is ontworpen. Dit soort zaken zullen we opnieuw moeten evalueren en in noodplannen inschrijven.”  

Bernard Bruggeman: “Tot nu toe hebben we op twee plaatsen een outbreak gehad. Op eigen initiatief – en tegen de toen geldende richtlijnen in – hebben we toen iedereen getest en zo ook ontdekt dat mensen asymptomatisch en toch drager kunnen zijn. Dat was een heel belangrijke stap voor ons. Een van de cruciale zaken in crisismanagement, is dat je de situatie zo goed mogelijk in kaart weet te brengen. Pas dan kun je de brand beheersen.” 

Strategische voorraden 

Stefan Van Sevecotte (Sectorverantwoordelijke zorginstellingen Broeders van Liefde)

Yves Breysem: “Aan persoonlijke beschermingsmiddelen en medicatie geraken, was van begin af aan vrij complex, ook om veilige pistes te vinden richting China. Een tekort hebben we nooit gehad, maar we zijn wel met creatieve oplossingen moeten komen: we leenden twee beademingsapparaten van het leger, produceerden zelf alcoholgel, bestelden duizenden mondmaskers bij een producent van medisch textiel, steriliseerden en hergebruikten sommige stukken…” 

Stefan Van Sevecotte: “Logistiek zijn we alle problemen tegengekomen waar iedereen mee kampte. Binnen onze groep is er het sociaaleconomisch initiatief WeerWerk. Zij hebben een textielatelier en zijn stoffen mondmaskers beginnen maken. Uiteraard zijn die niet voldoende voor risicogroepen. Daar speelde het voordeel van onze aankoopkracht en organisatiegrootte. Al kost het nog steeds alle moeite van de wereld om PBM’s tot bij ons te krijgen.” 

Willy Vertongen: “Als zorgverstrekker ben je de ganse dag bezig met patiëntenZeker bij die cohorttoeren, is het handig om te weten hoe het met jezelf zit. Er heerste echter zoveel onduidelijkheid, terwijl dat juist een van de weinige dingen is waar zorg- en verpleegkundigen om vragen. Van begin af aan wisten we dat zelfstandige praktijken dat voorraadbeheer niet zelf konden invullen, dat dit een van de taken was die we op ons moesten nemen.” 

Bernard Bruggeman: “Mede dankzij buitenlandse contacten die reeds te maken hadden met corona zagen we onmiddellijk in dat er een probleem aan het komen was. Dat we niet konden wachten op de overheden, maar proactief moesten zijn. Tot op vandaag hebben we nog geen enkel beschermingsmiddel te kort gehad en ook nu hebben we een strategische voorraad voor enkele maanden, ook als er straks weer meer bezoekers mogen komen.” 

Communicatie stroomlijnen 

Bernard Bruggeman: “Het is niet te beschrijven hoe we van alle kanten werden overstelpt met informatie, vanuit federaal niveau, regionaal niveau, wetenschappelijke artikelen, talloze e-mails… Een belangrijke opdracht voor het outbreak management team was om dit kluwen aan informatie te capteren in een grote trechter en in dagelijkse updates te verwerken op maat van de groep en de OMT’s van de individuele zorgcentra.” 

Willy Vertongen: “Communicatie is alles in een crisis. Een van de eerste ramptoestanden die ik zelf meemaakte, was de Herald of Free Enterprise. Waar het echt fout liep, was communicatie. Gaat het goed, dan is dat vaak ook dankzij communicatie. Binnen Mederi hebben we steeds eenduidig proberen communiceren, duidelijk, onderbouwd en ontdaan van alle ballast. Coördinatoren kregen van ons dagelijks een corona-update. Medewerkers ontvingen op hun beurt een ‘light version’.” 

Yves Breysem: “Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk een frequente en adequate interne communicatie is. Vanuit de crisiscel, met een dagelijkse nieuwsbrief, de Siilo-app voor berichtgeving aan leidinggevenden, de corona-deelwebsite met veel informatie en educatieve filmpjes voor patiënten, bezoekers en woonzorgcentra, en een afgeschermd luik met alle procedures voor onze artsen en medewerkers. En ook niet onbelangrijk: de Facebook-pagina ‘Jessa backstage’, waar medewerkers positieve zaken, bezorgdheden maar zeker ook kleine successen posten.” 

Continuïteit van zorg 

Stefan Van Sevecotte: “Een opnamestop doorvoeren, was niet aan de orde. Wel hebben we onze dagziekenhuizen tijdelijk anders georganiseerd: sommige patiënten namen we terug residentieel op, andere groepen houden we liever in de thuisomgeving (kinderen met eetstoornissen bv. zijn fysiek te kwetsbaar), of volgden we via thuishospitalisatie op. Ook het therapie-aanbod is aangepast. Groepstherapie bijvoorbeeld kon plots maar in groepjes van 3-4 patiënten in plaats van 10.” 

Willy Vertongen: “Voor ons crisisteam was de continuering van de normale zorg van meet af aan een bekommernis. Naar mijn gevoel geraakte dat stuk snel ondergesneeuwd, terwijl we een crisis na de crisis toch echt moeten vermijden. We hadden door dat de zorg zou moeten worden aangepast, om continuïteit te kunnen garanderen. Zo zijn we gestart met cohorttoeren, waar alleen Covid-patiënten op stonden. Daarna kwamen ook de triagecentra en de schakelzorgcentra.” 

Flexibel omgaan met bestaffing 

Willy Vertongen (CEO Mederi)

Yves Breysem: “We zijn heel snel, in opdracht van de overheid, overgegaan op het sluiten van afdelingen en het inzetten van medisch en paramedisch personeel op Covid-afdelingen, na een blitsopleiding rond corona. Zo’n afdeling telt 20 bedden, in plaats van 32, en twee keer zoveel zorgmedewerkers. Er was ook een dubbele nachtshift. 

Willy Vertongen: “Van onze 1300 thuisverpleegkundigen zijn er gelukkig weinig uitgevallen. Sterker nog: zij gaven broodnodige ondersteuning in de woonzorgcentra. Ik denk dat beide sectoren elkaar vrij spontaan hebben gevonden, ook al moest daar achter de schermen veel overleg voor gebeuren, bv. met het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid. Voor nieuwe entiteiten zoals de schakelzorgcentra zochten we samen met Paragon Medical in recordtempo naar de beste match.” 

Stefan Van Sevecotte: “In het begin hadden we wat schrikHeel wat mensen werden door de huisarts preventief in thuisquarantaine gezet en het ziekteverzuim schoot omhoog. Gelukkig bracht Sciensano snel bericht: mensen in de zorg mochten doorwerken, mits beschermingsmiddelen. Aan leerkrachten, kinderverzorgers en andere zorgkundigen die plots niet naar school of werk moesten, vroegen we of we ze op een noodlijst mochten zetten. De solidariteit was enorm.” 

Bernard Bruggeman: “We hebben meteen alle externe diensten opgelijst die iets konden betekenen, moesten we in de knoei geraken, van vrijwilligers tot het Rode Kruis, schakelzorgcentra, de bedrijfsgeneeskundige dienst van Liantis… Ook aan elk van onze huizen werd gevraagd om lokaal alle functionele samenwerkingen in kaart te brengen, met thuiszorg, familiehulp. Op die twee momenten dat we een outbreak hadden, moesten we die lijst alleen maar openen.” 

Digitaal een blijver 

Willy Vertongen: “Veel digitale ontwikkelingen waar normaal tien jaar zou overgaan, gebeurden nu vanzelf. Op zeven weken tijd is videoconferencing ingeburgerd en zijn videoconsultaties door alle partijen aanvaard, mede door de tussenkomst van het RIZIV voor dat laatste. Er zijn natuurlijk pro’s en contra’s en zaken als telewerken en teleconsults stuiten op hun beperkingen. Maar sommige van deze ontwikkelingen zijn blijvers.” 

Bernard Bruggeman: “Wij hebben de teleconferentie ontdekt. Met tien woonzorgcentra verspreid over de provincie West-Vlaanderen is dat wat mij betreft een blijver. Telewerk is bij ons minder haalbaar. Centraal is dit deels mogelijk, ook in de toekomst. Decentraal is dit echter beperkt, daar gaat het per definitie om contactzorg. Richting families hebben we veel gehad aan Familienet. Via die weg delen zorgmedewerkers en familie foto’, video’s en berichten.” 

Yves Breysem: “Digitale tools waren een belangrijk luik. We wilden qua beleidsinfo over nagenoeg alles online kunnen beschikken. Een aantal zaken zijn veel sneller uitgerold dan gepland: videobellen voor patiënten met familie en teleconsults bijvoorbeeld. Ook aan de Jessa-app is hard gewerkt. Met behulp van deze app proberen wij een wachtzaal-arm beleid door te voeren, met just in time-afspraken. Andere zaken zijn even on hold gezet, zoals de verdere implementatie van het EPD.” 

Stefan Van Sevecotte: “We werkten voor het eerst met telepsychiatrieIn de literatuur stelt men vergelijkbare outcomes vast en ook onze patiënten zijn zeer tevreden. Maar, telepsychiatrie gaat face-to-face nooit vervangen. Hygiënische omstandigheden en mimiek zijn moeilijker te beoordelen. En in gesprekken met een suïcidale patiënt wil je natuurlijk extra voorzichtig zijnToch willen we telepsychiatrie blijvend een plek geven in combinatie met traditionelere vormen van therapie.”

Proactief benaderen van emotionele stress 

Bernard Bruggeman (Algemeen Directeur, GVO Woonzorggroep)

Yves Breysem: “Op intensieve zorgen werken we zeer intensief met buddy’s. Verder is er ons Corona Support Team (CST), dat medewerkers op psychosociaal vlak begeleidt. Die impact valt zeker niet te onderschatten. Denk maar aan een verpleegkundige die normaal op OK staat en op IC ineens veelvuldig in contact komt met overlijdens. Mensen werken op adrenaline. Die draagkracht is niet onuitputtelijk, we moeten hen op tijd rust geven. 

Stefan Van Sevecotte: “We stelden een van onze psychotherapeuten vrij beschikbaar voor medewerkers. Maar al snel bleek dat daar toch heel weinig mensen uit eigen beweging naartoe gingen. We hebben die persoon toen langs de afdelingen gestuurd, om pro-actief te praten met medewerkers. Dat en het stukje communicatie waar we mensen geruststellen en laten weten waar ze terechtkunnen met vragen, is belangrijk geweest.” 

Bernard Bruggeman: “Wat ook heeft geholpen, zijn de pre-start en debriefings. Wat is er tijdens de vorige shift gebeurd? Hoe gaan we het vandaag aanpakken? Maar ook: wat is er u vandaag misvallen? Zo kunnen mensen binnen de arbeidssituatie zelf debriefen. Waar ik me wel zorgen over maak, is dat de druk op onze zorgmedewerkers aanhoudt. Corona is nog niet gedaan, we krijgen het onder controle, maar waakzaamheid blijft geboden. 

Meer dan één hamvraag: ethische besluitvorming 

Yves Breysem: “Artsen van het ethisch comité hebben artsen van de covid-afdelingen begeleid. Van de verspreide ethische richtlijnen hebben we onze eigen bio-ethische richtlijnen gemaakt, rekening houdend met verschillende factoren: ziektebeeld, leeftijd, co-morbiditeit, levensverwachting, … We wisten ook dat een aantal covidpatiënten vele weken op intensieve zou moeten liggenVoor sommige patiënten is dat, gezien hun algemene gezondheidstoestand, niet wenselijk.” 

Bernard Bruggeman: “Mede door de communicatie vanuit de overheid bestond bij onze medewerkers echter de perceptie dat ouderen niet meer welkom waren. Als je 1000 bedden hebt en 1200 patiënten, dan zal je natuurlijk keuzes moeten maken. Maar voor onze medewerkers was die vermeende boodschap toch heel pijnlijk. Ze hadden een gevoel van ‘Hoe kan dat nu, de persoon waar ik dagelijks voor werk, telt niet meer.’ 

Uitgestelde zorg 

Yves Breysem: “Urgenties en dringende zorgen zijn blijven doorlopen. Kankerbehandelingen bijvoorbeeld, maar ook daar een noodkreet. Onze borstkankerspecialisten bv. zagen heel weinig nieuwe patiënten, wat niet kan natuurlijk. Nu is er sprake van een geleidelijke, maar verstandige heropstart. We verwachten de komende maanden op 70% te draaien.” 

Willy Vertongen: “De uitgestelde zorg is nu aan het hervatten. In de thuiszorg komt dit pijlsnel weer op gang. Bij Mederi hebben we altijd rekening gehouden met drie curven: corona, de gevolgen van de uitgestelde zorgen en vooral de verwaarloosde opvolgingenEn ten derde: het effect op de psychosociale kant van de mensheid – daar zal nog een hele tijd over gaan.” 

Enorme financiële impact 

Yves Breysem: “De financiële impact voor artsen en het ziekenhuis is zeer groot. Een eerste inschatting wijst richting miljoenen aan gederfde inkomsten. Wat ondraaglijk zou zijn als daar geen compensatie tegenover staat. Maar zelfs dan is dit gat inhalen niet evident. De voorschotten die we kregen, zijn louter bedoeld om onze liquiditeit op peil te houden. Het plaatje dat moet volgen, is nog onduidelijk.” 

Bernard Bruggeman: “De kosten voor bijkomende communicatiemiddelen alleen al, lopen op tot twee miljoen euro die ik niet had begroot. Daarnaast zijn er de vele duizenden voor acute uitgaven, bijkomende mankracht, nazorg… Er zijn inspanningen vanuit de overheid, maar we zijn er nog lang niet. Ik denk ook dat ouderenzorg er anno 2021 niet meer kan uitzien zoals het was. De noden en behoeften in de sector worden al jarenlang zwaar onderschat.” 

Stefan Van Sevecotte: “Net als collega’s worden we geconfronteerd met enorme extra kosten: beschermingsmaterialen, desinfectie, het inrichten van Covid- afdelingen, de meerkost van gescheiden afvalstromen, de verhoogde vraag in de wasserij meer, extra medicatie… Daarnaast is er een daling van het aantal ligdagen. Het is nog te vroeg om de impact in te schatten, maar dat het om een behoorlijke som gaat, is een feit.” 

Op zoek naar het nieuwe normaal 

Bernard Bruggeman: “Ik heb alle begrip voor de overheid, maar in deze pandemie heeft het de stresstest toch niet goed doorstaan. Een eerste belangrijk punt voor na de crisis, is dat het bestuurlijk niveau tegen het licht moet worden gehouden. Een tweede punt is dat we naar een ‘nieuw normaal’ moeten streven. Een deel van de discussie op maatschappijniveau is het respect voor ouders en grootouders. Hoe ver zijn we als maatschappij bereid hierin te gaan?” 

Willy Vertongen: “We zijn getuige geweest van een ongelooflijk sterke en weerbare sector. Er zijn samenwerkingen ontstaan, waar die de afgelopen jaren maar moeilijk van de grond kwamen. Mensen uit verschillende gelederen van de sector hebben elkaar gevonden op momenten dat het echt nodig was. Maar laat ons in alle openheid ook kijken naar de problemen. En naar de voordelen van kleinschaligheid, vooral voor woonzorgcentra.” 

Yves Breysem: “Positief is de grote samenhorigheidhet positivisme en de enorme flexibiliteit van mensen in tijden van crisis. Waar we mee geconfronteerd werden, was ons oudere en minder flexibele gebouw, ons vergoedingssysteem dat niet aangepast is aan dit soort situaties, en de verspreiding van bevoegdheden. Naar de toekomst toe willen we meer focussen op zorgtrajecten in plaats van afdelingen, de nog prille netwerkstructuren meer aanboren, en rond de tafel gaan over de omkaderende financiële en arbeids-juridische factoren.” 

Stefan Van Sevecotte: “De besmettingsgraad in psychiatrische ziekenhuizen is gelukkig zeer laag gebleven. Nu zijn we vooral aan het nadenken hoe we de exit gaan toelaten. Doen we dit gecentraliseerd of gedecentraliseerd, per paviljoen, wat met de cafetaria? Voor welke patiënten blijven we werken met telepsychiatrie, thuishospitalisatie? Langs de ene kant willen we zo snel mogelijk terug naar een vorm van normaal, langs de andere kant willen we ook snel kunnen terugschakelen, indien nodig.” 

Geef een reactie